De Pruimelaarstraat

Och kleine mens

De naam Gustaaf Van Eycken had aan het begin van de jaren zeventig een sinistere bijklank bij de hele Belgische bevolking, maar voornamelijk bij de inwoners van Mechelen, waar ‘Staf’ geboren en getogen is. Deze bewoner van de Pruimelaarstraat werd ontmaskerd als seriemoordenaar en veroorzaakte een golf van ongeloof die tot op vandaag nazindert. Bewijs daarvan is de kritiek en het daarmee gepaard gaande succes van het boek ‘De Pruimelaarstraat’ dat Louis Van Dievel in 2005 neerpende. Nu, vier jaar later, is het boek het uitgangspunt voor een gelijknamige theatervoorstelling van – hoe kan het ook anders – het Mechelse gezelschap ’t ARSENAAL.

Het stuk opent met een luide en doffe knal in combinatie met één koele spot die wordt gericht op het gezicht van Jaak Van Assche. Dat zorgt voor een harde, documentaireachtige stijl die volledig in lijn is met het vertelde verhaal. En vertellen wordt er gedaan. Er is heel weinig samenspel en van de weinige dialogen worden de meeste face publique gespeeld, maar dat stoort niet. De betrokkenheid bij de personages wordt zo langzaam vergroot, wat noodzakelijk is voor een stuk over menselijk leed. Vervreemding is hier uit den boze.

Om die betrokkenheid nog meer te vergroten bestaat de spelersgroep volledig uit inwoners van Mechelen en omstreken, die allen het dialect machtig zijn. Dit dialect is, zeker in het begin, moeilijk te volgen, waardoor het stuk zeer traag op gang komt. Vooral Jaak Van Assche praat soms zo plat dat er hele stukken verhaal verloren gaan. Maar zodra je gewend bent aan de manier van spreken en je laat meedrijven op de sfeer van het stuk, wordt het Mechels een sfeermiddel dat de inleving nog meer vergroot. De dualiteit van het dialect.

‘De Pruimelaarstraat’ van Michael De Cock volgt, in tegenstelling tot het boek, slechts drie koppels, man en vrouw, met elk hun eigen verhaal. Ze vertellen over Staf Van Eycken en tegelijkertijd over hun eigen leven, dat in het begin banaal en volks lijkt. Zo wordt er veel over seks gepraat en over goesting, of het ontbreken daarvan. Schunnige klap wordt daarbij niet gemeden, maar tenzij je iemand bent die daar aanstoot aan neemt, draagt ook dat bij tot die hele volkse sfeer. Naarmate het verhaal vordert en de schrik voor Staf Van Eycken en vooral de politie toeneemt, komen er ongenoegens en geheimen naar boven die het verhaal van ‘de Vampier van Muizen’, zoals Staf genoemd werd, naar de achtergrond verschuiven. Er wordt slechts beetje bij beetje informatie gelost, die je steeds meer het verhaal inzuigt. Hierin blinkt het stuk echt uit.

Elk koppel is onnoemelijk interessant en wordt ook sterk vertolkt. Vooral Fons en Marie, gespeeld door Tuur De Weert en Camilia Blereau, gooien door twee schitterende monologen hoge ogen. Maar ook Vic De Wachter als Marcel en Hilde Van Haesendonck als Simone spelen hun rol met veel overgave. Enkel Gilda De Bal en Jaak Van Assche vallen een heel klein beetje uit de toon, maar zorgen wel voor de noodzakelijke lach in het stuk, waardoor je even kunt ontsnappen aan al dat drama. Luc Springuel, die de dubbelrol van Dr. Van Camp en de Kapelaan vertolkt, speelt sterk, maar zijn personages missen wat fond.

‘De Pruimelaarstraat’ toont het volkse karakter van een wijk die op scheuren staat, en hoe onze verlangens en driften soms de bovenhand krijgen. De stijl is menselijk en uitgepuurd, het spel verfijnd en interessant. Woordtheater door mensen, voor mensen, over mensen. En de mens is klein, maar kent liefde. Godzijdank, hij kent liefde.

Details Podium
Regisseur: Michael De Cock
Acteur: Camilla Blereau, Gilda De Bal, Vic De Wachter, Tuur De Weert, Luc Springuel, Jaak Van Assche, Hilde Van Haesendonck
Auteur: Louis Van Dievel
Scenografie: Stef Depover
Licht: Jaak Van de Velde
Copyright afbeeldingen: Stephan Vanfleteren
Locatie: 't ARSENAAL Mechelen
Location:
't ARSENAAL Mechelen
Datum opvoering:
2009-03-10 00:00:00
Datum premiere:
10/03/2009 u