Timon van Athene

Haat is liefde, omgeslagen in haar tegendeel

Het was eminent Shakespeare-vertaler Willy Courteaux die in de inleiding bij zijn vertaling van ‘Timon van Athene’ aanstipte dat academici dit stuk vandaag de dag niet bepaald hoog aanschrijven. In vergelijking met de andere tragedies die de auteur in dezelfde periode schreef, mankeert er immers heel wat aan deze tekst. Zowat alle personages zijn eendimensionaal, er zit bijna geen actie in het verhaal en tal van passages doen slordig aan. In het manuscript werd de naam van meerdere personages op verschillende manieren geschreven en karakters die eerst geen naam hadden, krijgen er gaandeweg meerdere. Er zijn nog meer redenen om aan te nemen dat Shakespeare ‘Timon van Athene’ nooit afwerkte. Weliswaar toont zich hier en daar de hand van de meester, maar Courteaux geeft ruiterlijk toe dat ‘een gemakkelijk afgeleide aandacht met deze tekst niet kan geboeid worden’. Wie anders dan de Roovers ziet graten in een stuk met een dergelijke reputatie?

Vervelend is deze Shakespeare in deze enscenering zelden, al was het maar door de vrolijke losbandigheid waarmee de Roovers de tragedie op toneel brengt. Het eerste deel, waaruit Timons tomeloze spilzucht moet blijken, wordt hier een decadente schranspartij. Het titelpersonage is niet langer een ijdele maar ergens ook edelmoedige goedzak, bij de Roovers neemt hij ronduit liederlijke proporties aan. Leidt dat tot een verdere vervlakking van zijn psychologie? Misschien. Hoe dan ook wordt de tragedie hier met voornamelijk flauwe kolder onder handen genomen. Opplakbaarden, pruiken van bedenkelijke omvang en het verbaal constant opzoeken van de scherts doen ‘Timon van Athene’ baden in een luchtige, weinig inspirerende sfeer. Dat de acteurs zich schijnbaar te pletter amuseren tijdens de bacchanalen, betekent niet dat ook de toeschouwer een betekenis kan destilleren uit het feit dat Timon bijvoorbeeld zonodig een elektrische gitaar om zijn nek moet gehesen krijgen.

Meer problematisch is het omgekeerde scenario: wanneer Timons schatkist is leeggeplunderd door zijn zogenaamde vrienden en deze hem naderhand weigeren uit zijn benarde situatie te redden, trekt deze zich verbitterd terug in de natuur. Een nieuwe ontwikkeling doet verscheidene personages daarop nog een keer de revue passeren, maar de meest plezierige vondsten heeft het publiek tegen die tijd al gehad. Waarschijnlijk ligt het meer aan de tekst dan aan de uitwerking dat de afwikkeling bovendien niet krachtig overkomt. Hoewel Shakespeare Timon scherpe woorden in de mond legt, komt er nooit een echte catharsis.

Het grootste mankement van deze voorstelling is allicht niet gelegen in de keuzes die de Roovers als collectief heeft gemaakt. Hoewel een aantal zoutloze grapjes of overbodige dwalingen hun weg naar het stuk hebben gevonden, neemt dit ensemble het materiaal ook met geslaagde humor onder handen. Michael Vergauwen goochelt kostelijk met de mogelijkheden van zijn tekst, terwijl Robby Cleiren een waardige Timon is. Toch wordt in zijn geheel misschien te weinig uitgericht met de inhoud. Deze opvoering is te weinig ernstig om een ontroerend drama over te houden, maar wordt anderzijds te weinig tot een pastiche omgevormd om de toeschouwer te blijven prikkelen. Gevolg is dat deze ‘Timon van Athene’ ergens in het ijle blijft hangen: niet onaangenaam om naar te kijken, maar al bij al blijft men er vanuit de zaal ongeroerd naar kijken. Wetende waartoe een ijzersterk ensemble als de Roovers in staat is, zoals laatst nog bleek uit hun vakkundig gespeelde ‘Oom Wanja’, moet deze voorstelling een gemiste kans worden genoemd.

Details Podium
Haat is liefde, omgeslagen in haar tegendeel
Spel: Robby Cleiren, Sara De Bosschere, Luc Nuyens, Sofie Sente, Michael Vergauwen, Reindert Vermeire
Scenografie: Stef Stessel
Kostuums: Lieve Pynoo
Lichtontwerp: Bert Vermeulen, Stef Stessel
Geluidsontwerp: Eric Engels
Foto: Stef Stessel
Gezelschap: de Roovers
Location:
CC De Schakel
Datum opvoering:
2013-03-16 00:00:00
Datum premiere:
21/02/2013 u