Frank en Leen

Iemand ooit al eens een ambient art rock boy band aan het werk gehoord? Wij alleszins niet. Naar eigen zeggen is het collectief Frank en Leen de trotse beoefenaar van dit genre dat wij (we hebben het gecontroleerd) nooit eerder tegenkwamen.

Frank en Leen is geen man-vrouwduo met weinig zin voor verbeelding wat groepsnamen betreft. Eerder een - volgens ons toch - fris gezelschap van prettig gestoorde jongens voorzien van de nodige dosis zelfrelativering, dit evenwel gekoppeld aan een muzikale bagage en vakmanschap waar wij toch even niet goed van waren. Deze heren beheersen hun instrumenten namelijk voortreffelijk en weten verdomd goed waar ze naartoe willen met hun muziek. Al verklaren ze de onstaansgeschiedenis ervan aan de hand van een uit redelijk surreële wateren opgevist sprookje rond de mysterieuze vangst van een ... potvis?! Vraag ons niet wat het betekent. Hilarisch is het wel.

De muziek is niet bepaald in een hokje onder te brengen. Niet dat we geen echo's van bestaande bands opvangen. Als muziekliefhebber moet je er bij tracks als ‘Sparewhale' en ‘Sileg' vijftien jaar eenzaamheid in een tentje in de Negev-woestijn hebben opzitten om er de invloed van een groep als Air niet in te herkennen. Let vooral op de sfeervolle keyboards en synths, die als tapijtje dienen bij de warme, chromatische baslijnen. Net zoals de Franse pioniers van de dromerige euro-synthpop ligt bij elke track de nadruk op het instrumentale.

Hoewel: in geen van de vier songs op hun vi.be-pagina ontbreekt het aan vocaal werk. Alleen: alledaagse lyrics kunnen we dit met de beste wil van de wereld niet noemen. Het funky en tegelijk spannende ‘LaDa' bevat niet meer dan wat primair, nonsensicaal geneuzel en geneurie dat na een tijdje uitmondt in een gedoseerd potje melodieus schreeuwen. In het knap opgebouwde, werkelijk verbluffend openspattende en door strakke gitaren voortgestuwde ‘Sileg' horen we een vervormde stem op mechanische wijze cijfers in willekeurige volgorde opdreunen. Bevreemdend, maar o zo cool. We doen het niet expres, maar ook hier brengen de sfeer en opbouw van de song ons een stel Fransozen in gedachten. Meer bepaald Airs stadgenoten Phoenix, en dat met hun song ‘Funky squaredance': even grillig, boeiend en verrassend. ‘Sparewhale' is dan weer zo psychedelisch als een zwempartijtje met pastelkleurige potvissen. En wat de heren van Frank en Leen ons precies proberen te vertellen over de eightiesgroep Hall & Oates in ‘New dear‘ zal ons altijd wel een raadsel blijven.

Eén ding staat wel vast: de banaliteit van de groepsnaam 'Frank en Leen' is absoluut omgekeerd evenredig aan de originaliteit en spitsvondigheid waarvan de groep getuigt in zijn composities. Wie op hun MySpace de korte reportage over hun deelname aan het Westtalent-concours aandachtig bekijkt, kan zien dat deze jongens al het lekkers dat ze ons hier in demovorm serveren, ook live kunnen waarmaken. Iets om naar uit te kijken. Vergeet je opblaasbare potvis vooral niet ...