Bevergem

’t Is genurft

“Wij gaan Canvas redden,” orakelde Bart Vanneste een paar maanden geleden in De Morgen, en zie daar: hij heeft gelijk gekregen. Nu ja, zo’n verrassing was het ook weer niet. Eens om de zoveel tijd – wanneer Jupiter en Saturnus op één lijn staan – heb je wel eens een Vlaamse fictiereeks waaraan alles lijkt te kloppen. Van beeld en verhaal tot de acteerprestaties. En die tijd is weer aangebroken met ‘Bevergem’, een reeks met zulke kleurrijke personages dat er zelfs geen tienduizend luchtballonen tegenop konden. En met Freddy De Vadder natuurlijk, de stand-up comedian die in het ogenschijnlijk doodsaaie dorpje genaamd Bevergem komt wonen. Waarom? Dat weet niemand.

“Maybe that's what hell is: the entire rest of eternity spent in fucking Bruges,” prevelde Collin Farrel enkele jaren geleden in de film ‘In Bruges’, en die vergelijking valt wel te trekken met ‘Bevergem’. Wanneer Freddy in het dorp aankomt, lijkt hij zich in het hol van Pluto te bevinden. Een plek waar de tijd schijnbaar een aantal jaren stil is blijven staan en waar niemand hem dus kan vinden.  Maar een serie over Freddy De Vadder is ‘Bevergem’ niet. Freddy vormt slechts de katalysator van de gebeurtenissen die de personages overkomen, en ondertussen onderwijst hij hen over zijn visie op het leven. Freddy, de profeet van Bevergem zeg maar. Het verklaart ook meteen de hilarische Christusmetafoor die in de latere afleveringen aan bod komt.

En het is dat oog voor detail dat ‘Bevergem’ zo goed maakt. De scenaristen hebben lang aan het script gewerkt en die noeste arbeid werpt zijn vruchten af. ‘Bevergem’ bulkt van de geniale vondsten – soms subtiel, soms recht in het gezicht – en het zijn die ideeën die de reeks boven de middelmaat doen uitstijgen. De running jokes worden bovendien niet uitgemolken en geen enkel personage voelt overbodig aan. De spiegel die de makers het (West-)Vlaamse rurale leven voorhouden werkt dan weer confronterend, maar is ook liefdevol. De personages zijn met de blote handen uit de Vlaemschen klei onttrokken, maar voelen ondertussen ook heel universeel aan. Bevergem is de wereld en de wereld is Bevergem, quoi.

Dat universele karakter wordt ook nog eens extra in de verf gezet door de beelden van regisseur Gilles Coulier en zijn director of photography David Williamson. Ondersteund door een swingende soundtrack (Stevie Wonder! The Bee Gees! Fleetwood Mac!) spat de goesting om een topreeks te maken van het scherm. De uitgekiende regie doet het verhaal helemaal tot leven komen, maar een grote eer gaat daarvoor ook naar de acteurs die stuk voor stuk een doorleefde vertolking afleveren. De Vlamingen zijn een volk van mompelaars, en dat werd nog nooit zo overtuigend neergezet. Je gelooft de personages, hoe onhebbelijk en larger than life ze ook wel eens overkomen.

En dat is misschien de sleutel tot het succes: de haast meticuleuze balans tussen absurdisme, dramatiek en humor die de makers bewandelen. ‘Bevergem’ behoort daarmee in ieder geval tot het selecte kransje van fictiereeksen dat we graag onder de noemer ‘Vlaamse tragedie’ scharen, zowat de ultieme vorm van Vlaamse fictie. In Scandinavië hebben ze de crime noir, maar hier in Vlaanderen hebben we de tragiek – en vooral de humor – van het grote en kleine leven maar al te zeer onder de knie. Chapeau.

Lang geleden trouwens dat we even hard uitkeken naar de eindcredits als de aflevering zelf. Het kan verkeren.

Foto header: Jonas Demeulemeester