Ruben Bellinkx: Stasis, Be-Part

De jonge Belgische kunstenaar Ruben Bellinkx stelt momenteel tentoon in de intieme museumzalen van Be-Part. Die geborgen sfeer fungeert als een beschermende mantel tegen de koortsdroom die Bellinkx ons presenteert. Of wakkert het halfduister de onbestemdheid net aan? Meer dan een enkele kraai en het geruststellende geratel van de filmprojectoren krijgen we niet te horen. Naast een heel aantal tekeningen, die sterk doen denken aan wat Michaël Borremans op papier presteert, omvat de expo ook videowerken, foto’s, een maquette en een kamerplant, die op clevere wijze het damestoilet in het geheel integreert. Net als Hans Op de Beeck weet Bellinkx zich geïnspireerd door domesticatie en entropie. We zien in ‘The black sun’ (2012) hoe een zwerm vogels een slaapkamer binnendringt en hoe dieren verstrikt raken in tekenen van menselijke aanwezigheid in ‘The cow stuck’ (2008) en ‘The human goodbye’ (2012). Nu eens ondersteunt het gewei van een hert een salontafel, dan weer zien we hoe tientallen mannen een pyramide van tafels met hun mond ondersteunen in ‘Stasis’ (2013).

Het absolute hoogtepunt van deze tentoonstelling is ‘The musical chair’ (2007), een videowerk dat, om redenen die gelukkig niet kenbaar worden gemaakt, in drie delen werd opgesplitst en als een spoor door de museumzalen loopt. Bovendien krijgen we het laatste deel eerst te zien, wat de complexiteit van het werk alleen maar vergroot. Hoe eerder je teruggaat in de chronologie van het werk, hoe groter de ballast immers is, waarmee je de kleine projectie gadeslaat. Het is alsof Bellinkx de kijker niet alleen voor een uitdaging plaatst, maar hem ook iets wil meegeven over de onmogelijkheid van een ‘volledig beeld’. Waar zijn andere videowerken met dieren gemakkelijk ten prooi vallen aan al te eenvoudige lezingen, is dit werk zo onpeilbaar en fascinerend dat je als kijker nederig aanvoelt dat een betekenislaag blootleggen alleen maar meer betekenislagen oproept. Iets aan ‘The musical chair’ ontglipt dus en dat is de kern waarrond alle grote kunst draait.

In gesatureerde zwart-witbeelden zien we hoe een stoel door drie zwarte honden tot splinters en brandhout wordt herleid. In het begin – het deel dat we het laatst te zien krijgen – blaft een van de drie honden angstig en agressief naar de stoel, die in deze fase enkel wat schaafwonden oploopt. Als vanzelf voel je medelijden met de trouwe viervoeter, die door zijn baasje werd afgericht om een bedreiging te zien in iets onschuldigs als een stoel. Plaatst Bellinkx hier het kneedbare karakter van de hond tegenover de soms wrede aard van de mens? Of wijst hij aan de hand van het blinde geweld op de grenzen van wat domesticatie vermag? Zonder antwoorden te vinden, blijf je geboeid kijken naar de gelambriseerde arena waarin huiselijkheid haar autodestructieve kant laat zien.

Na het haast vlekkeloze parcours dat de curatoren en de kunstenaar gereden hebben, is het spijtig om vast te stellen dat ze ervoor gekozen hebben om in de laatste zaal een negentig minuten durende documentaire te tonen over de voorbereidingen en de realisatie van ‘The trophy’ (2010), een videodiptiek dat door zijn herhaaldelijke close-ups een zweem van didactiek en zelfs van moralisme krijgt. Noch de beeldtaal, noch de overvloedige en onttoverende informatiestroom zijn in harmonie met de rest van de expositie. Zoals het gezegde gaat, willen we niet weten hoe de worst gemaakt wordt, maar willen we ze gewoon eten. Of in dit geval eerder een exquis gerecht van een topchef, want de werken van Bellinkx zijn even prikkelend en verfijnd.

 

Details Expo