Paul Klee: Making Visible, Tate Modern

'Those who can’t do, teach': het is een uitdrukking die alvast niet op Paul Klee van toepassing is. De Duits-Zwitserse schilder gaf immers niet alleen les aan de befaamde kunstenaarsschool Bauhaus, maar schilderde en tekende in zijn korte leven (1879-1940) ook een omvangrijk oeuvre bijeen. Maar liefst 9500 werken ontsproten aan zijn gretige handen, waarvan iets meer dan 130 nu te zien zijn in Tate Modern.

Klee was een schilder die zijn hele leven lang hongerig zocht naar nieuwe technieken en penseelvoeringen om zijn fijnzinnige intuïties te verbeelden. Zo bedacht hij de innovatieve gradatietechniek om kleurovergangen naar zijn hand te zetten en ontwikkelde hij een geblokte variant van het pointillisme. Minder geslaagd was zijn zogenaamde olieverftransfertechniek, die een wat morsige indruk geeft in vergelijking met de doordachtheid die hij doorgaans aan de dag legt. Wat wars van zijn experimenteerdrift constant bleef, was zijn voortdurende hernieuwing en hername van het grensgebied tussen representatie en abstractie. Hij tastte daarvoor niet alleen in zijn eigen ervaringswereld van vissen, planten, mensen en hemellichamen, maar verkende ook de diepten van zijn eigen verbeelding en emoties. Pijlen, heksen en geometrische figuren, waarop elke goedbedoelde duiding speels en frivool afketst, komen naast Klees bekende motieven eveneens voor op de talrijke soorten dragers die hij voor zijn werken koos. Die dragers zijn bijna altijd klein van formaat en zijn uiterst geschikt in het dienen van het subtiele lijnenspel dat hij telkens opnieuw ontwikkelt.

De curatoren van deze ambitieuze tentoonstelling hebben dankbaar gebruik gemaakt van de rigoureuze catalogisering, waarin Klee zijn werken chronologisch heeft ondergebracht. Zo kan je op nagenoeg alle schilderijen niet alleen de titel van het werk aflezen, maar ook het jaar waarin het werd gecreëerd en het cijfer dat toelaat om de exacte volgorde, waarin de werken tot stand zijn gekomen, te bepalen. Het perspectief dat op die manier geboden wordt op Klees werkzaamheden in zijn Wunderkammerachtige studio is zeker interessant, maar verlies je al snel uit het oog door de moeilijk te vatten overdaad die zijn werken op zichzelf al bieden. Helemaal overbodig is de vermelding bij ieder werk in welke tentoonstelling het nog tijdens zijn leven te bezichtigen viel. Voor onderzoekers is dit ongetwijfeld van belang om een zo volledig mogelijk beeld te vormen van deze moderne schilder, maar het gaat volledig voorbij aan de verwachtingen en het absorptievermogen van de doorsnee bezoeker.

De chronologische presentatie van de geselecteerde werken staat een misschien meer toegankelijke benadering aan de hand van zijn thema’s of stijlen in de weg en zorgt er ook voor dat je al snel het gevoel hebt een werk al eens eerder gezien te hebben. Klee was immers geen kunstenaar die slechts in een welbepaalde periode blijvend werk schiep, maar van bij het begin van zijn carrière tot aan zijn dood van tijd tot tijd een sterk bedwongen onstuimigheid liet zien. In elke periode en in elk van de zeventien museumzalen zijn er met andere woorden pareltjes te vinden, maar evengoed werken die de aandacht niet trekken en wegzinken in het grotere geheel.

(The EY Exhibition: Paul Klee – Making Visible is nog tot 9 maart te zien in Tate Modern, Londen)

Details Expo