Tord Gustavsen, Simin Tander & Jarle Vespestad, ‘What was said’

Sluit de ogen, kijk…naar binnen

Voor een poging tot verzoening is het nooit te vroeg. Of te laat. Zeker vandaag niet. De wereld staat in brand, en de politici slagen er niet in om van de omstandigheden gebruik te maken er hun kiezers aan te herinneren dat ons mens-zijn ons allemaal verbindt, meer dan dat het ons verdeelt.

Als het in het parlement niet gebeurt, dan zijn het echter de kunstenaars die hun mandaat moeten opnemen. De Noorse pianist Tord Gustavsen doet dat ook, en wel met zijn jongste worp ‘What was said’, pas verschenen op ECM. Vanaf morgen trekt hij ermee door Europa, te beginnen in Brussel. Na Flagey (21 januari) komen ook De Roma (22 januari) en De Spil (23 januari) aan de beurt, waarna bij onze noorderburen nog het Bimhuis (28 januari) en Paradox (29 januari) worden aangedaan.

Gustavsen staat er niet alleen voor. Aan de drums zit zijn landgenoot Jarle Vespestad, onder andere gekend van zijn stevige werk bij Supersilent. Aan de zijde van Gustavsen toont hij zich echter als een poëet, die moeiteloos mee stapt in de uitgestrekte klankvelden die de pianist telkens weer neerlegt.

‘What was said’ is een album waarop tijd wordt genomen. Tijd om via muziek te contempleren, tijd om harmonie langzaam te laten inwerken, tijd om vanuit de idylle van de liederen weg te dromen naar het landschap van het eigen innerlijk. Waar is het vrediger dan ginder, in het diepst van de ziel? En wat is universeler door het louterende proces van introspectie, het soort ik-gerichte meditatie waar Gustavsen een ijle soundtrack bij schreef?

De twee Noren staan er niet alleen voor, want Simin Tander vervolledigt het trio. Deze Duits-Afghaanse zangeres gaat aan de slag met teksten van haar landgenoot Hamsaaya, wiens gedichten op de melodieën van Noorse hymnes die Gustavsen zich nog herinnerd uit zijn kindertijd werden gezet. Bedoeling is om na te denken over de raakvlakken tussen het soefisme en de Christelijke godsdienst, waarbij het Gustavsen en Tander vooral om de overlap te doen is.

Toch wordt dat opzet nooit belerend, omdat Tander in verschillende talen zingt, waaronder het Pasjtoe. Voor wie die taal niet beheerst, is een rechtstreeks didactisch effect dus uitgesloten. En gelukkig maar, want de meer suggestieve ontmoetingen tussen haar cultuur en die van de pianist is veel interessanter.

Gustavsen blijft niet binnen zijn eigen cocon, net zomin als Vespestad terugdeinst voor Oosterse toetsen. Het duo vertrekt meestal vanuit meer zweverige epiek, maar durft verglijden in meer ritmisch gedreven improvisaties, waar Tander hier en daar iets boven scandeert. En het goede nieuws is dat dergelijke mogelijkheden live ongetwijfeld meer zullen worden uitgewerkt dan op de cd. ‘What was said’ blijft als album immers hangen in een handvol sferen, terwijl Gustavsen buiten de studio-context meestal een breder gamma aan technieken bovenhaalt.

Reden genoeg dus om af te dalen in het zelf, in Brussel, Borgerhout of Roeselare. Kwestie van het nieuwe jaar met open geest tegemoet te treden…