Deze Holmes is de stiff upper lip voor de MTV-generatie

Deze Holmes is de stiff upper lip voor de MTV-generatie

Sherlock Holmes (2009) 3 out of 5 stars

Mocht er één oeuvre zijn waarbij we onze wenkbrauwen in een meewarige frons durven te heisen, dan is het dat van de Britse ADHD-filmer Guy Ritchie. Aan het eind van de jaren negentig schopte Ritchie het tot King of cool van de Britse cinema met twee bescheiden pareltjes (‘Snatch’ en ‘Lock, stock and two smoking barrels’). Maar wie zich tot enige reflectie genoopt voelde, moet toegeven dat Ritchie eerder keizer was van de gebakken lucht, een Tarantino-epigoon die steevast style over substance verkoos en film als therapie zag om zijn ADHD-stuiptrekkingen van zich af te filmen. Zijn eerste twee prenten waren toevalstreffers, badmingtonveertjes die nét over het net raakten, maar met de gerecycleerde stroop die de regisseur daarna afleverde (‘RockNrolla’, ‘Swept away’) begon het statuut van de chouchou van de MTV-generatie danig te tanen. Groot was ieders verbazing toen Ritchie daarna de honneurs waarnam voor de Sherlock Holmes-adaptatie die de de detectieve met de stiff upper lip weer vanonder de mottenballen moest halen. En Ritchies carrière uit het slop.

‘Sherlock Holmes’ is in feite zo’n platgepolijst studioproduct dat het uiteindelijk weinig uitmaakt wie er in het regisseursstoeltje zit (mocht er een Gore Verbinski of een Michael Bay achter de camera gezeten hebben, je had geeneens het verschil gemerkt). Deze reboot is een product van een promotiemachine, een perfect gedoseerd niemendalletje waarbij postkaartesthetiek, victoriaanse romantiek en Britse wisecracks de vaste ingrediënten zijn. ‘Sherlock Holmes’ is een ‘Pirates of the Carribean’-avontuur, maar dan eentje dat zich afspeelt in het victoriaanse Engeland, en net als bij Johnny Depps piratencapriolen valt de schade uiteindelijk wel mee. Als je van een hapklare cinemasnack houdt, tenminste.

In deze Conan Doyle-adaptatie voor de zelfverklaarde hipster slaan Holmes en zijn trouwe partner in crime Dr. Watson nog één laatste keer de handen in elkaar. Lord Blackwood (Mark Strong), de meest vermaarde schurk uit de victoriaanse krochten, heeft een plan bedacht om de wereld het dal der vernieling in te helpen. Meer van de plot hebben we niet begrepen, want net zoals het de meeste blockbusters betaamt, is het verhaal een flauw excuus voor een lange rits exuberante set-pieces, waarbij het laat 19de-eeuwse Londen dient als pittoreske achtergrond. Ritchie serveert zijn film als een rollercoaster zonder weerhaakjes, zo eentje waarin het voor even fijn toeven is, maar waarvan je je daarna geen enkele duizelingwekkende kronkeling meer herinnert. Law en Downey Jr. zijn op dreef en houden de spitante dialogen op snee, maar Rachel McAdams krijgt nergens de allures van een rasechte femme fatale aangemeten, waardoor ze er nogal duf en verloren bij loopt.

Sherlock Holmes is geen Guy Ritchie-ADHD-filmerij geworden (al amuseerde hij zich wellicht kostelijk met zijn vintage muziekclipachtige montages), wel een oppervlakkig spektakelstuk dat zeker weet te entertainen, maar nooit echt de adrenaline door je aders zal laten gieren (‘District 9’, it ain’t). Resultaat: een vakkundig gefabriceerd actievehikel zonder enige pretentie. Dat mag ook wel eens.

Sven Dehondt

Sven Dehondt

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *