Toneelhuis, ‘Het kleine meisje van meneer Linh’

Kameraad of klankbord?

Tijdens het creatieproces van een dialoog een acteur door oververmoeidheid zien uitvallen: voor een regisseur moet het een nachtmerrie zijn. Of niet? Het overkwam Guy Cassiers in de aanloop naar de première van ‘Het kleine meisje van meneer Linh’, een bewerking van Philippe Claudels gelijknamige roman. Plots moest de voorstelling omgevormd worden tot een monoloog, waarin Koen De Sutter tegelijk stem en tegenstem zou vertolken. Cassiers heeft echter van de vloek een zegen gemaakt. Geen mens weet hoe de creatie er met Gene Bervoets zou hebben uitgezien, maar het heeft er alle schijn van dat de regisseur de essentie van de roman juist dichter genaderd is door met slechts een vertolker te werken.

Waarover gaat ‘Het kleine meisje van meneer Linh’? De plot volgt een oude man die zijn vaderland moet verlaten naar aanleiding van een gewapend conflict. Alleen zijn kleindochter heeft het bloedbad overleefd. Samen worden ze in ‘een land zonder geur’ ondergebracht. De dagen zijn in de naamloze instelling behalve geur- ook kleurloos, tot meneer Linh een zekere meneer Bark ontmoet. Het is het begin van een wederkerige vriendschap. Of beter: van het idee daarvan. Heren Linh en Bark kunnen immers niet met elkaar communiceren, omdat ze geen gemeenschappelijke taal hebben. Niettemin voelen ze de goedheid van elkaars intenties aan, en geven ze elkaar een forum voor verdriet, heimwee en herinneringen.

De ander is alleen al als klankbord therapeutisch, en net de verdubbeling van De Sutter als acteur maakt dat klankbord zichtbaar. De dagelijkse ontmoeting tussen beiden ontleent haar waarde aan het feit dat ze in beide richtingen een spiegel vormt: zowel meneer Linh als meneer Bark lezen de beantwoording van hun eigen verwachtingen in het gedrag van de tegenpartij – ongeacht wat die tegenpartij écht denkt of zegt. Hun ‘vriendschap’ blijkt met andere woorden perfect wederkerig, zij het dat de ander nooit een volwaardige tegenpartij kan worden bij de gratie van het ontbreken van taal. Gaat ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ dus over vriendschap? Juister is allicht de bewering dat Claudel het over de perceptie en de noodzaak van de ander heeft – een ander die het zelf maar al te graag construeert.

De afwikkeling van de plot, waarin een onthulling wordt gedaan omtrent de kleindochter, ligt alleszins in het verlengde van die denkpiste. Bovendien is het geen toeval dat Cassiers ruis laat horen wanneer een tolk via de projecties op de achterwand het woord neemt. Waar taal is, neemt meneer Linh slechts distorsie waar: zijn blik op de werkelijkheid verdraagt geen intrusie. Reminiscenties aan zijn heimat manifesteren zich dan ook niet toevallig in de woordeloze context van muziek. Vertrekkend vanuit een elementaire melodie wordt het thema doorheen de opvoering gevarieerd. Hoe meer tijd er verstrijkt, hoe meer de adaptatie van de oorspronkelijke vorm vervreemdt. Het is een prachtige metafoor voor de werking van het geheugen, dat elk souvenir erodeert en bijschaaft, al naargelang de omstandigheden in het hier en nu.

De maatschappelijke dimensie van ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ heeft het voorbije decennium ten slotte niet aan actualiteitswaarde ingeboet. Zo wordt meneer Linh voorgesteld als een speelbal van een ambtenarij die beslissingen neemt zonder zelfs maar naar zijn wensen te vragen. De migrant moet vooral in de pas lopen en geen heibel veroorzaken, zo lijkt het. Is dat het soort beleid dat voor ‘menselijk’ moet doorgaan?

Details Podium
Kameraad of klankbord?
Regie & vormgeving: Guy Cassiers
Tekst: Philippe Claudel
Dramaturgie: Erwin Jans
Spel: Koen De Sutter
Video-ontwerp: Klaas Verpoest
Geluidsontwerp: Diederik De Cock, Koen De Sutter
Lichtadvies: Ken Hioco
Kostuumadvies: Tim Van Steenbergen
Foto's: Kurt Van der Elst
Productie: Toneelhuis
Location:
CC Sint-Niklaas
Datum opvoering:
2018-05-22 00:00:00