Wiener Staatsoper, 'Lohengrin’

Er was eens een liefde

Er was eens een opera met sprookjesachtige elementen, van een fabelachtige schoonheid. Goed en kwaad worden er als forse tegenstellingen in getypeerd, terwijl ook goddelijke onschuld en soeverein machtsvertoon verwerkelijkt worden via de partituur. Ideaal materiaal dus voor een regisseur met verbeeldingskracht. Wat de muziek op zichzelf al uitbeeldt, moet visueel immers niet dunnetjes worden overgedaan.

Met andere woorden: de kunst van een intrigerende mise-en-scène bestaat uit het in een andere dimensie met Wagners fantasie aan de slag te gaan. Net dat laat regisseur Andreas Homoki echter na. Zijn enscenering is een fletse bloemlezing van voorgekauwd materiaal, waaruit een onbegrijpelijke weigering spreekt om opera in de wereld van vandaag in te bedden.

'Lohengrin' is de opera rondom de verboden vraag naar naam en afkomst van het titelpersonage. Elsa, die door haar ridder (en zijn witte zwaan) van een malafide terechtstelling gespaard blijft, kan het echter niet laten. Fataal voor haar grote liefde is dat ze die liefde wil kennen - van een tijdloos onderwerp gesproken! Homoki laat het koor De Brabanders echter aantreden in de taal van de overdrijving, de kostuums conform de traditie en met rekwisieten van op zolder. Als de partituur niet zo schandalig interessant zou zijn, was het predikaat 'geestdodend' hier ongetwijfeld op zijn plaats. Het is immers statigheid troef in deze duffe demonstratie van wat het libretto voorschrijft.

Dirigent Graeme Jenkins maakt zich net als Homokis overigens schuldig aan erg nadrukkelijke typeringen. Evenwel is dat muzikaal niet eens half zo storend, behalve op de momenten waar de Engelsman met sterke volumina denkt te kunnen scoren. Luid schallende kopers, beukend slagwerk en strijkers in vol ornaat: het blijkt, naarmate de finale in zicht komt, een aanvechting die Graeme af en toe niet kan weerstaan. Spijtig, want aan Wagners schriftuur bombarie toevoegen, is echt niet nodig.

Verder benadert de dirigent de koor- en orkestpartijen in blokken. Tragisch, extatisch, wanhopig, intriest: ze vloeien niet naadloos in elkaar over, maar worden niettemin afgerond, keurig gepresenteerd. Op enkele ongelijke inzetten tussen koor en orkest en onnauwkeurigheden bij de kopers na, betreft het hier wel een verdienstelijke lezing.

Vocaal kruipen Thomas Johannes Mayer en Michaela Schuster ten slotte allebei diep in hun verdorven rol. Vooral die laatste legt het er helaas erg dik op, maar ook zij maakt zich schuldig aan het fysieke overdrijven van wat de oren al veel eerder te weten zijn gekomen. Het meest problematisch is echter Herbert Lippert, die Burkhard Fritz vervangt in de hoofdrol. De tenor mist helderheid, glans en vooral een stabiele toon, waardoor niet enkel de samenzang met zijn collegae bezoedeld raakt, maar eigenlijk ook zijn solo’s met orkest.

Hoewel er verder goed wordt gezongen, trekt Lippert een streep door de muzikale luister van de avond. Dat hij tijdens het applaus een paar afkeurende kreten moest incasseren, was kortom niet onterecht. Wie zijn rol slechts op deze manier gestalte kan geven, hoort niet thuis op een podium zoals dat van de Weense Staatsoper. Wie weet dat deze productie in 2014 met niemand minder dan Klaus Florian Vogt in première is gegaan, beseft hoe schrijnend de aanwezigheid van Lippert is.

Hoog tijd dus om een andere vervanger op te trommelen. ‘Lohengrin’ staat of valt nu eenmaal bij diegene die dat personage vertolkt. 

Details Podium
Er was eens een liefde…
Dirigent: Graeme Jenkins
Regie: Andreas Homoki
Realisatie: Wolfgang Gussmann
Licht: Franck Evin
Dramaturgie: Werner Hintze
Koorleiding: Thomas Lang
Zang: Kwangchul Youn, Herbert Lippert, Camilla Nylund, Thomas Johannes Mayer, Michaela Schuster, Adam Plachetka
Foto's (oorspronkelijke bezetting): Michael Pöhn
Koor & orkest: Chor & Orchester der Wiener Staatsoper
Location:
Wiener Staatsoper
Datum opvoering:
2016-05-14 00:00:00