Isbells

Wie, zoals ondergetekende, zijn leven, of toch een gedeelte ervan, wijdt aan de zoektocht naar mooie muziekjes, kan soms niet anders dan denken dat die muziekwereld er een is waarin geesten hun vaste stek hebben. Muzikale geesten uit het verleden, bedoelen wij. Goed volk, quoi.

Neem nu Nick Drake. Koning, keizer, grootmeester van het introverte, melancholische lied. Oppertreurwilg. De fragiele Engelse bard met granieten vingers en satijnen stem vertrok 35 jaar geleden al - de ultieme rock-‘n-roll-leeftijd van 27 nauwelijks bereikt - naar de eeuwige folkvelden, maar sindsdien lijkt het alsof hij nooit meer is weggeweest. Uiteraard op de eerste plaats via zijn eigen onnavolgbaar oeuvre (dat, geheel volgens de aloude cynische marketingwet ‘Sterf en je zal verkopen' over de platenboertoonbank blijft gaan), maar ook door de invloed die hij blijft uitoefenen op nieuwe generaties. Recente voorbeelden? Neil Halstead, José Gonzales. Laten we Becks meesterwerk ‘Sea change' niet vergeten. Recentelijk was er ook ‘Turning down water for air' van James Yuill.

Na de Britse, Amerikaanse en Zweedse, tijd voor een Belgische fakkeldrager van de
‘introverte akoestische songsmederij'? Wordt aan gewerkt. Want, vrienden van de muzikale poëzie, wij stellen u voor: The Isbells. Te oordelen aan de erg spaarzaam opgevulde MySpace-pagina verkeert deze groep nog volop in haar wordings- en zoekfase. Maar wat ze tot nu toe al gevonden hebben is het onsterfelijke epitheton ‘MySpace-band van de week' nu al meer dan waard. Drie subtiele pareltjes van songs vallen er te beluisteren. De typische repetitieve gitaartokkel in swing-candens van ‘Maybe' zal velen doen begrijpen waarom we deze review begonnen met een wellicht ietwat té uitgebreide Drake-inleiding. Prachtig hoe de aandacht helemaal uitgaat naar de heerlijk meerstemmige ‘oo-hoo's'. Het op ijle, open gitaarakkoorden zwevende ‘I'm coming home' is zo mogelijk nog mooier, verrassender... Met ‘Dreamer' tonen The Isbells aan dat een goede song aan twee à drie akkoorden genoeg kan hebben; de groep, hoe pril ook, heeft klaarblijkelijk al begrepen hoe je zo'n song ook kan laten openbloeien. Bouwmateriaal hiervoor vormt hun eclectisch en functioneel instrumentarium: naast de dragende akoestische gitaar ook nog spaarzame blazers, delicaat slagwerk (let eens op die uiterst doeltreffende en strategisch geplaatste vibrafoon in ‘I'm coming Home'!), hier en daar op tapijtjes van bescheiden keyboards en elektrische gitaren. It does the job.

De grootste troef in deze composities vormt wellicht de fluweelzachte maar zelfzekere stem van hoofd-Isbell Gaetan Vandewoude. Een stem die reflecteer, berust, maar ook streelt, hoopt, vooruit kijkt, belooft... De warme backings van Naima Joris versterken dit nog.

The Isbells zijn nog aan het groeien. Iets zegt ons dat ze momenteel keihard aan hun materiaal sleutelen, of dit nu gebeurt in een afgelegen berghut in de Noord-Amerikaanse wildernis of in een jeugdhonk in Erps-Kwerps. Geen idee of de geest van Nick Drake hen daarbij nog vaak zal bezoeken. Goed mogelijk dat ze zich daar allesbehalve van bewust zijn. Epigonen zijn ze allerminst. Veelbelovend, daarentegen...

(nvdr 14/10/09: redacteur Giannia Marzo speelt intussen zelf bij Isbells, deze recensie werd lang voor dat het geval was geschreven)