Tom Lanoye & Behoud de Begeerte, 'Ten oorlog'

Shakespeare in veelvoud

Geen stuk dat het Nederlandstalige theaterpubliek liever hernomen zou zien dan ‘Ten oorlog’, Tom Lanoyes bewerking van Shakespeares achtdelige 'The war of the roses'. Inmiddels twee decennia geleden vond de creatie van die spraakmakende productie plaats. Luc Perceval zou er als regisseur veel bijval mee oogsten, net als de cast. Onder meer Jan Decleir, Wim Opbrouck en Els Dottermans maakten het stuk onsterfelijk. Tegenwoordig is het evenwel Lanoye zelf die met zijn tekst Vlaanderen en Nederland doorkruist.

Lanoye heeft het twee decennia geleden niet bij een opgesmukte ver- of hertaling gelaten. Integendeel koos hij voor een adaptatie, waarin hij aan elk van de koninklijke personages een bepaald taalregister verbond. Bijgevolg is ‘Ten oorlog’ als geheel een literair parcours van wuft Nederlands onderhevig aan Franse invloeden naar een schabouwelijke tussentaal waar een rudimentair Engels het meer en meer overneemt van een door plaatselijk dialect aangewreten Nederlands.

De transformatie van de taal is meer dan een prettige vingeroefening. Als schrijver trekt Lanoye de psychologie van zijn karakters namelijk door naar hun manier van spreken. Hun mondigheid wordt met andere woorden een spiegel voor hun ziel. Dat Risjaar Modderfokker den Derde, zoals Lanoye Richard III omdoopt, zich aan het slot losmaakt van de traditionele wetmatigheden van vocabularium en grammatica: het is metaforisch voor het morele vacuüm waarin hij na zijn veelvuldig bloedvergieten terecht is gekomen. Zijn onvermogen om te communiceren en dus te interageren met gelijk welk ander maakt zijn schrijnende gebrek aan ethische voeling haast logisch.

De belevingswereld van Risjaar bestaat enkel uit primitieve kreten. Hij is haast geen mens meer, wel een klankkast waarin de stemmen van het schuim der aarde echoën. Typografisch en literair heeft Lanoyes vondst een verpletterende impact, maar solo op de bühne krijgt het karakter moeilijk gestalte. Laat dit echter het enige personage zijn waarmee Lanoye als vertolker niet goed uit de voeten kan. Tijdens het spelen van de andere koningen en hun aanverwanten ontpopt de schrijver zich immers tot een begeesterend acteur, iemand die zijn publiek perfect weet te bespelen. Muziekje hier, rookeffectje daar: Lanoye relativeert de theatrale parameters door ze demonstratief in te zetten. In essentie herleidt dit de aandacht tot hemzelf als incarnatie van zijn taal. En o ja, dat is een zegen.

Dat Lanoye een boon heeft voor het poëtiseren van het vulgaire en het verdichten van het scabreuze is trouwens geen geheim. In virtuoze scheldtirades en vindingrijke persiflages op gedichten uit de Nederlandstalige canon illustreert hij dat hij de schoonheid van taal in de krochten van haar betekenis kan laten schitteren. Een vergissing is echter dat de auteur te frequent in het obscene duikt. Een ongeveer twee uur durende selectie maken uit een veel langere theatertekst is uiteraard geen sinecure, maar zowel het inhoudelijke als het vormelijke raffinement dreigen na verloop van tijd bedolven te geraken onder de weliswaar spitant geformuleerde schunnigheden.

Het tussenregister of de grijze zone waarin traditioneel theater zich niet zelden nestelt om ‘realistisch’ te worden bevonden: Lanoye interesseert zich er niet voor. Zijn idioom als speler is, net als zijn stijl als auteur, veeleer een langgerekte barokke opwelling. Ze swingt, ze ademt energie, ze boetseert je reinste esthetiek via onversneden brutaliteit. En het publiek? Dat absorbeert en adoreert. Zowel de speler als het meervoud van zijn tongval.

Details Podium
Shakespeare in veelvoud
Tekst: Tom Lanoye, Luk Perceval
Vrije bewerking naar: William Shakespeare
Bewerking & spel: Tom Lanoye
Licht: Hugo Moens
Video: Klaas Verpoest
Foto affiche: Filip Van Roe
Foto (scènebeeld): Dries Luyten
Productie: Behoud de Begeerte
Location:
Vooruit Gent
Datum opvoering:
2017-10-25 00:00:00
Datum premiere:
01/10/2017 u