Ultimo

'Ik wil iets wat verloren is’

‘Een sterk verhaal neemt vrede met een sobere enscenering.’ Dat moet regisseur Dirk Groeneveld meteen gevoeld hebben toen hij Alessandro Baricco’s ‘Dit verhaal’ las. Baricco, vooral bekend van zijn roman ‘Zijde’ maar sedert zijn essayistische ‘De barbaren’ tevens actief als cultuurfilosoof, is inmiddels een van Italië’s meest gevierde schrijvers. Geboren en getogen in Turijn, zoals gekend de stad die zo lang als er auto’s bestaan een prominente rol heeft gespeeld in hun productie, heeft Baricco een fascinatie voor de racesport. Hoewel de auteur niet de gewoonte heeft zijn romans aan personen op te dragen, zou indien dat anders was motorijder Valentino Rossi diegene zijn wiens naam op de eerste pagina van ‘Questa storia’ zou prijken. Het racen loopt dan ook als een rode draad door de vertelling heen, hoewel Baricco het gegeven vooral aangrijpt om een universeel, ontroerend verhaal uit de doeken te doen.

Porgy Franssen en Ariane Schluter vertellen het leven van Ultimo Parri, een zonderlinge jongen die uitgroeit tot een kwetsbare volwassene met een wel erg bijzondere aspiratie: het bouwen van een afgesloten racecircuit. Hij groeit op in een gezin dat door een tragedie – hoe anders getriggerd dan door een herkenbaar liefdesverhaal? – innerlijk wordt verscheurd. Ultimo, een naam voor een Italiaans kind geboren in een gezin dat te kennen wil geven dat er geen andere nakomelingen meer verwacht hoeven te worden, verkast daarop naar de Verenigde Staten en komt op zijn beurt in contact met wat de liefde van zijn leven zal blijken te zijn. Het dramatische is dat de karakters van Baricco pas zoveel jaar later, als ze getekend zijn door andere, minder bevredigende ervaringen, inzien dat het anders had gemoeten. Dat onbegrijpelijke talent dat we hebben, om dat wat we zijn te reduceren tot onvolmaaktheid, of zelfs tot vergissing’, aldus de schrijver. Anderhalf uur melancholie verzekerd dus, hoewel Franssen en Schluter ook de humoristische finesses van de tekst helemaal onder de knie hebben.

Op het toneel werd een houten racecircuit nagebouwd, dat zich tegelijk ontpopt tot multifunctioneel decor waarmee het acteursduo ongedwongen aan de slag gaat. Franssen en Schluter zijn heerlijk om aan het werk te zien: bijna op het nonchalante af, uitstekend op elkaar ingespeeld en uitgebalanceerd qua ritme en dynamiek. Uiteraard moet een roman van bijna 300 bladzijden aardig worden gereduceerd om het hele relaas in minder dan negentig minuten verteld te krijgen. Alleen wie het boek kent, zal het gevoel hebben dat bij deze reductie essentialia zijn verloren gegaan, zoals de huiveringwekkende beschrijvingen van de loopgraven. Een heikel punt is wel de term ‘muziektheater’ die deze voorstelling zichzelf aanmeet. Cellist Harald Austbø strooit immers wel een aantal leuke vondsten in het rond, maar tegelijk haalt het Bach-cliché de originaliteit wat uit de voorstelling. Daarnaast speelt Austbø nogal scherp, wat wringt met de ontroerende tederheid van Franssen en Schluter.

Het sensuele in Baricco’s beschrijvingen neemt het acteursduo overigens prachtig mee naar scène. Nooit is er een hang naar het pikante: de seksualiteit wordt voortdurend als een natuurlijk element van de romantische beleving neergepoot. ‘Ultimo’ is erg genietbaar en evenwichtig teksttheater: niet het toneel waarin grote waarheden worden verkondigd, maar wel puur vakmanschap waarin pleisters worden gekleefd op wonden die elk mens doorheen de jaren oploopt.

Deze dvd is te bestellen via de website van de Stichting Toneel en Televisie (sttv.nl).

Details Podium-DVD
'Ultimo' als ultiem teksttheater?
Tekst: Alessandro Baricco
Regie: Dirk Groeneveld
Spel: Ariane Schluter, Porgy Franssen
Cello: Harald Austbø
Televisie-regie: Hans Hulscher
Gezelschap: Het Nationale Toneel, Orkater
Co-productie Toneelregistratie: STTV
Location:
Koninklijke Schouwburg Den Haag