Een eenzame schrijver in Parijs
Hugo Claus, ‘Minnaar tegen elke prijs’ 
Van 1975 tot 1976 resideerde Hugo Claus met filmactrice Sylvia Kristel in Parijs. Kristel was dankzij twee Emmanuelle-films toen op het toppunt van haar roem. Al die tijd hield Claus een logboek bij dat de Nederlandse ex-uitgever Robbert Ammerlaan uit het Letterenhuis in Antwerpen haalde. Hij voorzag het van een inleiding om het als ‘Minnaar tegen elke prijs. Parijs’ dagboek’ te laten verschijnen. Erwin Mortier leverde een nawoord.
Hugo Maurice Julien Claus (1929-2008) was een man van vele vrouwen. Een schrijver wiens liefdesaffaires, aangevuld met een portie fictie, af en toe in een roman gestalte kregen. Als vrouw met Claus samenleven – alles voor de poëzie en literatuur – hield nu eenmaal risico’s in. Een tot mislukken gedoemde relatie met de Nederlandse actrice Kitty Courbois kreeg haar beslag in ‘Het jaar van de kreeft’. Een genadeloos portret van een ex-geliefde. Was zijn dagboek over zijn affaire met een piepjonge Sylvia Kristel bedoeld om er een roman uit te destilleren? Is het boek uiteindelijk niet geschreven omdat, ze eenmaal uit elkaar, zijn verdriet te groot was? Of wilde hij liever niet aan een doorslagje van ‘Het jaar van de kreeft’ beginnen? Dan maar het dagboek als literair genre?
‘Minnaar tegen elke prijs’ is geen klassiek dagboek waarin data en feiten koudweg worden opgetekend. Dit is een verslag over een passionele relatie – geen enkel pittig detail is onverlet gelaten – die door een krolse Kristel tot mislukken is gedoemd. Pokkendagen voor Claus, die zijn dagen vult met het lezen van kranten en tijdschriften, televisie kijken of door de stad struinen. Niet zonder na te laten te constateren dat sinds hij een notaboek aanlegt hij meer ziet en beter kijkt: ‘Dit is geen dagboek, waarde lezer na mijn dood, alleen een pense-bête, uitsluitend als voedingsbodem bedoeld.’
De neerslag van een liefde die gepaard gaat met je reinste jaloezie, bezitsdrang en een alles verslindende controledrift. Een eenzame schrijver in Parijs, maar naar de buitenwereld toe glamour en glitter.
‘Nogmaals een lange dag in volstrekte eenzaamheid. Bevestigt het feit: zodra het mogelijk is, zodra het haar uitkomt laat ze me vallen als een baksteen. Ik geloof niet dat dit ooit nog te herstellen is. (…) Teveel wijn gedronken. In het leger van de eenzamen, les mal-aimés. Het enige voordeel: het sterkt je op de een of andere manier. Qu’elle crève.’
Een glamourkoppel op een luxueus appartement
Een bijwijlen ontluisterend verhaal dat door een samenloop van omstandigheden is ontstaan. Het is door toedoen van Claus’ echtgenote Elly Overzier dat Sylvia Kristel op zijn pad is gekomen. Anno 1973 betrok ze er een kamer in zijn pand aan de Amsterdamse Raamgracht, waar hij met zijn toenmalige vriendin Ellen Jens samenwoonde. Al na enkele maanden worden ze op elkaar verliefd om twee jaar later – Kristel door haar rol in Emmanuelle een diva geworden – naar de Franse hoofdstad te verkassen.
Het glamourkoppel betrekt er een ruim appartement in de Rue Dante, waar de zus en moeder van Kristel, die voor haar tien maanden zoontje Arthur zorgen onderdak vinden. Glorieuze dagen voor het koppel tot ze hem op een dag bekent dat ze een affaire heeft met Umberto Orsini, een acteur. Reden voor Claus om haar nauwlettend in de gaten te houden, haar doen en laten in een dagboek te noteren. Dat ze zich in tegenstelling tot vroeger in de badkamer opsluit, ze een dessous draagt waar ze vroeger een hekel aan had, of ’s avonds alleen gaat stappen. De klad zit in hun relatie. Het levert dagboekfragmenten op waarin Claus zich helemaal blootgeeft, zoals de dag waar zijn moeder op visite komt.
‘De hele dag zat zij in een thriller te lezen, althans tot 2u. toen we mijn moeder en Thomas gingen afhalen. Schrok van mijn moeder, waggelend, dik, oud. Felle waterige ogen, een ingevallen mond, mijn dikke neus. Thomas nors want zij waren al ¾ uur eerder aangekomen, hadden mij ’t verkeerde uur opgegeven.’
Sylvia Kristel flirt er vrolijk op los
Van zodra er eventjes niet wordt genaaid, of in een duur restaurant wordt getafeld is Claus in dit logboek op zijn best. Zoals bijvoorbeeld Harry Mulisch en Cees Nooteboom op bezoek komen. Hij met Mulisch naar Musee d’Art Moderne gaat, of met Nooteboom oeuf Céline en fricassé d’ecrevisse eet. Tussendoor flirt Kristel er vrolijk op los met Roger Vadim, Joe Dallesandro, zelfs met haar tandarts. Eenmaal ze voor de Franse componist Francis Lai is gevallen, neemt Claus zich voor afscheid van haar te nemen.
‘In gedachten geïnstalleerd in Gent. Een paar vrienden, tennis, Thomas, werken, geen liaison meer. Tenzij toevallig, on ne sait jamais. (…) En nog voor een tijdje de komedie van de vriendschap spelen, uitsluitend om te zien. (…) Het lichamelijke met haar is afgeschreven, daar kan niet op teruggekomen worden.’
‘Minnaar tegen elke prijs’ is pikante gossip, geen literatuur. Claus die als een wanhopige minnaar zijn gevoelens van jaloezie ventileert. Een gevierd schrijver die het noorden kwijt is geraakt, én op zoek naar troost en rust naar Gent terugkeert. Er zijn vader en moeder, Elly en zoon Thomas, zijn broers Guido en Johan opzoekt, om er vervolgens zijn magnum opus ‘Het verdriet van België’ te schrijven. ‘Minnaar tegen elke prijs. Parijs’ dagboek’ meer dan een tussendoortje in het oeuvre van Hugo Claus is het niet.

