LOD & Hof van Eede, ‘Paradis’

Muziektheater…van theater naar muziek

Muzikaal theater? Als dat een geijkte term zou zijn, dan was Hof van Eede er ongetwijfeld een schoolvoorbeeld van. De stijl van dit gezelschap heeft immers altijd iets van een swingende collage, een schijnbaar geïmproviseerde puzzel van indrukken, ideeën en anekdotes.

In ‘Paradis’ hopt het collectief van vraag naar vraag, van het paradijs naar de oerwonde die muziek in herinnering brengt. Het is een avontuurlijk parcours, dat Jeroen Van der Ven en Ans Van den Eede voortdurend zelf ondergraven met interventies die de onmogelijkheid van een lineaire vertelling beklemtonen. Kleine verhalen over grote thema’s zijn hier de kapstok voor abstractie, en net deze laagdrempelige opstap richting filosofie maakt hun creaties zo aantrekkelijk.

De voorstelling begint met een paradox. Zoals het het woord muziektheater betaamt – eerst muziek, dan theater – probeert Hof van Eede de voorstelling op gang te trekken met een prelude. Het spelersduo licht echter mondeling toe wat het publiek allemaal zal horen, en hoe het naar de stilte voorafgaand aan (of eigenlijk ‘onderdeel van’) de prelude  moet luisteren. Net deze exegese maakt de klankmatige werkelijkheid echter kapot –muziek kan alleen op zichzelf bestaan en in haar niet-talig zijn schuilt precies het mysterie van wat ze aan affect oproept.

Na deze hilarische proloog volgt een verhaal van een kind, dat in paradijselijke omstandigheden lijkt op te groeien. Kruimels genoeg voor een nieuwe uitstap naar de wijsbegeerte. Wat is immers een paradijs? Er wordt gesuggereerd dat alles zijn waarde ontleent aan een wordingsproces. In het paradijs, waar alles is, kan er geen verlangen meer zijn, omdat niets nog moet worden. Dat we zorg moeten dragen, klinkt het. Bijvoorbeeld voor een tuin met prachtige bloemen, een oase van zorg in een zorgeloos - en dus verschrikkelijk? - paradijs. De echo van Voltaire’s ‘Il faut cultiver notre jardin’ is duidelijk.

De acteurs geven overigens voortdurend gehoor aan echo’s uit de kunstgeschiedenis. Schuberts laatste sonate komt voorbij, net als Ravels ‘Pavane pour une infante défunte’ (waar componist Thomas Smetryns een retrograde versie van laat klinken) en Mahlers ‘Kindertotenlieder’. Het is een welbekend exempel van het noodlot dat de realiteit inhaalt, waarbij de tekst prachtig uitwijkt naar jeugdjaren waarin die magistrale muziek zich projecteert op het dan nog blanco landschap van pas ontwaakte melancholie.

Begint ‘Paradis’ met woorden die de muziek versmachten, dan eindigt de voorstelling met taal die ontoereikend is om uit te drukken wat via de partituur wordt bewerkstelligd. De tekst beschrijft kortom een schitterende boog richting de klank zelf, waarbij taal (via taal!) overbodig wordt gemaakt. In een ultieme poging de musici te onderwijzen in hoe ze moeten vertolken, zegt Van der Ven dat ze moeten spelen zoals Mondriaan schilderde. Het concrete ontdaan van alle vormelijke ballast, of nog: vanuit reëele context naar een metafysisch beginsel, waar kleur of klank uitdrukking geven aan de moederwonde.

Paradijs? Dat is onze gevoelswereld – het via de kunst herinnerd worden aan de kwetsuur van ons zijn, om er vervolgens onmiddellijk door getroost te worden. De pen van Wannes Gyselinck en co maakt dat manifest, de zeer heterogene en kwalitatief wisselende partituur van Thomas Smetryns meandert er doorheen. Alleen jammer dat Van der Ven en Van den Eede zichzelf niet meer wegcijferen. Een tekst van dit niveau behoeft immers geen vertolkingen die zo nadrukkelijk grappig proberen te zijn.

Details Podium
Muziektheater…van theater naar muziek
Tekst: Wannes Gyselinck, Louise Van den Eede, Ans Van den Eede, Jeroen Van der Ven
Compositie: Thomas Smetryns
Spel: Jeroen Van der Ven, Ans Van den Eede
Foto's: Kurt Van der Elst
Uitvoerend ensemble: Ensemble Besides
Muzikanten: Toon Callier, Jutta Troch, Marieke Berendsen
Productie: LOD, Hof van Eede
Location:
CAMPO Nieuwpoort
Datum opvoering:
2015-12-03 00:00:00
Datum premiere:
03/12/2015 u