De Munt, ‘L'opera seria’

De hand in eigen boezem

Een opera die de draak steekt met de operaclichés: het is hoe de 18e-eeuwse componist Florian Leopold Gassmann de gemeenplaatsen van het genre probeerde te overstijgen. Dat is hem slechts gedeeltelijk gelukt, want wie stereotypen verzamelt om ze stuk voor stuk te parodiëren, bedient zich meer van de grammatica van anderen, dan van een eigen vocabularium. Toch is het bewonderenswaardig dat 'L'opera seria' er in slaagt de pastiche zo ver door te trekken. Zowel het libretto als de partituur flirten immers non-stop met de geplogenheden van het medium. Dat René Jacobs een boon heeft voor dit bijna vergeten werk, is kortom geen wonder.

Niet voor het eerst werkt de dirigent samen met het Belgische ensemble B'Rock. Wie zich de uitzonderlijke kwaliteit van hun gezamenlijke arbeid aan 'Orlando' nog herinnert, mag er zeker van zijn dat er ook nu weer op het scherp van de snee wordt vertolkt. Alleen musici die het idioom van de 17e en 18e eeuw zo goed kennen, kunnen stijlmiddelen met zoveel gemak op de korrel nemen. Net daardoor kan het publiek zich laven aan heerlijk vakmanschap, ook wetende dat het hier niet gaat om de meest originele creatie uit de tweede helft van de 18e eeuw.

Daarbij komt overigens nog een vermakelijk libretto, waarin iedereen er eigen prioriteiten op nahoudt. Van de impresario tot een naar eigen zeggen briljante sopraan, over een misnoegd componist tot een miskend dichter: de archetypes van het operawezen zijn er allemaal. Van meet af aan neigt de plot richting soap, maar de intriges en psychologische karakteriseringen zijn amusant. Ideaal materiaal dus om in handen te stoppen van een virtuoos regisseur. Of Patrick Kinmonth het predicaat ‘virtuoos’ verdient, is natuurlijk een andere vraag.

Extatisch worden van deze eerder traditionele regie is moeilijk. De klassieke setting is niet het meest gelukkige kader voor een werk dat – omwille van de ettelijke gemeenplaatsen – juist snakt naar een creatieve invulling. In een eerste choreografie wordt de wereld nu zonder omhaal aan het historische kader gekoppeld. Gaandeweg begint het gebrek aan tijdsgewrichtoverstijgende prikkels evenwel te nijpen. Vervelend wordt de enscenering evenwel nooit, maar het staat vast dat er, in de komische geest van het werk, meer vindingrijkheid aan te pas had kunnen komen.

Niettemin maakt Kinmonth goed gebruik van de mogelijkheden van de ruimte. Door het orkest als het ware op te nemen in de decors, wordt dit niet alleen tekstueel maar ook visueel een opera in een opera. En de scène mag qua technisch vernuft dan wel spektakel ontberen, Kinmonth toont toch dat hij aan weinig middelen genoeg heeft om de atmosfeer van scherts van begin tot eind over te brengen.

De zangers laten het tenslotte niet afweten, hoewel geen enkele stem met evenveel naturel vertolkt als orkest en dirigent. Gassmann heeft van 'L'opera seria' - geheel volgens de regels van de kunst - een virtuoos visitekaartje willen maken. Vandaag is de pronkerige vocale stijl niet meer zo aantrekkelijk, wat weliswaar niet betekent dat er niet verdienstelijk wordt gezongen. In hoofdzaak schuilt het plezier van deze opera echter in de ontdekking ervan, alsook in het sprekend gemak waarmee Jacobs en B'Rock parodiëren wat hen lief is. Een vermakelijke keuze dus, om deze 'L'opera seria' van onder het stof te halen.

De opera is nog tot 11 september 2016 integraal te bekijken met Franse ondertiteling via deze link.

Details Podium
De hand in eigen boezem
Muzikale leiding: René Jacobs
Regie, decors & kostuums: Patrick Kinmonth
Belichting: Andreas Grüter
Choreografie: Fernando Melo
Dramaturgie: Olivier Lexa
Zang: Marcos Fink, Pietro Spagnoli, Thomas Walker, Mario Zeffiri, Alex Penda, Robin Johannsen, Sunhae Im, Nikolay Borchev, Magnus Staveland , Stephen Wallace, Rupert Enticknap
Foto's: Clärchen und Matthias Baus
Posterbeeld: Neal White / Gallery Stock
Orkest: B'Rock, Symfonieorkest van de Munt
Location:
Koninklijk Circus Brussel