Raumteid, ‘Berg’

Und nichts zu suchen, das war mein Sinn

Hoe verbeeld je muziek? Hoe kan het luisteren zich verhouden tot het kijken? In de wetenschap dat het zien zintuigelijk dominanter is dan het horen, is het dan mogelijk om tot een muziektheater te komen waarin het gehoor zich niet ondergeschikt maakt aan het zicht? Het zijn vragen die Steven Prengels en Arno Synaeve, samen het collectief Raumteid, bezighouden. Met ‘Berg’ probeert het duo niet-narratief toneel te creëren vanuit ‘gecomponeerde betekenissen’ uit het romantische repertoire.

Vanaf de eerste scène keren Prengels en Synaeve de traditionele relatie tussen beeld en klank om. Het publiek kijkt naar figuren die luisteren, wat de prelude vormt tot een opvoering waarin het visuele vanuit een auditief universum geboren wordt. Een stem introduceert verschillende nationaliteiten, die later stuk voor stuk met zwaar accent Goethes ‘Gefunden’ voorlezen. Tussen die schijnbaar niet te overbruggen talige verschillen blijkt niets zo verbindend als muziek. Tegelijk is dit muzikale esperanto op het niveau van de uitvoering hyperpersoonlijk. Leg datzelfde ‘Gefunden’ immers in de mond van vier acteurs, en je krijgt evenveel totaal verschillende interpretaties. Muziek bestrijkt kortom het hele spectrum tussen universeel en individueel.

Na de introductie volgen toneelmatige evocaties van de filosofische grondstoffen van enkele Wagneropera’s. Zo wordt de mystieke macht die zich in de persoon van Lohengrin openbaart – afkomstig uit een ‘fernem Land, unnahbar euren Schritten’ - afgebeeld als een berg waarvan de contouren in nevelen gehuld zijn. Als antipode voor deze romantische visie op het transcendente, dat zich bij de gratie van de natuur manifesteert, wordt een met afstandsbediening bestuurde zwaan – in Wagners opera de gezant die Lohengrin aflevert – het podium opgereden. Het is een absurde ontmaskering van de raadselachtigheid als artificieel construct. Eenzelfde bewustwording van de theatrale fictie doet zich overigens voor wanneer het decor wordt omgebouwd op de orgiastische tonen van ‘Tristan und Isolde’, dat uiteindelijk abrupt wordt afgebroken. Hoe radicaal kan muziek gereduceerd worden tot een banale organisatie van geluid in de tijd?

Ook ‘Tannhäuser’ wordt gekarakteriseerd: eerst vanuit kreten die aan de primitiviteit van Venus herinneren, gaandeweg gesmeed tot een delicate samenzang die de elegantie van Elisabeth oproept. Hier wordt de partituur evenzeer ludiek ontmanteld, met hummende bastonen die een blik doorheen de suggestieve kracht van Wagners idioom toelaten. Hetzelfde geldt bovendien voor Caspar David Friedrichs ‘Der Wanderer über dem Nebelmeer’, dat met rookmachines ostentatief in scène wordt gezet. Symbolen uit de 19e-eeuwse kunst worden dus als kunstmatig ontsluierd. Zelfs de tijd zelf probeert Raumteid af te beelden als een construct. In de finale wordt het metrum namelijk bepaald door het tikken van een klok.

Eigenlijk wordt de muziek gaandeweg gedemonteerd totdat slechts het idee van muziek – geluid gestructureerd binnen de tijd – overblijft. In de geest van dat discours wordt het publiek zich extreem bewust gemaakt van het tijdsaspect, zowel door de traagheid waarmee de ideeën zich ontspinnen als door de demonstratieve ijver van de acteurs. Tegenover de rijkdom van het uitgangsmateriaal valt ‘Berg’ evenwel pover uit. Opgetrokken uit een handvol referaten en schijnbare improvisaties is het een museaal experiment waaruit geen menselijke kern te destilleren valt. En is net dat niet de substantie van alle kunst van betekenis?

Details Podium
Und nichts zu suchen, das war mein Sinn
Regie: Steven Prengels, Arno Synaeve
Spel: Pascale Platel, Tom Goossens, Witse Lemmens, Gregory Van Seghbroeck
Muzikale leiding: Steven Prengels
Scenografie: Arno Synaeve
Dramaturgie: Koen Haagdorens, Anna Luyten
Kostuumontwerp: Marta Stoffels
Lichtontwerp: Bennert Vancottem
Illustratie: Lies Van Damme
Productie: Raumteid
Location:
Minard Gent
Datum opvoering:
2018-10-19 00:00:00
Datum premiere:
18/10/2018 u