Medea

Waar geloven wij nog in?

Zowel voor componist Wim Henderickx als voor schrijver Peter Verhelst zijn er drukke tijden aangebroken. Henderickx treedt tijdens deze tweede editie van het moedige festival 'Opera XXI' niet alleen naar buiten met 'Medea', op 18 mei heeft hij ook zijn cd 'Disappearing in light' uitgebracht. Voor Verhelst is mei eveneens het kruispunt van verschillende creaties: tegelijkertijd met zijn monoloog 'Nero' ziet Verhelst immers zijn versie van 'Medea' in première gaan en kortgeleden verscheen een nieuwe dichtbundel van zijn hand. Regisseur Paul Koek is degene die het werk van beide kunstenaars verenigt in een coherente voorstelling. Zijn jarenlange ervaring met muziektheater in combinatie met zijn keuze voor een grote soberheid, zorgt ervoor dat deze 'Medea' een multidimensionaal meesterwerk wordt.

Een opera in de gebruikelijke zin van het woord is dit niet geworden; de tekst wordt namelijk niet gezongen. Henderickx componeerde een partituur voor het HERMESensemble met de Turkse Selva Erdener als soliste. Zij brengt geen concrete taal, maar wel een langgerekt lamento dat als een klanktapijt (zoals Henderickx het zelf treffend verwoordt) onder de tekst van Verhelst wordt uitgespreid. De componist is enorm gefascineerd door het Oosten en dat uit zich hier in een drieledige bezetting, waarin de Westerse dwarsfluit, (bas)klarinet, viool en elektrische gitaar worden afgewogen tegen de Oosterse duduk, waarbij het geheel overspannen wordt door een (soms verdubbelde) percussiepartij. Henderickx heeft een subtiel, melodieus web geweven dat de tekst enerzijds prachtig laat gedijen en anderzijds boven zichzelf uittilt. Hoewel idiomatisch zeer constant, slaagt hij erin de muziek op de cruciale momenten naar een geïntensiveerd stadium te tillen, waarbij de luisteraar geraakt wordt door het tere weefsel van de vele complexe structuren.

Helemaal anders, maar minstens even schitterend, is de tekst van Peter Verhelst. Die transformeerde het alom gekende Medea-verhaal naar vier monologen, waarin respectievelijk Kreon, Glauke (de nieuwe bruid van Jason en dochter van Kreon), Jason en Medea aan het woord komen. In die stukken tekst tekent Verhelst de karakters die bij Euripides heel puur en eendimensionaal bleven, als mensen met heel concrete aspiraties en angsten. Door te beginnen met Kreon, die in een krampachtig streven naar de ideale staat het leven als een dwangmatig gegeven is gaan ervaren, wordt de toeschouwer dit meteen gewaar. De vrouwelijke monologen, die in rechtstreeks contrast worden geplaatst met de mannelijke, zijn zintuigelijker en ontroeren door Verhelsts heldere, beeldende taal. Jason is net als Kreon filosofischer, in wat de meest abstracte monoloog van de vier is. Wat is nu nog de rol van de kunstenaar, vraagt Verhelst expliciet, in een vlijmscherp opgebouwd epistel dat begint met het ontluisterende 'Ik ben niets' en even later het dwingende 'Ik vraag u: waar geloven wij nog in?' voorschotelt.

Het is dankzij Paul Koek en de vier sublieme acteurs van De Veenfabriek dat tekst en muziek tot een beklijvende synergie komen. De regie, ontdaan van alle franjes, creëert een uitdagende context waarin alleen ruimte is voor het menselijke. Hun naakte kwetsbaarheid is precies wat de vier briljante acteurs op scène laten zien, zonder meer. Deze 'Medea' is er kortom een van essenties, waarbij alle ballast zowel in de muziek als in de tekst en de regie overboord werd gegooid. Het artistieke eindproduct is een verpletterend relevante en verrassend gelaagde tragedie, waarin drie grote kunstenaars uit de Benelux elkaar verheffen.

Details Podium
Muziek: Wim Henderickx
Regisseur: Paul Koek
Acteur: Reinout Bussemaker, Joep van der Geest, Yonina Spijker, Lizzy Timmers
Auteur: Peter Verhelst
Dramaturg: Paul Slangen
Muziek: Selva Erdener, HERMESensemble, Wim Henderickx
Copyright afbeeldingen: Leo van Velzen
Locatie: De Singel Antwerpen
Gezelschap: De Veenfabriek
Location:
De Singel Antwerpen
Datum opvoering:
2011-05-19 00:00:00
Datum premiere:
18/05/2011 u