Chinees

Chinees. Het zou de tweede moeilijkste taal op de wereld zijn. Ook Nederlands staat in de top drie van moeilijk te beheersen talen. Misschien zit daar dan de uitdaging van al die studenten sinologie: testen welke taal het moeilijkste is. En dan zitten ze daar op het einde van het schooljaar en beleven ze een nederlaag. Of net niet, ze triomferen een weekje en trekken zich dan terug in de keuken van de dichtstbijzijnde afhaalchinees. Na overdosissen Bami Goreng en gefrituurde tofu kunnen ze de menukaart in Chinese tekens foutloos overpennen.

Maar wat ben je nu met tekens als je gewoon een geel vlak kunt gebruiken om te vertellen wie je bent? Bob Wilson klinkt als een fout alterego van iemand die heel graag onbekend wil blijven. Trouwens, verwacht je dat iemand met zo'n Angelsaksische naam de Nederlandse taal in zijn liedje een warm hart toedraagt? Ook al klinkt de tekst van het achtergrondkoortje venijnig veel als disturbing. 'Ik geef me over, ik geef het toe'. Muzikaal leunt Chinees dicht aan bij Yum met zijn simpele knutseltronica. Een simpel gitaarriedeltje in oneindige herhaling, af en toe gebroken door een uitgeschoven feedbackende riff op een simpele drumbeat. Meer hoeft dat soms niet te zijn. Meer is er ook niet.