Film Fest Gent week 2

La Llorona ****

Niet te verwarren met ‘The Curse of La Llorona’, de veel bekendere maar kritisch verguisde horrorfilm die eerder dit jaar uitkwam. Hoewel ‘La Llorona’ dezelfde Zuid-Amerikaanse volkslegende als basismateriaal gebruikt, wordt het horrorgehalte hier wat lager gehouden. De maatschappijkritiek daarentegen tiert welig.

Een bejaarde Guatemalteekse generaal wordt berecht voor de genocide op de inheemse Maya-bevolking in de jaren 80. Onder het mom van de strijd tegen het communisme was hij verantwoordelijk voor tienduizenden moorden. Hij wordt echter vrijgesproken. Door een woedende menigte betogers kunnen hij en zijn familie hun riante villa niet verlaten. Wanneer een nieuwe inheemse huishoudster zijn personeel komt vervoegen, gebeuren er een aantal vreemde zaken in het huis. Volgt er toch nog rechtvaardigheid?

Jayro Bustamante, die in 2015 met ‘Ixcanul’ de Grand Prix in Gent won, gebruikt een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van zijn land en koppelt dit op intelligente wijze aan Zuid-Amerikaanse folklore. Via de tragische, mythische figuur van La Llorona - die onheil brengt bij ieder die in haar buurt komt - neemt hij wraak op de hoofdverantwoordelijke van de genocide die in de realiteit de dans ontsprongen is. Hiervoor maakt hij gebruik van horror- en thrillerelementen, maar uiteindelijk is er vooral psychologische oorlogsvoering. De beeldvoering is strak en beheerst, met close-ups waarna traag wordt uitgezoomd als handelsmerk. Mooi gedaan.

Never Grow Old ***

Het is de lugubere paradox van de begrafenisondernemer: als er veel doden vallen, doe je goede zaken. Wat dit met je doet - zeker wanneer je ‘klanten’ op een niet al te koosjere manier aan hun einde komen - is het thema van deze duistere western.

Emile Hirsch speelt de Ierse begrafenisondernemer in een rustig dorpje in het Wilde Westen. De bewoners hebben er - onder invloed van de strenge dominee - drank en gokken afgezworen. Tot drie outlaws opduiken en het plaatsje op korte tijd overnemen. De dodentol stijgt snel, wat de begrafenisondernemer geen windeieren legt. Hiervoor moet hij wel zijn ziel verkopen, iets waar hij het steeds moeilijker mee heeft.

Verwacht geen cactussen, tumbleweeds of andere westernclichés. Hoewel Californië niet ver zou zijn, is het decor van deze western er één van regen en modder. Het beklemtoont de duistere, hopeloze sfeer die over de film hangt. Een dreigende ondertoon wordt lange tijd aangehouden, met dank ook aan de sterke vertolkingen van de slechteriken. Leuk om John Cusack eens de bad guy te zien spelen, en ‘onze’ Sam Louwyck is uitstekend als onberekenbare bruut.
De plot is uiteindelijk te voorspelbaar om het niveau van het begin van de film aan te houden, maar dat vonden we eigenlijk niet zo erg. Originaliteit wordt overschat.

Atlantique *****

Soms weet je al na een paar minuten dat je naar iets sterks aan het kijken bent. ‘Atlantique’ opent met het beeld van een indrukwekkende futuristische wolkenkrabber in opbouw, die vreemd afsteekt boven de andere gebouwen van Dakar. In een volgende scène volgt de camera Souleiman, één van de bouwvakkers van het project, terwijl hij in een open truck met zijn collega’s langs de kust terugrijdt naar hun armoedige wijk. De camera switcht tussen close-ups van zijn gelaat en de indrukwekkende oceaan, oogverblindend verlicht en verhit door de ongenadige zon, begeleid door dreigende, mysterieuze synths. We wisten dat we goed zaten.

Ada is een zeventienjarig meisje, dat verloofd is met de rijke Omar, maar eigenlijk houdt van Souleiman, die al enkele maanden niet meer betaald is. Op een dag beslist hij om met enkele lotgenoten op een bootje te springen en zijn geluk te beproeven in Europa. Voor de niet-ingelichte Ada komt dit nieuws als een donderslag bij heldere hemel. Tot er enkele vreemde voorvallen zijn en er twijfel ontstaat of Souleiman wel echt weg is.

Mati Diop is een bijzonder getalenteerde regisseuse. De manier waarop alles in beeld gebracht wordt, de timing, de sfeer, alles zit juist. Bij momenten hadden we het gevoel er bij te zijn, de hete Senegalese lucht te voelen, de alomtegenwoordige oceaan te ruiken. Dit is hoe wereldcinema moet zijn. Toch merk je ook de westerse invloeden van de in Parijs geboren Diop. Onder meer in de uitstekende soundtrack, een mix van elektronische en traditionele muziek.

We vermoeden dat niet iedereen de surreële elementen die halverwege de film opduiken even sterk kon appreciëren. We hadden ook niet direct een voodoo-twist verwacht, maar ondervonden dat deze magisch-realistische toets het metaforische karakter van het verhaal nog versterkte.

Op deze manier is ‘Atlantique’ ook - via een omweg en zonder al te voor de hand liggend te zijn - een kritiek op de vluchtelingencrisis, vanuit het originele oogpunt van zij die achterblijven. We hebben Grand Prix-winnaar ‘Öndög’ niet gezien, maar ons is het duidelijk welke film de beste was van de voorbije tien dagen.

Releasedatum: 13 november 2019

The Souvenir ***

Regisseuse Joanna Hogg maakte met ‘The Souvenir’ een erg autobiografische film. Hierbij houdt ze het tempo laag, de beeldvoering statisch en het verhaal eerder deprimerend. Allesbehalve een crowdpleaser dus.

Julie is een vierentwintigjarige onzekere filmstudente. Wanneer ze op een feestje de zelfzekere dandy Anthony ontmoet, valt ze als een blok voor hem. Achter zijn chique façade zitten echter ook heel wat persoonlijke demonen verborgen.

‘The Souvenir’ is een coming-of-age drama voor de upper class. We zien de naïeve Julie evolueren naar een zelfstandige vrouw die weet wat ze wil. Hiervoor moet ze wel eerst een veeleisende, destructieve relatie doorspartelen. Met dit basismateriaal valt op zich veel te doen. Maar Hogg houdt het erg sober. Ze is onmiskenbaar een zeer capabele regisseuse en haar keuzes zijn duidelijk bewust. De film behandelt ook enkele zware thema’s. Toch vragen we ons af waarom ze het haar publiek zo moeilijk maakt. “Je wordt er niet direct vrolijk van”, hoorden we iemand zeggen bij het naar buitengaan. Les mots justes.

Beats *** 

Schotland, 1994. De vijftienjarige Johnno (Cristian Ortega) leeft in een arbeiderswijk onder het plak van zijn kleinburgerlijke moeder en stiefvader. Het kneusje brengt zijn vakantie schoorvoetend door als jobstudent in de plaatselijke supermarkt. Zijn impulsief maatje Spanner (Lorn Macdonald) heeft in het dorp dan weer de reputatie een marginale nietsnut te zijn. Om aan hun dagelijkse beslommeringen te ontsnappen, luisteren de twee pubers religieus naar een piratenzender. Wanneer de radiopresentator een gigantische rave in de buurt aankondigt, besluiten de twee pantoffelhelden eropuit te trekken. Maar dat is buiten de wetgever gerekend. Er is namelijk een samenscholingsverbod van kracht op plaatsen met ‘repetitive beats’

Beats doet meer aan als een brave feelgoodfilm in trainingspak dan een rauwe echografie van een subcultuur. Net als Johnno lijkt regisseur Brian Welsh iedereen te willen behagen waardoor de luchtige film een stuk van zijn DNA verliest. De vlijmscherpe synths zijn niet meer dan een soundtrack, de ongure kraakpanden louter decor. Welsh strijkt de rafelige randen van de nineties glad en plaatst stootranden op de scherpe kantjes. Beats is een feestje zonder de kater. XTC zonder de comedown. Anarchie met een kleine a.

De laatste van Welsh mag dan te gereserveerd zijn om een cultstatus te verwerven, sympathiek is zijn langspeler enigszins wel. Daar heeft de magie tussen de vertederende broekventen alles mee te maken. Ortega en Macdonald spelen met verve ‘Sus en Klus’ onder de pillen. Toch ligt de ware charme van de film in zijn cinematografie. Beats is een rooskleurige prent die volledig in zwart-wit is gedraaid. Welsh lengde de grijstinten verder aan met VHS-beelden en polaroidfoto’s. Stroboscopen en trippy visuals maken het plaatje compleet. Visueel weet Beats de jaren negentig te reanimeren. Nu nog een passend plot dat onze harten sneller doet slaan.

Releasedatum: 13 november 2019

Arne Schatteman en Alexander Delport