Jef Leyssens

Het MySpace-talent van de week, singer-songwriter Jef Leyssens, is niet thuis. Je leest het goed. Terwijl wij deze woorden trachten neer te pennen op het ritme van de zoveelste zomerse plensbui, trekt dit heerschap doodleuk door Zuid-Amerika, zo lezen wij in één van zijn ook al niet meer zó recente blogs. Wat hij daar zoals uitvreet, daar hebben wij het raden naar. Maar of de goede man zich nu een zonsondergang in de Andes laat welgevallen, vriendschap sluit met een oversociale Vicuñia in Patagonië, een initiatie ‘Samba voor terminaal oncoole Europeanen' volgt of zich tegoed doet aan fajita's en chimichurri ... het maakt ons niet uit. Wij verkeren namelijk in goed songgezelschap op zijn nochtans om begrijpelijke redenen wat verwaarloosde MySpace-stek.

Daarop serveert Leyssens ons enkele wonderbaarlijke, frisse, folky luisterliedjes. Een groot zanger zal de jongeman wellicht niet worden, en toonvastheid is niet bepaald het vak waarin hij aan de universiteit voor de man-met-gitaar met onderscheiding zou afstuderen, maar ... zin voor melodie heeft hij wel. In combinatie met een immer simpele maar doeltreffende akoestische gitaar, tovert hij met zijn permanent licht verkouden stemgeluid de ene na de andere pakkende melodielijn tevoorschijn, die zich bij de eerste luisterbeurt voor enkele uren gezellig in je brein nestelt.

Klasseer deze jongeman niet te snel, zoals wij dat aanvankelijk geneigd waren te doen (we geven het ridderlijk toe), als lo-fi-artiest. Hoewel zijn liedjes duidelijk met niet al te ingewikkeld kunst-en-vliegwerk werden opgenomen en de eenvoud vaak een hoofdrol speelt, weet Leyssens op tijd en stond een muzikaal trukendoosje boven te halen en zijn songs zodoende te marineren in subtiele, verrassende arrangementjes. Vooral zijn liefde voor gelaagd stemmenwerk valt op.

De liedjes van Jef Leyssens zijn intens en toch speels, ze zijn melancholisch maar nooit donker, ze passen bij regenachtige zomerdagen maar dragen toch de hoop op de eerstvolgende zonnestraal in zich.

‘Song for Justine' is hier zo'n beetje de blauwdruk van. Een zacht, wiegend liedje, dat gaandeweg openbloeit met subtiele toeters en bellen, een huilende dobro voorop. Hier en daar horen wij een licht beschonken ‘Lullaby for the working class' doorschemeren. Fijn. Hetzelfde geldt ook voor het sprookjesachtige ‘Big moon', een song die absoluut niet zou misstaan op een Sufjan Stevens-worp. ‘Hollow brown burr' is een dromerig, poppy liedje, vol Beatlesesque akkoorden en intrigerende stemmenlaagjes; hier heeft Leyssens zijn stem erg mooi onder controle.

‘Time and space are one big mess when we undress', zingt Leyssens in het op een heldere gitaargetokkel drijvende liefdesliedje ‘Two square meters'. Het aanzwellend orgeltje op het einde geeft de song een magische toets.

De twee kleppers hebben we echter voor het laatst gelaten. ‘Slow blood' is een bevreemdende, psychedelische folkcompositie. Misschien ook meer ‘compositie' dan song, want eigenlijk zijn dit drie liedjes in één. Van een wat contemplatief, rustige beginstukje kom je, via een vreemdsoortig geronk, terecht in een Beach-boys-meets-kerkgezang-pastiche, die op 2:30 plots overgaat in een compleet nieuwe song, ondersteund door bas, lichte drum en strijkers. Ideeën genoeg, deze jongen. Magnum opus is echter ‘Grunewald': een intense en intelligent uitgewerkte balade, met een gast- en glansrol voor de Nieuw-Zeelandse zangeres Lucy McMillan. Klasse.

Aan CE-lezers die momenteel ergens in Zuid-Amerika op schok zijn: indien ene Jef Leyssens jullie aanspreekt om een taxi te delen of een tequila-feestje te bouwen: gelieve hem op het hart te drukken een beetje voorzichtig te zijn en vooral naar huis te komen en die gitaar terug ter hand te nemen ...