De Munt, ‘Uit een dodenhuis’

Het duister opgelicht

In het beste geval is het gevangeniswezen een transitie richting re-integratie. In het slechtste geval gaat het om een eindeloos strafkamp dat neerkomt op een voorgeborchte van de dood. Als de opsluiting echter louter een prelude vormt op het definitieve einde, welke plaats is er dan voor goedheid? Het is een van de verschillende vragen die opduiken in Dostojevski’s ‘Aantekeningen uit het dodenhuis’, geschreven na diens opsluiting in een Siberische instelling.

Leoš Janáček grijpt dat materiaal in het interbellum aan voor wat zijn laatste en donkerste opera zal worden. Niettemin tekent hij boven de partituur op dat in ieder schepsel een vonk van God schuilt. Inderdaad sluimert er liefde in de krochten van de ziel waar misdaad en moord beraamd en bedreven worden. Krzysztof Warlikowski ontvouwt in De Munt een intrigerende visie op de diepmenselijke strekking van het libretto.

Om plaats en context van het bronmateriaal te overstijgen, vertaalt de regisseur de opera naar een onbestemd hier en nu. Op een scène die gonst van machismo en vulgariteit krijgt het publiek dus hedendaagse delinquenten te zien. Daaronder bevinden zich zowel criminelen als dissidenten, die bij de gratie van hun andersheid uit het maatschappelijk bestel worden getild.

De travestie, en bij uitbreiding het geheel van Warlikowski's non-comformistische esthetica, verworden tot een symbool voor een vrijheidsdenken dat zich mondiaal via de kunst articuleert. Aljeja, een jonge veroordeelde in wie de hoop op een beter bestaan deemstert, meet zich niet toevallig een damesjurk aan. Het is de deugd die zich telkens feminien voordoet in de hypermasculiene wereld. Tot finaal ook de gratie perverteert, in casu via de erogene glitter van een prostituee. Ook de antipode voor het mannelijke schrijft zich uiteindelijk dus in in de patriarchale retoriek van de vrouw als lustobject.

Haast onverdraaglijk is de manier waarop Warlikowski het vrouwenloze universum afschildert. Poppen worden door de gevangenen achtereenvolgens betast, geslagen en vermoord, maar daar blijft het niet bij. Wanneer een bewapende lichtekooi de hoogste in rang vergezelt, suggereert Warlikowski dat het juridische instituut, dat bij Michel Foucault doorgaat voor de disciplinerende gevestigde orde, zich eveneens laakbaar verhoudt tot het vrouwelijke, en dus tot het goede.

Het onderscheid tussen goed en kwaad komt met andere woorden te verstrijken. De moraal manifesteert zich radicaal onorthodox, precies daar waar niemand haar verwacht, namelijk in de gruwelverhalen van moordenaars wier genadeloze daden uit genade ontstaan. De hertaling van Dostojevski’s en Janáčeks goddelijke vonk is een verschroeiend verlangen naar de ander, een tederheid waar een vernietigende intensiteit van uitgaat.

Net zo extreem als de collageachtige vorm en de ontregelende inhoud is het compositorische idioom, dat zich voortdurend van excessen bedient. Michael Boder scherpt als dirigent de buitenissigheden aan, maar laat na een meer poëtisch register te bespelen. De integrale cast is niettemin indrukwekkend, zowel muzikaal als theatraal.

In de geest van Janáčeks transgressie van het klassieke schoonheidsideaal besmeurt Warlikowski de scène met abjecte mime. Inderdaad kan het menselijke zich slechts openbaren als een inwendig smeulend vuur binnen een macabere atmosfeer waarin zelfs de artistieke zuurstof ontbreekt om een arend als metafoor onaangeroerd te laten. Het goede als waakvlam, als een schijnsel zo broos dat het de duisternis nodig heeft om zichtbaar te worden?

Details Podium
Het duister opgelicht
Regie: Krzysztof Warlikowski
Muzikale leiding: Michael Boder
Decor & kostuums: Małgorzata Szczęśniak
Belichting: Felice Ross
Video: Denis Guéguin
Choreografie: Claude Bardouil
Dramaturgie: Christian Longchamp
Koorleider: Martino Faggiani
Zang & spel: Sir Willard White, Pascal Charbonneau, Štefan Margita, Nicky Spence, Ivan Ludlow, Alexander Vassiliev, Graham Clark, Ladislav Elgr, Jeffrey Lloyd-Roberts, Aleš Jenis, Pavlo Hunka , Florian Hoffmann, Natascha Petrinsky, John Graham-Hall, Peter Hoare, Alexander Kravets, Alejandro Fonte, Maxime Melnik
Copyright foto's: Bernd Uhlig, De Munt
Orkest: Symfonieorkest van de Munt
Koor: Herenkoor van de Munt
Co-productie: Royal Opera House Covent Garden, Opéra de Lyon
Location:
De Munt
Datum opvoering:
2018-11-11 00:00:00
Datum premiere:
06/11/2018 u