Preparatio mortis

Het ‘post mortem stadium of life’

Het begon met een studie. Een schets. In 2005 kreeg Jan Fabre als choreograaf Avignon op zijn hand met een vijftien minuten durende danssolo rondom de dood. Zeven jaar later rakelt hij het gegeven terug op en bouwt hij verder op de spreekwoordelijke kiem die hij toen plantte. Dood werd gezaaid; inmiddels wil Fabre leven oogsten. Daartoe ontwierp hij een scène bedekt met honderden kleurrijke bloemen, die meteen een heuse paradox opwerpen. Enerzijds is er de sfeer en de indringende geur van het kerkhof, de eindhalte; anderzijds lijkt Fabre via het prachtig geschakeerd bloemenveld de aanwezigheid van de natuur en dus van het organische extra te benadrukken. Een volgende tegenstelling waarop ‘Preparatio mortis’, een uitgesponnen meditatie van iets minder dan een uur, drijft, is de muziek van wereldvermaard organist Bernard Foccroulle, van wie geen Bach of Buxtehude te horen is, maar wel eigen werk. De klank van het eclectische orgel is enerzijds morbide, anderzijds flexibel en wendbaar, ontroerend in de vele mogelijkheden qua registers.

Initieel geeft Fabre echter weinig bloot. De scène baadt in een nachtelijk duister en slechts heel langzaam wordt een soort pulserende grafzerk belicht. Deze introductie is een opstapje naar de eigenlijke danssolo, maar ook een waarschuwing: toeschouwers die niet kunnen ‘meeglijden’ in de trance die ‘Preparatio mortis’ is, zullen de hele voorstelling lang onrustig met de voeten blijven schuifelen, of erger, luidruchtig de aandachtige toeschouwers storen. Uit het bloemenveld maakt zich na een vijftiental minuten een arm los, en later een volledig lichaam: danseres Lisa May staat op uit een grafzerk waarin haar eigen geboortedatum gegraveerd zou kunnen zijn. Alweer een manier waarop Fabre leven en dood met elkaar tracht te verbinden: elk mens tekent met zijn de geboorte immers de zekerheid van een toekomstig sterven.

Fabre zegt zelf dat zijn hele theateroeuvre de transformatie toont van de mens richting de dood. In ‘Preparatio mortis’ is misschien eerder het tegenovergestelde aan de gang: May probeert krampachtig te leven, of juist met het sterven in het reine te komen. De bloemen worden eerst, net als kerkhoven in steden, naar de rand van de scène verbannen. Hun aanwezigheid blijft echter dwingend en majestueus. Later suggereert Fabre een seksuele betrokkenheid tussen de bloemen (als metafoor voor leven en onafwendbare dood?) en May op een bijna neurotische wijze. In de beleving van zijn driftmatigheden kan de mens echter evenmin ontsnappen aan de doodsgedachte. Eerder het tegendeel zou zelfs waar kunnen zijn, want is het orgiastische ‘loslaten’ geen vorm van sterven?

In de slotscène bevindt May zich naakt in de glazen grafzerk, waarin vlinders (een doodsmotief dat Fabre ook in zijn recent verschenen dagboeken vermeldt – de choreograaf ziet er zelf tevens een metafoor in voor de breekbare maatschappelijke positie van de kunstenaar) symbool zouden kunnen staan voor de in Christelijke kringen welbekende levitatie. May tekent met een modderachtige substantie symbolen op de zerk, die herinneringen oproepen aan de grotten van Lascaux. Naast de stier duiken hier eveneens fallussymbolen op, helaas om onduidelijke redenen. Fabre wil misschien de kiem van zijn kunstenaarschap onderzoeken in deze bevreemdende scène, die de toeschouwer echter op een dwaalspoor achterlaat. ‘Preparatio mortis’ eindigt dan ook verwarrend en onduidelijk, hoewel badend in een magnifiek, esthetisch kader.

Een conclusie formuleren is moeilijk. Tijdens de meditatie roept Fabre veel vragen op, maar de hypnose zelf is choreografisch niet buitengewoon interessant. Ook de noodzakelijkheid van de brute, beestachtige wijze waarop de seksualiteit zich Fabre-gewijs opdringt, kan men in vraag stellen. Tot slot meandert de verbluffend veelzijdige muziek boven en onder de voorstelling, zonder er echt wezenlijk deel van uit te maken. ‘Preparatio mortis’ is dan ook de optelsom van een aantal bevreemdende elementen, die elkaar amper verrijken. Niettemin interessant en ontroerend om zien, maar dat de originele ‘schets’ omwille van zijn compactheid meer verpletterend moet geweest zijn, kan men gemakkelijk aannemen.

Details Podium
Regie: Jan Fabre
Location:
De Singel Antwerpen
Datum opvoering:
2012-02-11 00:00:00
Datum premiere:
08/02/2012 u

Nieuwsbrief 7/7