Opéra de Lille, ‘Così fan tutte’

Ik ben de ander

Wat Mozarts ‘Così fan tutte’ en de kolonisatie van Eritrea met elkaar te maken hebben? Niets. Tot voor kort althans. Nu Christophe Honoré de meest ondeugende onder de Da Ponte-opera's situeert in door Mussolini bezet Afrika, komt daar verandering in. Het werk is in deze nieuwe productie allesbehalve een ondeugende frats die snel binnen gaat en even snel terug vergeten geraakt. Integendeel maakt Honoré een artistieke keuze die de hypocrisie van de hele vraagstelling naar relationele trouw aan het licht brengt tegen de achtergrond van de koloniale legitimatie die, net als de ideeën over huwelijkstrouw, vanzelfsprekend uit het Westers verlichtingsdenken lijken voortgevloeid.

Als mensen zich tot elkaar verhouden als onderdrukker en onderdrukte, als raciale verschillen een sociale hiërarchie vestigen, als de mannen niet moeten beantwoorden aan de eisen die ze hun wederhelft opleggen: welke betekenis, in essentieel menselijke zin, hebben de engagementen die men onderling aangaat dan nog? De zeer specifieke setting van de enscenering die momenteel in Rijsel te zien is, leidt dus tot een allesbehalve specifieke lezing. Honoré vraagt zijn publiek om de funderingen van Da Ponte’s libretto tot in de kern te herdenken. Wat bijgevolg ontstaat, is niet langer een historische denkoefening. Vandaag, in een wereld die nog altijd door vormen van racisme en seksisme wordt overwoekerd, blijkt ‘Così fan tutte’ een perfecte katalysator voor een debat.

Fantastisch is dat Honoré de verkleedpartijen niet al te bont maakt en de beruchte snorren waarover gezongen wordt niet eens uitbeeldt. De vermomming waarin Ferrando en Guglielmo zich hullen, is zwarte schmink. Zo transformeren ze in het subject dat ze om oneigenlijke redenen verafschuwen. Wanneer een van hun overspelige echtgenotes even later zelf met maquillage experimenteert, oppert ze vol verbazing dat ze zichzelf bijna niet meer herkent. Dit is het ogenblik waarin de ander in zijn andersheid als medemens wordt geïdentificeerd. Het zien van het verschil via het ‘ik’ van het personage, betekent met andere woorden een humanistische openbaring.

Ook voor wat het slot betreft maakt Honoré er zich niet gemakkelijk van af. In deze ‘Così fan tutte’ is het vruchteloos wachten op een happily ever after, want de regisseur laat Fiordiligi en Dorabella elk op hun manier met de verkenning van hun eigen verlangen omgaan. Voor de een staat de poort naar ongebreidelde seksualiteit wagenwijd open nu ze haar eigen lust dankzij Don Alfonso onder ogen heeft gezien. Voor de ander zijn de recente feiten een psychische kwetsuur die zich opnieuw binden in de weg staat. Als monogamie geen vanzelfsprekendheid kan zijn, zijn relaties dan oprecht of veeleer een artificieel construct? In de laatste seconden laat Honoré deze innerlijke verscheurdheid schitterend zien.

Dat een gedurfde enscenering die er niet voor terugdeinst de seksuele dimensie van de opera te expliciteren het zonder wereldsterren moet stellen, is geen verrassing. Dirigente Emmanuelle Haïm is niettemin een eminentie op het vlak van oude muziek. Haar vinnigheid en idiomatische excentriciteit zet de orkestbak in lichterlaaie. Qua zangers zijn er ten slotte twee uitschieters. Nicolas Rivenq is te onevenwichtig als Don Alfonso, maar Virginie Verrez heeft zowel de présence als de stem om carrière te maken op de internationale bühne. Dat alles maakt deze ‘Così fan tutte’ er een om lang te herinneren.

Details Podium
Ik ben de ander
Muzikale leiding: Emmanuelle Haïm
Regie: Christophe Honoré
Decor: Alban Ho Van
Kostuums: Thibault Vancraenenbroeck
Belichting: Dominique Bruguière
Koorleiding: David Bates
Zang: Ruzan Mantashyan, Virginie Verrez, Laura Tatulescu, Anicio Zorzi Giustiniani, Alessio Arduini, Nicolas Rivenq
Copyright foto's: Simon Gosselin
Orkest: Le Concert d’Astrée
Koor: The Celestial 12
Location:
Opéra de Lille
Datum opvoering:
2017-10-08 00:00:00