Ongeziene horror, 'De kooi' vs. 'Bird box'

Wij lieten de duidelijke waarschuwing die op de cover prijkt, “Open je ogen… en sterf”, links liggen. We lazen ‘De kooi’ en we bekeken de verfilming ‘Bird Box’. We vergeleken en we beoordeelden. En zie, we leven nog steeds. Al moeten we toegeven dat we zowel van de roman als van de film iets meer verwacht hadden.

Josh Malermans 'De kooi' ziet er met zijn zwartgerande bladzijden uit als een tiener in gothic kleding die net iets te hard zijn best doet om anders te zijn dan de anderen. De roman bevat een sterke spanningsboog, een uniek horrorconcept en de vaart van een bootje in een stroomversnelling, maar uiteindelijk kregen de knappe ideeën van Malerman in dit boek niet de uitwerking die ze verdienen. 

'De kooi' is een ijzersterk screenplay, maar een matige roman. De kracht zit in het concept: in een wereld die de onze had kunnen zijn moeten mensen hun ogen gesloten houden of zich blinddoeken om te vermijden dat ze de wezenste zien krijgen. Wie ze te zien krijgt, wordt tot waanzin gedreven, begaat de gruwelijkste daden en berooft nadien zichzelf van het leven. Afschuwelijk nieuwe wereld, schrijft Malerman met een knipoog naar Huxley. Door dat angstvallige vermijden van oogcontact kruipt de horror diep onder de huid. De allerengste beelden zijn immers altijd diegene die door onze verbeelding worden uitgedacht. De angst voor het onbekende. En het feit dat het zich overal kan verschuilen zonder dat je het zelf weet. Het Andere. Met hoofdletter. 

Of is het allemaal maar inbeelding? En zijn de mensen zelf een grotere bedreiging dan de wezens? Malerman introduceert immers ook personages die immuun blijken. De ontmoeting met de man op de rivier is in die zin veruit de meest boeiende van het verhaal omdat ze vragen oproept die dieper kerven dan een griezelverhaaltje dat anders wil zijn dan alle andere. Wat is waanzin? En hoe ga je ermee om? Sluit je je af van een wereld die als eng en bedreigend overkomt of neem je het risico om je ogen te openen?

Malerman kiest voor een schipperend perspectief. Het zal wel iets Amerikaans zijn. Hapklare hoofdstukjes die eindigen met obligate cliffhangers. Scènes waarin hoofdpersonage Malorie en haar twee kinderen met een bootje op de vlucht zijn worden afgewisseld met grotere porties back story die zich zo’n vier jaar eerder afspelen. En dat is jammer, want net dat achtergrondverhaal is een pak minder boeiend en bevat een paar personages te veel om als lezer echt te worden meegezogen door hun verhaal. Ook de geveinsde koelbloedigheid van Malorie als laklaagje om haar werkelijke gevoelens te verbergen voor haar kinderen komt gemaakt over.

Maar het liep voor de debutant helemaal mis bij het zoeken naar de juiste stem om zijn verhaal op te tekenen. Cursieve stukken, onaffe zinnen, beletseltekens, haakjes en hoofdletters zijn een poging om de gedachten van hoofdpersonage Malorie kracht bij te zetten, maar het inconsequente en overmatige gebruik ervan leggen pijnlijk hard bloot dat Malermans personele verteller tekortschiet. Het zal dan ook geen toeval zijn dat hij aan het einde van het voorlaatste hoofdstuk één en ander aan elkaar moet knopen aan de hand van een alwetende verteller die als deus ex machina slechts één bladzijde lang het woord krijgt. 

Als romanschrijver moet Malerman nog heel wat leren, maar met 'De kooi' heeft hij een tekst afgeleverd die op een unieke wijze in beeld wil brengen hoe onze wereld afbrokkelt door gruwel en geweld en die wel eens aan de basis zou kunnen liggen van een machtige film.

En toch heeft scenarist Eric Heisserer veel afstand genomen van de roman. Waar zijn de honden en de wolven gebleven? En ook Malermans maalstroom, de regen van dode vogels, hadden wij stiekem graag op het witte scherm willen zien. ‘Bird box’ kiest voor een andere spanningsboog dan de roman en laat de publieklieveling een stuk langer in leven. Toch zijn de filmmakers trouw gebleven aan het hart van dit verhaal: het contrast tussen een voortdurende en verschrikkelijke bedreiging van buitenaf en de onophoudelijk en onvoorwaardelijke drang tot bescherming die met het moederschap gepaard gaat.

‘Bird box’ opent met een oprecht gevoel van verwarring en de toon zit meteen goed. Het ziet er allemaal goed uit en de twee kindacteurtjes zetten geloofwaardige figuren neer. Net als in de roman schipperen de camera’s tussen het huis waarin een handvol overlevenden bivakkeert en de tocht met het bootje op de rivier. Er werden, om begrijpelijke redenen, wat veranderingen aangebracht in het groepje overlevenden, maar het resultaat levert weinig goeds op. Ze zien eruit als de cast van een goedkoop videospel uit de jaren 90. De één met te veel tatoeages, de ander met te veel spieren en nog een ander met te veel spandex sportkleding. Zelfs John Malkovich kan in zijn rol van laffe, verbitterde republikein niet verhullen dat dit groepje overlevenden slechts tweedimensionale opvulling is. Het vermindert de impact van dit griezelverhaal omdat de gruwel geen échte mensen treft. Maar dat kon destijds eigenlijk ook van Night of the Living Dead gezegd worden.

Regisseur Susanne Bier slaagt er wel in om de kijker mee te nemen in het hoofd van Malorie. Sommige scènes werden onder een laken opgenomen en de camera kruipt daarnaast zelfs verschillende keren mee achter de blinddoek. En dat is net de kracht van dit hele concept. De angst om niet te kijken gaat in strijd met de drang om iets te zien. Nieuwsgierigheid en inbeelding zijn belangrijke concepten in griezelverhalen en daar hebben Malerman en Bier dankbaar gebruik van gemaakt.