Opera Vlaanderen, ‘Falstaff’

Een maskerade ter ontmaskering

‘Tutto nel mondo è burla’. Legendarische woorden zijn het, waarmee Giuseppe Verdi anno 1893 een punt zet achter een roemrijke carrière als operacomponist. Na zijn leven aan tragedies te hebben gewijd, is diens laatste wapenfeit een komedie die binnen de muziekgeschiedenis zijn gelijke niet kent. Ruim een eeuw na de creatie wordt ‘Falstaff’ begrepen als een poging om libretto en partituur fundamenteel met elkaar te verbinden. Aan het einde van zijn leven ziet Verdi het operagenre immers niet als een vrijblijvende kruisbestuiving tussen verhaal en muziek, maar als een synthese van beide elementen, een Gesamt van tekst, klank en (ver)beeld(ing).

Opera Vlaanderen vroeg Christoph Waltz om na Strauss' ‘Der Rosenkavalier’ Verdi’s ‘Falstaff’ onder handen te nemen. Waltz is geen geroutineerd operaregisseur en dat zorgt ervoor dat hij zijn projecten zorgvuldig uitkiest. In visueel spektakel heeft de meervoudige Oscarwinnaar overigens geen interesse, zoals blijkt uit de extreem uitgepuurde esthetica van deze productie.

Eigenlijk krijgt het publiek het idee van een scènebeeld te zien, meer dan een echt decor. Zo kijkt de zaal naar een gekadreerde scène, als het ware een afgebakend toneel binnen de architectuur van de schouwburg. Verder worden er ostentatief rekwisieten aan- en afgevoerd en in het tweede bedrijf wordt er zelfs een bühne op de bühne gebouwd. Het is Waltz’ manier om te laten zien dat Verdi het spel zelf tot onderwerp van zijn opera heeft gemaakt.

Anders dan in Verdi’s drama’s, waarin crisissen een louterend zelfinzicht induceren dat de existentie in moreel opzicht optilt, is het mensbeeld van ‘Falstaff’ tegelijk grappig en grimmig. Het leven wordt een platform van gekonkel en intriges, waarbij de fictie van het libretto een spiegel vormt voor de leugenachtigheid van de humane natuur. Is ‘Falstaff’ als langgerekte maskerade de ontmaskering van de mens als geboren bedrieger?

Net zoals de enscenering de akte van het ensceneren zichtbaar probeert te maken, zo is de muziek als het ware een ‘afbeelding’ van muziek. Verdi spreekt namelijk niet meer in epische melodieën, integendeel. De compositie is buitengewoon geconcentreerd, waarbij de handeling zich via de muziek lijkt te voltrekken. Dit is het ultiem proberen evoceren van narratief via orkestratie. Plot en partituur zo nauw op elkaar te betrekken, legt de vrijheid van regisseurs evenwel aan banden. Waltz gaat hier echter fenomenaal mee om door niet alleen de oren, maar ook de ogen van de symfonische betovering te doordringen.

Het onaanraakbare laat zich niet verbeelden. Het laatste bedrijf in een magisch-illusoir kader situeren, is Verdi's methode om de muziek tot noodzakelijk onderdeel van de vertelling te emanciperen. Orkest en dirigent op het podium laten zien, geldt dan weer als Waltz’ stijlfiguur om Verdi's volmaakt symbiotische operavorm gestalte te geven. De regisseur brengt dus geen hollywoodiaanse principes naar Vlaanderen, want de eenvoud van zijn idioom resoneert perfect met de aspiraties van de componist.

Tot slot voelt ook de dirigent Verdi's bedoelingen uitstekend aan. Als aanvoerder van het huisorkest presenteert Tomáš Netopil de ene geanimeerde vondst na de andere. Enkel vocaal laat deze creatie het publiek op zijn honger, althans voor wat de kleinere rollen betreft. Als geheel is deze ‘Falstaff’ er niettemin een om in te kaderen. Dichter kunnen libretto, muziek en scenografie elkaar immers niet naderen.

Details Podium
Een maskerade ter ontmaskering
Dirigent: Tomáš Netopil
Regie: Christoph Waltz
Decor: Dave Warren
Kostuums: Judith Holste
Belichting: Felice Ross
Koorleiding: Jan Schweiger
Zang: Craig Colclough, Johannes Martin Kränzle, Julien Behr, Michael Colvin, Denzil Delaere, Markus Suihkonen, Jacquelyn Wagner, Anat Edri, Iris Vermillion, Kai Rüütel
Foto's: Annemie Augustijns
Orkest: Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen
Koor: Koor Opera Vlaanderen
Location:
Opera Antwerpen
Datum opvoering:
2017-12-19 00:00:00
Datum premiere:
13/12/2017 u