Het goedbedoelde ‘Blue miracle’ vist jammerlijk achter het net.

Het goedbedoelde ‘Blue miracle’ vist jammerlijk achter het net.

‘Blue miracle’ (2021) 2 out of 5 stars

Het seizoen van de zomerblockbusters is weer volop aan de gang. Maar aan de nieuwe Netflix Original ‘Blue miracle’ zal het nochtans niet gelegen hebben. Hoewel de familiefilm op een breed publiek lijkt te mikken, werd hij met weinig bravoure aangekondigd op de streamingdienst. Wie hem ziet, begrijpt meteen waarom.

‘Blue miracle’ vertelt het waargebeurde verhaal van Omar, uitbater van het Mexicaanse weeshuis Casa Hogar. Het tehuis heeft echter te kampen met een financiële schuldenberg. Papa Omar, zoals de wezen hem noemen, voelt de hete adem van de bank in zijn nek en dreigt binnenkort alle kinderen op straat te moeten zetten. Enter kapitein Wade. Wade is een uitgerangeerde visser die teert op zijn vroegere overwinningen in een prestigieus Mexicaans visserstornooi. Om in de nakende editie de hoge inschrijvingspremie te kunnen omzeilen, heeft hij echter een lokale crew nodig. De wanhopige Omar en enkele van zijn wezen bieden zich aan en samen met Wade hebben ze drie dagen om de grootste blauwe marlijn te vangen en zo hun tehuis van de afbraak te redden.

Quaid houdt de boel recht

Bij het zien van de trailer is het vreemd genoeg moeilijk om niet aan ‘Jaws‘ te denken. Het begin van de zomer, de jacht op een grote vis en een belegen visserskapitein, wiens professionele piek vermoedelijk al langer dan een decennium achterwege ligt. Niemand beter voor die rol dan Dennis Quaid, moeten de producers gedacht hebben. Quaid zet Wade neer als een nors, getroebleerd figuur. Hij brengt een zekere gelaagdheid die in het scenario beperkt blijft. Quaid ziet er dan wel uit als een Walter Michiels op steroïden, de scènes met Wade zijn toch veruit de betere in de film.

Het personage van Omar wordt eerder wisselvallig vertolkt door Jimmy Gonzales. De dramatische scènes gaan hem duidelijk beter af dan de komische, maar uiteindelijk is hij wel de sympathiekste figuur in ‘Blue miracle’. En gelukkig, want de huidplooien op het voorhoofd van Dennis Quaid bevatten meer diepgang dan de weeskinderen die Omar meeneemt. De oorzaak daarvan ligt vooral bij het script. De jonge acteurs worden iets té vaak ingezet voor het brengen van pijnlijk slechte grappen dat het moeilijk wordt om er nog enige empathie voor op te brengen. De rest van de speelduur is gevuld met geforceerde expositie en een opvallend gebrek aan actie voor een verhaal dat zich grotendeels op het water afspeelt.

Blauw, blauwer, blauwst

Ondanks alles heeft de film ook enkele positieve aspecten. Er is net genoeg empathie voor Papa Omar en zijn missie om te blijven kijken. Zoals het een echte familiefilm betaamt, kan je op het einde misschien zelfs een lichte temperatuurstijging ter hoogte van het hart waarnemen. Ook de fotografie zou best goed zijn, ware het niet dat in elk shot de kleur blauw nogal prominent aanwezig is: Blauwe kledij, blauwe wagens, blauwe interieurs en een zee die, niet geheel tegen de verwachtingen in, eveneens blauw is. De gimmick wordt zo ver gedreven dat je na de film buitenkomt en hoopt dat het bewolkt is, als het even kan.

‘Blue miracle’ kan best dienen om de kinderen anderhalf uur stil te houden, maar doe het jezelf vooral niet aan om er gezellig bij te komen zitten. Ga naar buiten, geniet van de zon. Wil je toch per se een slechte film met Dennis Quaid en veel water zien? Zet dan ‘Jaws 3-D’ op. Daar wordt tenminste iemand in opgegeten.

Cisse Wyn

Cisse Wyn