Bobby Sandal

Je lief kwijtspelen aan een half bataljon scoutskerels en bijgevolg meegesleurd worden in een geestelijke roetsjbaan van seksuele complexen, zelfmedelijden, overmatig drank-, sigaretten- en Kleenexgebruik, met tussendoor enkele pitstops langs respectievelijk gênante en nog gênantere pleisterplaatsen op ‘Heartbreak avenue'... We wensen het niemand toe. Tenzij hieruit een merkwaardig liedjesoeuvre ontspruit als dat van Bobby Sandal.

Het gebeurt niet vaak dat we zo misleid worden bij een MySpace-bezoekje aan een ons nog onbekende artiest. Via de in random-mode ingestelde speler werden we verwelkomd door een voor zijn ‘Attention seeking disorder' verontschuldigende Sandal. Een kletterend, ruw gestrumd akoestisch gitaartje en een wat pijnlijk overstuurde vocaltrack wekken even de indruk dat we te maken hebben met iemand die het diploma ‘4-tracking, enkele basisbegrippen' nét niet haalde. Maar al snel valt de zelfverzekerde stem en frasering op waarmee Sandal zijn teksten declameert. Aan het speelse orgelpartijtje dat in de verre achtergrond komt piepen en de kinderlijk surreële break die de song letterlijk in twee snijdt hoor je: deze man weet verdammt goed waar hij mee bezig is. En dan, als spreekwoordelijke kers: de vaste speler binnen het Dylaneske canon. Een prettig, relativerend en tegelijk krachtig stukje mondmuziek, dat ook in enkele andere songs voor de nodige, troostende zonnestraaltjes zorgt.

Nu we het toch over de Folkbard der Folkbarden hebben: zelden een Belgische artiest zo dicht de verpletterende euforie van de aanhef van ‘Like a rolling stone' weten te benaderen (neen, zelfs u niet, beste Admiraal F.) als Sandal dat doet in de fijne folkrock-ballade ‘Poor Bobby'. Hier en daar horen we ook enkele oorstrelende echo's van de onvolprezen Richard Swift, met wie Sandal zowel stemgeluid, zin voor melodie als gezonde ‘je m'en fous'-attitude gemeen lijkt te hebben.

Maar de goede man heeft ook andere troeven. Wapens om zijn demonen te verdrijven blijven: gitaar, stem en spaarzame toeters en bellen. Maar wat hij ermee doet in het onheilspellende ‘Evil mistress' en het dromerig repetitieve ‘Window' is van een andere, veel introvertere en donkerdere orde. Het vreemdsoortige geweeklaag dat in ‘Windows' te horen is, jaagt je de stuipen op het lijf, maar wel dat soort stuipen waarvan je graag een six-pack in huis haalt voor de koude winteravonden... Als je goed kijkt/luistert, word je vanzelf een psychedelisch folkwolkje gewaar, van waarop Devendra Banhardt (die Sandal zelf als één van zijn invloeden vermeldt), goedkeurend toekijkt.

Tekstueel valt er ook echt wel te smullen... In één van de op de MySpace-pagina geposte reviews merkt een buitenlandse fan/recensent terecht op hoe gelaagd, divers en gesofisticeerd de teksten van deze jongeman zijn. Al dan niet subtiele en seksueel getinte sneren jegens het ‘andere geslacht', onvervalste maar van alle klefheid ontdane romantiek, associatief-filosofische bespiegelingen... You name it, het zit er allemaal in. En, niet onbelangrijk: een flinke pond humor is het glijmiddel in zowat elke song.

Onze favoriet? Wellicht het zowel politiek incorrecte als lieflijke ‘Xcept having it with you'. ‘Nothing beats having sex on the kitchen table, nothing beats having sex when you're disabled'. Waar haalt hij het? (Maar: wie zijn wij om dit tegen te spreken?)

Achter de naam Bobby Sandal gaat de 25-jarige Jelle Van Rossem uit Mechelen schuil. Geen idee of de man al de in zijn songs zo sappig beschreven fratsen werkelijk beleefd heeft; goed mogelijk dat hij in het echte leven een rustig, voorbeeldig leventje leidt in de stad der Maanblussers. Maar zolang hij de in hemzelf én ons opborrelende donkere zieleroerselen weet te blussen, maakt het ons geen fluit uit...