Asta

Is het Nederlandstalige lied terug in opmars? Te oordelen aan het in de eigen taal zingend talent dat de afgelopen maanden in deze rubriek passeerde, zouden wij geneigd zijn het op een heftig knikken te zetten. Getuige ons vi.be-talent van de week, de Hasseltse Wouter Thijssen, alias Asta.

Het eerste gevoel dat ons bekruipt bij het beluisteren van de drie tracks op diens vi.be-profiel, is er één van pure euforie: Nederlandstalige rock is dan toch niet dood en begraven. Met al ons respect voor de fijnbesnaarde dames en heren van het hedendaagse Nederlandstalige lichte lied die dagelijks de Vlaamse ether bevolken: met uitzondering van anciens als De Mens, Gorki of de tegenwoordig solo door het muzikale landschap banjerende heer Meuris, valt er daar bitter weinig te rocken.

Maar nu is er dus Asta. Let op. Niet dat Hasselaar nu wijdbeens de ene rockanthem na ander uit zijn viersnaar slaat. Zijn muzikale maaksels zitten met anderhalf been in popland. Vooral ‘Stil geluk’ heeft iets erg lichtvoetigs, met dat speelse funkgitaartje dat doorheen de song dartelt. 'Pure kamikaze' had dan weer zo uit het gigantische oeuvre van De Mens kunnen komen na een hevige vrijpartij met Spinvis. Het stemtimbre van Wouter Thijssen is heerlijk warm en zijn perfecte dictie is een waar rustpunt. De nostalgie van in eigen streektaal te zitten, heeft al lang zijn verzadigingspunt bereikt. Trop is te veel en net daarom is het fijn genieten van Asta. In 'BXL, mon espoir' loopt Asta verloren in een verre stad en klinkt deze Limburger als een doorwinterde en door weemoed bevangen Brabander.

Limburger, wereldburger. Klopt helemaal. Alleen zal het Nederlands zijn bekendheid beperken tot zijn vaderland. Maar dat ligt al jaren smekend te kreunen op nieuw en verstaanbaar rockend talent. Asta is bijgevolg ongelooflijk in 't oog te houden.

En ja, wij zijn ook benieuwd naar het vervolg van het plagende 'Hasseltse straten'-intro.