Opéra de Lille, ‘Der Zwerg (Le Nain)’

‘Das Schönste ist scheußlich!’

Er komt stilaan verandering in, maar zoals alle duurzame omwentelingen is ook dit een traag proces: Alexander von Zemlinsky (1871 – 1942) staat vooralsnog in de schaduw van zijn tijdgenoten. Nochtans is zijn oeuvre, net als zijn biografie, een interessante spiegel van een broeierig tijdperk in verandering. Een geesteskind van de laat 19e-eeuwse romantiek, doch ook een wegbereider van een expressionisme dat doorheen de 20ste eeuw steeds extremere vormen zal aannemen: het repertoire van de componist bemiddelt tussen deze twee polen. Geboren in Wenen, geleefd in verschillende grote steden, geëmigreerd naar de Verenigde Staten door de opkomst van het nationaalsocialisme: von Zemlinsky’s levensloop heeft zich onmiskenbaar tegen het decor van de industriële, politieke en demografische ontwikkelingen van de laatste anderhalve eeuw afgespeeld.

Net als von Zemlinsky’s andere werk komt ‘Der Zwerg’ momenteel meer en meer onder de aandacht. De componist schreef zijn opus 17 toen zijn relatie met Alma Mahler op de klippen was gelopen. Naar verluidt voelde de auteur veel voor het personage van de dwerg, die zich initieel niet bewust is van zijn wanstaltige uiterlijk. Het verhaal gaat dat de misvormde man door een sultan bij wijze van verjaardagsgeschenk bij een Spaanse princes wordt afgeleverd. Zelf is de dwerg een soort reine dwaas, die de indruk heeft dat hij overal goedheid en vreugde brengt. Waar hij ook komt, overal valt hem immers gelach te beurt. Ghita, de rechterhand van princes Donna Clara, ervaart de onwetendheid van de dwerg als ondragelijk. Haar meesteres speelt echter een vreselijk spel met de nieuwkomer, die ze moedwillig het hoofd op hol maakt.

Het staat in de sterren geschreven dat de dwerg zichzelf uiteindelijk moet ontmaskeren. Het betekent meteen zijn ondergang: met het besef van bedrog en met de schaamte valt immers niet te leven. In de regie van Daniel Jeanneteau, die in de Opéra de Lille voor een geësthetiseerde en tijdloze enscenering tekent, wordt het personage in confrontatie met de spiegel overigens niet alleen zijn eigen gezicht gewaar. De hele achterwand van de bühne blijkt een spiegelend vlak te zijn, waarin de dwerg via het publiek de blik van de ander ontwaart. Niet alleen de ware toedracht van zijn eigen fysionomie komt op die manier aan het licht, maar ook welke implicaties deze onthulling heeft voor zijn sociale leven. De scenografische impact van de nochtans eenvoudige vondst is verpletterend. Te meer omdat Jeanneteau de overige visuele parameters met een economisch minimalisme invult. Dit vergroot de spreekwoordelijke ruimte voor een psychologische lezing van het libretto. Een psychologie die zich nota bene in een almaar duisterder wordende partituur vertaalt.

De opera van Rijsel bracht uitstekende zangers op de been. Kleine details in de aankleding, zoals het rode schoeisel dat van Ghita een mens van vlees en bloed maakt in een universum vol (morele) gedrochten, verscherpen de portretten die von Zemlinsky vanuit het libretto artistiek gestalte gaf. Dirigent Franck Ollu, die aan het hoofd staat van het Ictus Ensemble, maakt de verwachtingen echter niet helemaal waar. De adaptatie van het oorspronkelijke werk voor kamermuziekensemble komt neer op een reductie van kleuren en impulsen. Hoewel technisch geraffineerd, gaat er in deze uitgedunde bezetting veel verloren. De degelijke uitvoering ten spijt hakt deze versie niet in op de ziel.   

Details Podium
Das Schönste ist scheusslich
Bewerking voor kamermuziekensemble: Jan-Benjamin Homolka
Muzikale leiding: Franck Ollu
Regie & scenografie: Daniel Jeanneteau
Belichting: Marie-Christine Soma
Kostuums: Olga Karpinsky
Zang: Mathias Vidal, Jennifer Courcier, Julie Robard-Gendre, Christian Helmer, Laura Holm, Fiona McGown, Marielou Jacquard
Ensemble: Ictus
Location:
Opéra de Lille
Datum opvoering:
2017-11-18 00:00:00
Datum premiere:
16/11/2017 u