De Verwondering, Het Zuidelijk Toneel, Stefaan Van Brabandt & Johan Heldenbergh, ‘Marx’

Weg van het –isme

Kapitalisme, elitarisme, intellectualisme: van talloze –ismes heeft Karl Marx doorheen zijn leven intens gegruwd. Het lot wil dat hij er postuum zelf een werd. En niet zomaar één, want het marxisme is als excuus gebruikt voor bloedbaden, voor onderdrukking en voor persoonlijk gewin. De man die een ideologie op de kaart heeft gezet, werd na zijn dood een smoes voor megalomane machtswellust. Ongeveer anderhalve eeuw later is zijn erfenis in bepaalde delen van de wereld zelfs een scheldwoord. Hoog tijd dus om Marx en zijn communisme voor eens en voor altijd naar de prullenmand te verwijzen? Of hebben we dezelfde verontwaardiging die aan de basis van zijn denken lag vandaag meer dan ooit nodig?

‘Woede is de hoogste vorm van liefde’, zo klinkt het aan het slot van deze monoloog. Een sentimenteel orgelpunt, onderstreept door zeemzoet Frans chanson? Niet bepaald. Het is immers geen toeval dat auteur Stefaan Van Brabandt de liefde als uitgangspunt voor Marx’ engagement definieert. Alleen omdat de kiem van de tomeloze energie waarmee de filosoof de gevestigde orde decennia lang heeft bestreden in een niet-rationele passie voor de medemens lag, was hij in staat zijn hele hebben en houden op het spel te zetten, zo lijkt Van Brabandt te suggereren. Zijn strijd was kortom geen theoretische hardnekkigheid, maar innerlijke noodzaak.

Het publiek krijgt geen man te zien die zijn gezin slachtoffert voor zijn ideeën, maar iemand die bijna ten onder gaat aan het gewetensconflict waartoe de omstandigheden hem dwingen. ‘Had ik niet gewoon moeten zwemmen?’ is een beeldspraak waarmee de oude Marx zich afvraagt of hij zijn koppige rechtvaardigheidsgevoel niet beter had ingeruild voor een burgerlijk bestaan en brood op de plank. Van Brabandt geeft echter zelf het antwoord, aan de hand van een explosieve slotsequens waaruit opstijgt dat zwijgen, knikken en slikken voor Marx nooit een optie is geweest. Door het personage onze 21ste eeuw keihard te laten bekritiseren, maakt de schrijver duidelijk dat de doctrine incorporeren voor de peetvader van het communisme onmogelijk was.

Het historische personage uit zijn tijd laten stappen is geen kunstgreep om uitdrukkelijk relevant te zijn. Van Brabandt toont het heden doelbewust in het licht van het verleden, onder meer om inzicht te geven in Marx’ psyche. Verder illustreert de tekst dat mens en werk nooit los staan van elkaar, hoe contradictoir enkele biografische elementen ook lijken. Dat een notoir tegenstander van verpaupering zijn eigen nakomelingen in armoede liet opgroeien, brengt - meer dan welke intellectuele beschouwing ook - de menselijkheid van Marx aan het licht. En net die inkijk in de fragiele natuur achter het oeuvre nodigt uit om het ideeëngoed vanuit een humanisme te benaderen, voorbij de stereotiepe vooroordelen.

De vertaalslag van het papier naar de bühne is dankzij Johan Heldenbergh overigens een triomf. Opzichtige humor en ostentatief rook- en drinkgedrag tasten de integriteit van de tekst aan, maar Heldenbergh excelleert, ondanks zijn neiging tot overdrijven. De hevigheid waarmee hij het ideologische spoor opzoekt, het vakmanschap waarmee hij een perfecte cadans weet aan te houden, de vanzelfsprekendheid waarmee hij tussen verschillende registers laveert: ze compenseren voor de te nadrukkelijke tragische dimensie. Genoeg redenen dus om deze opvoering niet links te laten liggen. Wie de zaal verlaat, begrijpt immers beter dan ooit waarom ‘het juiste midden’ waar de Grieken het over hadden zich vandaag aan de linkerzijde van het politieke spectrum situeert.

Details Podium
Weg van het –isme
Tekst: Stefaan Van Brabandt
Spel: Johan Heldenbergh
Foto's: Koen Broos
Productie: De Verwondering, Het Zuidelijk Toneel
Location:
Kaaitheater Brussel
Datum opvoering:
2018-01-31 00:00:00