Sürfhead

Het is opvallend hoe goed tweekoppige man-vrouwformaties het dezer dagen doen.  De formule is uiteraard van alle tijden, maar sinds het succes van groepen als The Kills, The Fiery Furnaces, The Raveonettes en andere White Stripes, lijkt deze vorm van groepsbezetting écht niet meer weg te slaan uit muziekland. Zelf bespraken we enkele weken geleden het fijne Gentse Mary&Me. Deze week op het duomenu: het Brusselse Sürfhead, aka gitarist/liedjesknutselaar Frederik Depoortere en de Belgisch-Britse zangeres/tekstschrijfster Dominique Van Cappellen.

Op het eerste gehoor doet de verzameling liedjes op de Sürfhead-MySpace wat grillig aan. Het zijn een elftal tracks waar moeilijk een genre op te plakken valt, liedjes van uiteenlopende opnamekwaliteit (hoewel het gros eerder lo-fi te noemen is). We horen wat primaire elektronica, rinkelende gitaartjes met veel galm en contemplatieve, poëtische vocals, dit alles wars van alle trends gebracht met een indieattitude.

Van een overdachte productie is hier geen sprake en hier en daar kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het duo Depoortere-Van Cappellen tot die categorie muzikanten behoort die het motto ‘snel inblikken die handel en op naar de volgende twintig nummers' hoog in het vaandel draagt. Maar het moet gezegd: de meeste van deze elf soms wat rommelig aandoende liedjes laten je niet onberoerd.

Twee groepen kunnen we onderscheiden. Deel 1: een viertal instrumentaaltjes die niet onbelangrijk blijken voor de exegese van de groepsnaam van het duo en waarin Depoortere zijn grote liefde - of obsessie? - voor de surfgitaar en de instrumentale protorock uit de jaren vijftig etaleert. Onze favorieten zijn de aangename surf-études ‘The mind has left the building' en ‘Pringle', beide mét charmante, minimale drums-uit-een-doosje. De eervolle vermelding én prijs voor woordspeling-van-de-week is voor ‘The blind surfer'.

Deel 2 is van een andere orde; de stijloefeningen maken plaats voor volwaardige songs. De Buddy Holly-gitaartjes blijven een vast component, maar met de intrede van Van Cappellen spelen die een louter dienende rol. De zangeres wisselt een lage, donkere zangtoon af met zweverige falsetto's en geeft de songs zo de nodige gelaagdheid mee. ‘Pillowhead' is bezwerende lo-fi psychedelica waarin een zacht kirrende Van Cappellen een verleidingsdans aangaat met een snerpende gitaarriff van Depoortere. ‘A terrapin called bill' lijkt ons dan weer een lichtjes gestoord getoonzet verhaaltje over ‘Het leven zoals het is: thirtysomethings in de hoofdstad', met hier en daar een echo van The Smiths in hun meest romantische modus.

Iets heel anders en wat ons betreft hét prijsbeest: ‘Les Soins Du Corps'. De muzikale inventiviteit van Depoortere en vocale veelzijdigheid van Van Cappellen komen mooi samen in deze ode aan/aanklacht tegen de hedendaagse cosmeticacultus. 'To make me beautiful', mijmert Van Cappellen sensueel én ironisch tegelijk, als in een 21ste-eeuwse mantra ...

Of de late dertigers van Sürfhead zélf al toe zijn aan allerlei lichamelijke pepmiddeltjes allerhande, laten we in het midden. Hun muziek is echter zoals hun thuisstad Brussel: grillig, gedeukt, wondermooi en ondanks alles steeds jong en fris; liedjes to make you beautiful, quoi ...