NTGent, ‘Koor’

Het horen zien

Zwart. Een lamp daalt neer. Een contour licht op uit het duister, neemt langzaam vaste vorm aan. Een versterker. Men ziet: klank.

Doorheen ‘Koor’, naar de gelijknamige dichtbundel waarin Peter Verhelst bloemleest uit dertig jaar dichterschap, benadert de auteur het medium theater als smeltkroes van woord en beeld. Het genre is in zijn handen geen consumptiegoed, maar een ongrijpbare ervaring, een beleving waaraan het woord zelf ten grondslag ligt.

Het niet-verhalende en het niet-concrete gestalte proberen geven binnen een context die leeft van concrete verhalen: het is het theater binnenstebuiten keren. Op zich is dat een intrigerende oefening, want doet poëzie niet hetzelfde met taal? Met name: uitdrukking geven aan wat in proza onzegbaar blijft?

Om zijn poëzie in een theatraal kader te kunnen inbedden, ontmantelt Verhelst dat kader. Hij probeert van het scènebeeld een landschap te maken dat nergens naar verwijst en op die manier louter fungeert als klankkast, om de beelden die in de poëzie worden opgeroepen te versterken. De vorm van ‘Koor’ is er dus een die radicaal tegen de traditionele vormprincipes indruist. Er gebeurt werkelijk niets – en deze volslagen stilstand herbergt elke mogelijkheid. Het is de stilstand van de poëzie zelf, vertaald naar de bühne.

‘Koor’ neemt eigenlijk nooit echt een begin. De opvoering blijft in het preluderende stadium van schemerlicht, van suggesties van verhoudingen tussen geschetste situaties, van een klankband die continu schippert tussen schimmige soundscapes en realistische reminiscenties. De prelude als belofte op wat nooit in werkelijkheid zal kunnen zijn: is ook dat niet de gesteldheid waaruit de directe gevoelsmatige impact van Verhelsts van melancholie en verlangen doordesemde gedichten geboren wordt?

Als regisseur heeft Verhelst een boon voor onrechtstreekse lichtbronnen. Deze genereren via een weerkaatsend oppervlak een warm schijnsel. Mensen nemen in die schemering geen vaste vorm aan: ze blijven een idee, een gedachte gevangen in een gloed die op het punt staat te verdampen. Is het anders met woorden, die hun betekenis nooit langer kunnen vasthouden dan de paar lettergrepen van hun bestaan?

Nieuw is dat Verhelst zelf op het podium staat, zij het dat hij zichzelf via de schaarse belichting als mens reduceert tot instrument voor de taal. Hij roept geen enkele emotie op, kijkt het publiek zelden aan, spreekt monotoon om geen reliëf aan te brengen in teksten die uit zichzelf al een reliëf bezitten. Het woord is niet langer de dienaar van een mens met een doel, wel integendeel. Het woord is verzelfstandigd, dankzij een man die louter als spreekbuis dient.

Als experiment is ‘Koor’ intrigerend: kan een mens ondergeschikt zijn aan de vrucht van zijn artistiek denken? Verdwijnt een kunstenaar ooit achter zijn werk? Bezit theater de potentie om zichzelf op te heffen? Kunnen de wetmatigheden van de poëzie op het toneel worden geënt? De vragen zijn fascinerend, de uitwerking blijft evenwel monochroom.

Wat zijn immers de baten voor het publiek? Als Verhelst een platform wil voor zijn taal en al het andere als ballast beschouwt, waarom volstaat het dan niet dat de bundel een publiek bereikt dat Verhelsts poëzie op eigen ritme, volgens eigen behoeften en met de eigen verbeelding als klankkast consumeert? Als theatrale vorm taal in de weg staat, waarom dan überhaupt voor deze vorm kiezen?

Details Podium
Het horen zien
Van & met: Peter Verhelst
Muziekontwerp: Kreng
Live soundscape: Kreng, Tijs Bonner
Foto's: Kurt Van der Elst
Productie: NTGent
Location:
Arca Gent
Datum opvoering:
2017-11-29 00:00:00
Datum premiere:
22/11/2017 u