Theater Zuidpool, ‘Al te luide eenzaamheid’

De levende ziel van de dode letter

Eigenlijk zijn er maar drie soorten mensen. Diegenen die nog nooit iets van Bohumil Hrabal hebben gelezen, diegenen die ooit een boek van hem ter hand hebben genomen en tot de conclusie gekomen zijn dat ze dat nooit meer zullen doen, en diegenen die verslingerd zijn aan zijn stijl. Die stijl omvat enerzijds een wonderbaarlijke benadering van het alledaagse: onbeduidende, routineuze handelingen doopt Hrabal in een weelderig taalbad, waarmee hij het kleine, gewone leven op de piëdestal van de kunst hijst. Anderzijds zijn zijsprongen en afdwalingen een handelsmerk via hetwelke Hrabals literatuur sterk doet denken aan de traditie van de mondelinge overlevering, waarin verhalen als concentrische cirkels uitdeinen. Een lezer kan het middelpunt dan misschien uit het vizier verliezen, wat het idee van een opvoering van zijn teksten juist erg aantrekkelijk maakt. Want gesteld dat de vertolker dat middelpunt – als dat al bestaat – heeft gevonden en er zijn publiek attent op kan maken, dan moet de lezer geen betekenissen meer bij elkaar beginnen rapen.

Als vertolker een tekst ontleden, houdt natuurlijk ook gevaren in. De interpreet gaat immers hoofd- van bijzaken onderscheiden, maar wat als net die bijzaken eigenlijk de hoofdzaak vormen? Bij Hrabal beginnen schrappen of herschikken, gaat met het risico gepaard de broze constructie van de tekst helemaal onderuit te halen. Als Koen De Sutter echter de adaptatie voor zijn rekening neemt, hoeft niemand zich ongerust te maken. Staat hij zelf op de planken, dan tilt hij het bochtig parcours van omslachtige zinnen uit hun keurslijf en fileert hij ze feilloos. Voor ‘Al te luide eenzaamheid’ nam De Sutter echter plaats in de regiestoel, van waaruit hij Koen van Kaam tot een sublieme vertolking wist te bewegen. De merites van De Sutter als acteur werken immers door in van Kaams spel, waarin contrasten op natuurlijke wijze verbonden worden en waarin bovenal elk woord op zijn plaats staat. Anders dan dat van de regisseur, is het idioom van van Kaam niettemin wat zachter en minder dwingend. En laat net dat eigenschappen zijn waar Hrabals novelle wel bij vaart.

De protagonist van ‘Al te luide eenzaamheid’ is een papierpletter, die in zijn kelder kleinoden van een gewisse ondergang redt. Via het oude staat hij aan de bron van het nieuwe, maar wat van de vernietiging moet behoed worden, spaart hij. In een tijd waarin vooruitgang, automatisering en efficiëntie sleutelwoorden aan het worden zijn, is hij een solitaire behoeder van een cultureel bewustzijn dat door de gemechaniseerde nieuwe tijd wordt genegligeerd. Niet onwaarschijnlijk is dat Hrabal in de jaren ’70 iets soortgelijk voelde gebeuren in het Tsjechië dat destijds vanuit het Kremlin werd bestuurd. Daarnaast is Hrabals novelle een universele ode aan passie en overgave, hetzij in de kunst, hetzij in arbeid. Via een anekdote over een fototoestel waarin geen filmpje zit, expliciteert hij het idee dat een proces belangrijker en wezenlijker is dan de uitkomst. Hij verbindt er een hilarisch uitstapje aan over een jeugdliefde die haar woonst optrekt uit liefde, waarmee Hrabal opnieuw verwijst naar de potentie van de overgave.

Het is diezelfde overgave waarmee Koen van Kaam, op een prachtige scène vol afgeleefde boeken, de zaal meeneemt in het labyrint van Hrabals vertelkunst. Terwijl Jorgen Cassiers lome, monochrome soundtrack ondertussen onverstoorbaar maalt en blijft malen, als de mechaniek van de pletwals waarover van Kaam vol liefde spreekt. 

Details Podium
De levende ziel van de dode letter
Tekst: Bohumil Hrabal
Regie & bewerking: Koen De Sutter
Spel: Koen Van Kaam
Compositie & livemuziek: Jorgen Cassier
Vertaling tekst: Kees Mercks
Techniek: David Van Hove, Thomas Cuyckens
Foto's: Wendy Marijnissen
Productie: Theater Zuidpool
Location:
Arca Gent
Datum opvoering:
2014-10-23 00:00:00
Datum premiere:
01/10/2014 u