De wereld van Céline is er een vol klootzakken

De wereld van Céline is er een vol klootzakken

Louis-Ferdinand Céline, ‘Reis naar het einde van de nacht’ 4 out of 5 stars

Om de moraalridders niet onmiddellijk op hun paard te jagen, eerst een vraag: hoort hier een bespreking thuis van ‘Reis naar het einde van de nacht’, het debuut waarmee Louis-Ferdinand Céline zichzelf als auteur op de kaart zette? In tijden van cancel culture is het veiliger een schrijver dood te zwijgen die vanwege zijn antisemitische ideeën tijdelijk werd genegeerd binnen Frankrijks literaire circuit. Retrospectief stelt zich echter de vraag in welke mate de kunstenaar als persoon en diens werk met elkaar verbonden zijn. Kunnen we het individu verketteren, maar zijn nalatenschap verheerlijken?

Voor componisten – neem bijvoorbeeld Wagner – is de denkoefening al gemaakt. Waarom zou er een probleem zijn, wetende dat een partituur in principe geen filosofisch concept verklankt, kortom geen betekenis draagt in rationele zin, doch louter in emotionele? Bij literatuur, dat zich per definitie van taal bedient en dus slechts uit een aaneenrijgen van betekenissen bestaat, ligt dat moeilijker. Niettemin lijkt mildheid ook hier de gepaste houding: Céline’s persoonlijke overtuigingen kunnen biografisch niet onvermeld blijven, maar een klassieker als ‘Reis naar het einde van de nacht’ hoeven en mogen we niet naar de vergeethoek verwijzen. Waarom? Alleen al omdat de invloed van het boek op het latere existentialisme onmetelijk groot is geweest.

Geen schrijver voor Céline heeft even genadeloos kunnen afrekenen met de maatschappelijke status quo tijdens het interbellum. Middels protagonist Ferdinand Bardamu, die zich halsoverkop in de Eerste Wereldoorlog stort en er als een gebroken man terug uitkomt (voor zover die oorlog voor hem ooit ten einde loopt), stelt de schrijver de samenleving als dusdanig in vraag, want welke politici, welke volksvertegenwoordigers en dus welk volk stuurt haar eigen vlees en bloed blindelings naar de slachtbank? Bardamu zal nooit meer dezelfde worden na de gruwelen die hij gezien heeft, en in wat zijn ‘reis naar het einde van de nacht’ blijkt te zijn, wordt de teneur almaar somberder en cynischer.

Afrika en New York zijn slechts haltes waar Bardamu nog dieper doordrongen geraakt van de wetenschap dat de mens zelfzuchtig ineensteekt, een kwalijke karakteristiek die lijkt voort te vloeien uit een geworteld gevoel van eenzaamheid dat zowel Bardamu als zijn alter ego Robinson beiden belichamen. In de verte lijkt wat Céline hier presteert verwant aan Voltaire’s bijna twee eeuwen oudere ‘Candide’. Aan de hand van anekdotes van een dusdanige absurditeit dat ze het enkelvoudige komische effect overstijgen, graaft Céline naar het wezen van menselijkheid, en hoe sociale cohesie (lees: het gebrek daaraan) die kern van humaniteit stelselmatig aantast.

Is Céline nog de wervelwind die hij bijna negentig jaar geleden was, toen ‘Voyage au bout de la nuit’ verscheen? In het Frans naar verluidt wel, want ondanks de gedateerde historische context kent Céline nog altijd zijn gelijke niet voor wat erudiet schelden betreft. In het Nederlands doet de vertaling van E.Y. Kummer heden ten dage wat oubollig aan, hoewel het geen sinecure kan zijn de ritmiek, de snedigheid en de radicaliteit van het authentieke werk te transponeren. Niettemin moeten we ons de vraag stellen of het niet stilaan tijd is voor een nieuwe vertaling. Daarbij aansluitend is het nawoord van Hans Dagalet, die meer over zijn persoonlijke relatie tot Céline’s oeuvre spreekt dan over het boek, bij deze editie een gemiste kans. Hadden die luttele pagina’s niet kunnen expliciteren waarom we Céline vandaag nog nodig hebben?

Reis naar het einde van de nacht Book Cover
Reis naar het einde van de nacht Athenaeum 560 p.
Originele titel: Voyage au bout de la nuit
Vertaler: E.Y. Kummer
Jan-Jakob Delanoye

Jan-Jakob Delanoye

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *