Animal Wonka

Er zijn van die dagen dat het niet complex genoeg voor ons kan zijn. Dat onze rustloze, altijd zoekende melofiele ziel enkel en alleen vrede neemt met een schijfje muziek dat wringt en tegenspartelt, krabt en klauwt als een wilde kat en ons eerst volledig knock-out slaat voordat het zijn schoonheid prijsgeeft en daarna - eind goed al goed - een definitief plaatsje in ons hart verovert.

Laat ons duidelijk zijn: Animal Wonka, onze MySpace/vi.be-band van de week, behoort niet tot deze categorie. Geen diep gefrons bij het horen van hun vijf tracks, geen prevelend ‘wat hiermee aangevangen'. Neen, onze kaakspieren maakten zich al op voor de obligate geeuw die dit soort rechttoe rechtaan rock doorgaans bij ons weet te ontlokken.

Maar kijk eens aan: die geeuw bleef uit. Een aantal minuten en aanstekelijke refreinen later begon ons hoofdje zelfs spontaan goedkeurend mee te knikken.

Neen, minutieus en met monnikengeduld geborduurde caleidoscopische popminiatuurtjes zijn dit niet bepaald, maar de dame en heren van Animal Wonka trakteren ons wel op een setje lentefrisse gitaarliedjes die er ingaan als zoete koek. Je weet wel, het gevoel dat je hebt bij het openen van een vers pak koekjes, en voor je het weet heb je een half pak achter de kiezen. Zo voelen de liedjes van deze Roald Dahl-fans aan.

Animal Wonka is een trio en dat hoor je duidelijk aan het franjeloze, wat broze arrangement van hun maaksels. Indien het repetitiehok van dit gezelschap ergens in de West Coast van de U.S of A zou liggen, zou het kwestie van maanden zijn voordat een slimme producer hen onder handen zou nemen, hen een gezwollen sound zou aanmeten om hen dan succesvol te slijten als the next big rock thing. Maar bon, dit is Vlaanderen, en maar goed ook. De kristalheldere bas-gitaar-drums-aanpak laat horen dat zanger-gitarist Frederik Bisschop een paar beresterke songs in de pen heeft steken, die hij de van de nodige diepte en doorleefdheid weet te voorzien met zijn licht hese, bij momenten emotionele en soms in goed gecontroleerd falsetto overslaande stem. In bassiste Petra Steenput en drummer Tom Mulder heeft Bisschop een waardevolle, stevige ritmetandem om zijn toch wel gevoelige liedjes van de broodnodige cojones te kunnen voorzien.

Een gevoelige jongen is hij wel degelijk. In ‘Don't let the children go to waste', dat ons het helaas wat vergeten Wheat in gedachten brengt, weet hij bij ons onmiddellijk de nochtans goed verborgen gevoelige snaar te vinden en lustig te betokkelen. Idem voor ‘Bound to love you Metal Molly' (een liefdesverklaring aan hun Tremelose tieneridolen?): mooie, ingetogen West Coast-melancholie. ‘When I turn to you' en het sexy ‘Plain is bad' rocken dan weer een lekker eind weg. ‘Song #38' is een moment de gloire voor bassiste Steenput, op wiens coole, heerlijk vettige basfond de twee heren lekker loos weten te gaan. Een zoveelste gitaargroepje, zeg je? Misschien. Maar het zoveelste bewijs dat er soms niet meer nodig is dan een mooi liedje, een goedzittende riff, en een gedreven trio die dit met overtuiging en liefde weet te brengen. Rock on, Animal Wonka ...