The Salesman Who

Leeft Daan de Vree op zwart zaad en kan hij zich amper een setje snaren veroorloven? Of heeft hij een aversie voor computers, moderne en tegenwoordig vaak gratis downloadbare opnameapparatuur en plug-ins allerhande? Of is hij een man die gewoon graag alle ballast overboord gooit en naar de essentie graaft? Meer dan de helft van de nummers op zijn MySpace en vi.be-profiel bestaat namelijk uit opnames van een of ander liveconcert(je?) dat de beste man in zijn hoedanigheid van 'The Salesman Who' ergens gaf. De andere helft zijn uiterst sobere tracks met niet veel meer dan stem en gitaar.

Is Daan de Vree een jongen met grote levensvragen? Of heeft hij de dosissen weltschmertz en ander hartzeer, dat hij tot nog toe te verwerken kreeg in zijn prille leven, gewoon heel erg zorgvuldig weten te bottelen, zodat hij over een aardig voorraadje schrijfmateriaal beschikt voor wanneer zijn songwritersziel begint te kriebelen?

Hoe het ook zij, wij vallen ervoor. Genoeg gezomerd. Nu de Herfst met grote H met enige schroom zijn eerste kleuren begint te tonen, vormen de intimistische maar intense liedjes van The Salesman Who een erg passende soundtrack. 

Daan De Vree mag zich een gelukzak noemen dat de natuur hem begiftigde met een stem die, mocht koppelverkoop in dit land toegelaten zijn, gratis bijgevoegd zou moeten worden bij de aankoop van een doe-het-zelf pretpakket 'melancholische liedjes schrijven'. Het is voornamelijk zijn karaktervolle, diepe keelstem (denk het jongere, voor het klassiekere singer-songwriterschap gevallen broertje van Editors-zanger Tom Smith) die zijn songs vertelkracht en geloofwaardigheid geven. We durven er onze nieuwe coole laptop op te verwedden dat deze jongen zelfs een Laura Lynn-song van enig kippenvelgehalte zou kunnen voorzien.

Niet dat er geen kwaliteit te bespeuren valt in de songs zelf. Integendeel: 'Landlord of the mice in Spain' (kan een songtitel meer tot de verbeelding spreken?) is een erg aardig staaltje rijp en doorleefd toondichten, als je het ons vraagt. Het donkere 'Trees with leaves' is zo mogelijk nog indrukwekkender; plak hier wat nepruis of grammofoongekras onder, en je hebt geheid een oude country-blues traditional.

Ook de overige (live-)tracks kunnen ons bekoren. De Vree laat zich hierop begeleiden door ritmesectie en extra gitarist. Zijn band klinkt wat rommelig, maar hey, klonken ook de Hawks (later The Band) niet net zo toen ze ene mijnheer Dylan begeleidden op zijn tournee door een half extatisch, half moord en brand schreeuwend folkminnend Engeland? 'Beard with a brain' is simpelweg een mooi folkpopliedje; 'Double wife, double life' (Mormoonse nijgingen, mijnheer De Vree?) klinkt waarlijk bezeten. In 'Bad toys' ten slotte, krijgen we een contemplatieve en grommende De Vree te horen; heel mooi hoe zijn band hem driekwart ver in de song bijspringt en er alsnog een fijn swingend boeltje van maakt.

Wij zijn benieuwd naar wat een bezoekje aan een opnamestudio of de toevoeging van enkele - al is het maar door goedkope software geleverde - extra arrangementjes met deze songs zouden doen. Maar deze week is The Salesman Who hoe dan ook ónze en bij deze ook úw betrouwbare leverancier voor wat herfstpracht in songformaat.