Opera Vlaanderen, ‘Cardillac’

Moorden voor de kunst

Zijn naam is vandaag niet weg te denken uit het Europese operalandschap, maar die roem doet hem weinig. Regisseur Guy Joosten zweert immers dat ‘Cardillac’ zijn laatste productie wordt op Belgische bodem. Binnenkort zal hij quasi uitsluitend in Azië aan de slag gaan, na lang in ons land te hebben gestreden voor een toegankelijker operamedium. 

Wars van strakke esthetische principes zijn Joostens creaties geworteld in de beeldcultuur van een breder publiek, wat hem niet zelden het verwijt heeft opgeleverd de traditie te vulgariseren. Hindemiths ‘Cardillac’ eindigt dan ook veelbetekenend met een protagonist die het publiek met uitgestoken tong een sneer toedient. Een laatste daad van anarchie? Een ultieme proeve van rebellie?

In ideëel opzicht is ‘Cardillac’ het perfecte orgelpunt bij het hoofdstuk dat Joosten weldra afsluit. Niet alleen omdat de man zich in zowat alle stijlperiodes thuis voelt doch zich met een 20ste eeuws repertoire in het bijzonder heeft onderscheiden, maar ook omdat het libretto als centraal personage een radicaal kunstenaar opvoert die weigert geconsumeerd te worden door broodheren of kapitaal. Was het met Joosten anders, die in een tijd van toenemende esthetisering bleef kiezen voor een ruwere beeldtaal met schreeuwerige kostuums en opzichtige accenten?

Niet dat hun motieven te vergelijken zijn: Cardillac streeft naar een soort absolute kunst die alleen de persoon die het werk genereert toebehoort, terwijl Joosten het operagenre juist wil hertalen tot iets dat hedendaags aandoet, om op die manier het universele karakter van de dieper liggende thema’s aanschouwelijk te maken. Geen wonder dus dat paaldansen, disco en striptease tot de orde van de dag behoren in deze enscenering van de eerste versie van Hindemiths ‘Cardillac’.

Het libretto, gebaseerd op een verhaal van E.T.A. Hoffmann, bevraagt het morele statuut van de kunstenaar, die in de gedaante van Cardillac wordt vrijgepleit van moord bij de gratie van zijn artisticiteit. Precies in het ontwarren van dit morele trammelant ligt de grootste uitdaging bij het ensceneren van dit werk. Wanneer tegenover het demonische karakter van Cardillacs daden geen persona komt te staan wiens ambacht iets goddelijks en dus zuivers vertegenwoordigt, tuimelt het hele construct namelijk als een kaartenhuis in elkaar. En net dat gebeurt met Joostens regie, onder meer omdat Simon Neal het titelpersonage als een geesteszieke moet neerzetten, ver verwijderd van de identitaire complexiteit van waaruit Hindemith het karakter heeft geconcipieerd.

Eenzelfde amorfe belichaming van principes meer dan personages ziet men terug in de overige rollen, die eigenlijk ronduit karikaturaal zijn. Het leidt tot een haast ondragelijke verwerkelijking van de partituur, die overigens het predicaat ‘modernistisch extreem' verdient. Gewild niet-invoelbaar als verlengstuk van een plot die menselijke waardigheid onderzoekt door de horror van het negatief te expliciteren?

Klank en beeld vinden elkaar dus in een totale afwijzing van nuance. De crisis en catharsis van de Cardillac-figuur gaan onderweg verloren in de semi-erotische thrillerallures van een interpretatie die weigert de motieven van de verschillende rollen te onderzoeken, terwijl Hindemiths muziek onder het baton van Dmitri Jurowski vooral brult en beukt. De enige vraag die dan ook opstijgt uit een productie als deze, is die naar haar bestaansreden. Hoort dit type stoffige avant-garde niet thuis in de bibliotheek, meer dan op de bühne?

Details Podium
Moorden voor de kunst
Dirigent: Dmitri Jurowski
Regie: Guy Joosten
Decor & kostuums: Katrin Nottrodt
Belichting: Jurgen Kolb
Dramaturgie: Luc Joosten
Koorleiding: Jef Smits
Choreograaf & bewegingscoach: Darren Ross
Zang: Simon Neal, Betsy Horne, Ferdinand von Bothmer, Theresa Kronthaler, Sam Furness, Donald Thomson
Foto's: Annemie Augustijns
Orkest: Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen
Koor: Koor Opera Vlaanderen
Location:
Opera Gent
Datum opvoering:
2019-02-23 00:00:00
Datum premiere:
03/02/2019 u