Rock Werchter 2018: de reviews (dag 1)

Rock Werchter had op de eerste festivaldag een line-up om met een gouden lepeltje van te smullen. Voor podia als The Barn, KluB C, The Slope en natuurlijk de Main Stage wisten de programmatoren de snoepjes van de huidige muziekhypes te strikken.

Kali Uchis (***)

Ze heeft Colombiaanse roots en op haar uiterlijk kunnen we zonder kort door de bocht te klinken toch wel de term seksbom plakken. Kali Uchis opende KluB C van Werchter met 'Sleep'. Deze dame deed samen met haar band (toetsen, bassist en drummer) de temperaturen op het warmste moment van de dag nog net ietsje stijgen. Hoewel haar mimiek neutraal (om niet te zeggen gevoelloos) bleef, vermeldde ze in het begin van haar concert toch dat ze blij was er te zijn. Kali Uchis heeft zonder veel vijven en zessen een degelijke act geplaceerd en kan dan ook een gepaste opener van KluB C worden genoemd.

Zwoel, zweverig en 'te nemen of te laten': drie kenmerken die op Kali Uchis' adres mogen bezegeld worden. Tijdens het Spaansgezongen nummer 'Nuestro Planeta' stond de micro net iets te zacht waardoor haar stem, die reeds vrij onduidelijk overkomt, niet geheel verstaanbaar was. Daarna volgde het iets oudere reggae-achtige 'Know what I want'. Verder waren ook soul-, jazz-, dancehall- en RnB-invloeden te horen in de set van Karly-Marina Loaiza, oftewel Kali Uchis.

Het iets populairdere 'Just a stranger' was zonder meer een eerste hoogtepunt, waarbij zowel Karly-Marina als het publiek uit hun dak gingen. Na hitjes 'Tyrant' en 'After the storm' liep de tent zowat half leeg – een feitelijkheid die meer zegt over de mentaliteit van het Werchterse publiek dan over de zangeres zelf. Haar oprechte fans kregen als cadeau 'Teeth in my neck' voorgeschoteld, waarbij haar stem op momenten een oog knipte naar die van Amy Winehouse. Met 'Ridin’ round', wat de band muzikaal en de zangeres vocaal bewonderenswaardig sterk afgingen, was Kali’s klusje geklaard.  

Fluctuerend met (althans zo leek het) te zeer ingestudeerde danspasjes, was het niet altijd duidelijk in welke mate de als seksgodin geklede Kali er zélf nog plezier in had. Haar onzekerheid als persoon speelt ongetwijfeld parten wanneer het aankomt op performance. Zo mag ze van ons wel eens wat harder op haar stem drukken, om deze losse eindjes toch wat meer power in te blazen. Een meer dan knap concert, met hier en daar een lusteloos en enthousiasmeloos kantje.

Otzeki (****)

Otzeki mocht donderdag wellicht het meest gezellige en intieme podium van Rock Werchter openen: The Slope. Met hun maatschappijkritische debuut 'Binary childhood' deed deze tweekoppige band ons menigmaal denken aan het Belgische vijfkoppige Balthazar. Waar ze soms ook vervielen in een mix van Alt-J, Warhola en van tijd tot tijd zelfs Muse, kwam het duo moeiteloos met deze puzzel van genres weg. Mike Sharp en Joel Roberts, neven en bondgenoten op het podium, brachten degelijke elektropop die meer dan eens uitnodigde om de benen los te schudden. Een nonchalante look en een vrij korte set van vijf nummers kon het Werchterpubliek zeker en vast bekoren. De klepper 'Pay the tax' zette een veelbelovende toon voor de komende 45 minuten, vervolgd door 'All this time', een nummer waar het genre country niet bij het grof vuil mag worden gezet. Eindigen deden ze met 'True love', waarmee hun zeer korte maar daarom niet minder krachtige set de fanbase van Otzeki had uitbreid met een honderdtal fans.

Little Simz (****)

Perfecte melange van kwalitatief volwaardige muziek als lyricist en een enthousiasme dat als vuurwerk explodeert tot menig gebounce in KluB C: Little Simz, een vrouwelijke rapper met reeds vier albums en misschien wel de meest verrassende act van deze festivaldag. Na song één trokken onze ogen wagenwijd open en hoewel ze ons deed denken aan een mix van Rapsody en Lauryn Hill, moest Little Simz niet bestempeld worden als een slap afkooksel van deze twee. Integendeel, Little Simz zou bij wijze van spreken moeiteloos het boegbeeld van de komende generatie vrouwelijke rappers mogen zijn, en kan, zonder controverse op te wekken, tippen aan Lauryn Hill in haar meest vruchtbare periode. Deze dame staat er en haar enthousiasme was nauwelijks te negeren.

Dankzij een combinatie van een band én een dj profileerde Little Simz zich als een kwalitatief muzikale act, met exact voldoende entertainende meerwaarde dat het nét niet vervelend werd (behalve het tot tweemaal toe terugspoelen bij het laatste nummer om het enthousiasme bij het publiek op te wekken). En hoewel haar stem primeert boven het muzikale, mocht ze zich dit gegarandeerd veroorloven. Little Simz is de Queen van uitstekende balansen: tussen kwalitatief en entertainend, tussen vocaal en muzikaal.

Een band met een drummer die qua uiterlijk, kunde én enthousiasme iets weghad van Anderson .Paak, een dj die ook meedeed als hypeman en bij momenten meerstemmig met Little Simz meerapte (wat was dat vet man!) en een geweldig bekwame artiest aan de toetsen, presenteerde zich instrumentaal met covers van Biggie Smalls en Missy Elliot. Wat kan deze band een duizendtal mensen aan het dansen brengen. Ongelooflijk. De show ging van goed naar beter en ook afsluiten deden ze op magistrale wijze. Ook al hadden we hadden het je graag in geuren en kleuren verteld … I’m sorry mama, we’re too busy dancing.

Vince Staples (****)

Als reeds jarenlang erkende artiest in het rapcircuit brak Vince Staples pas met 'Big fish theory' (2017) fo real door bij het grote publiek. 'Rapper van vandaag en morgen', zeggen sommigen. Vince brengt een mix van hiphop en elektronische genres, met gewelddadige teksten die niet zelden gebaseerd zijn op eigen traumatische ervaringen.

Jammer maar helaas, dit totaalplaatje van genialiteit en meesterwerk kwam niet geheel over bij het publiek, dat zich, begrijpelijk ook, had voorbereid op een uurtje springen en bewegen. Zijn performance (die eigenlijk ontbrak) moest bij het benieuwde publiek zijn overgekomen als arrogant en simpelweg onwillig. Zijn day-one-fans begrijpen het hele gedrag en dat is, voor kenners, nét die meerwaarde. Vince moet op Werchter ongetwijfeld een paar fans gewonnen hebben, maar is er vast en zeker ook verloren.

Het hele probleem met dat concert was dat het gros van het publiek zijn boodschap simpelweg niet begrepen heeft. De extreem catchy elektronische beats, waar het gefeest voornamelijk ontsproot, zijn eigenlijk een ironische bijklank voor wat Staples' muziek écht behelst. "Move your body if you came here to party. If not then pardon me. How I'm supposed to have a good time, when death and destruction's all I see?" zong Staples in 'Party People', terwijl de keet ondertussen op zijn kop stond van de dansende benen. Onbegrepen lyrics, met andere woorden.

Zijn concert was sober en droog en hoewel het niet geheel duidelijk was wat hij nu exact wou overbrengen, werde deze leegte gevuld door een baslijn die tot in je diepste ingewanden trilde. Enkel de term 'dubbelzinnigheid' kon onze gemoedsrust sussen wanneer wij na het concert met een groot vraagteken onberoerd achter bleven. Hoogstwaarschijnlijk was het zijn bedoeling om verwarring te zaaien en niet gemakkelijkheidshalve mee te gaan met een boenke-boenke-mentaliteit. De punten die Vince hier bijeenraapt, zijn niet te danken aan het feestgehalte, noch aan de muzikale meerwaarde. Neen, deze zijn te danken aan zijn oneindige eigenheid en echtheid (of realness, in hiphoptermen), een eigenschap waar menig artiest tegenwoordig over rapt, maar slechts een schaarse vondst wanneer we zoeken naar diegenen die het ook werkelijk bezitten. Big ups, Vince.

Craig David (**)

Zowat het volledig tegengestelde gevoel van Vince Staples kregen wij bij Craig David. Heb je Craig gemist op Rock Werchter 2018? Tip: zoek even een afspeellijst op youtube 'Chirofuif 2018' en je komt zowat min of meer op zijn setlist uit. 'Love yourself', 'Jump around', 'Temperature', 'Still Dre' en zelfs het helemaal niet urbane 'Show me love' passeerden de revue. Dat hij deze nummers coverde, is een verbloeming en eigenlijk simpelweg onjuist. Nee, Craig gooide de karaokeversie van deze nummers op, waarbij het scenario zich tot een tiental keer toe herhaalde: hij gooide een plaat op, kwam naar voor, zong deze (weliswaar perfect) mee en lachte het publiek tot slot dankbaar toe met tranen in zijn ogen. TS5 is de naam die hij plakt op dit nieuw concept en hoewel hij zo’n vijftiental jaar geleden door het leven ging als één van ’s werelds bekendste rnb-zangers, vonden wij deze set eerder wansmakelijk en nauwelijks ode doen aan zijn kwaliteiten. Craig kan een stukske zingen en ook rappen gaat hem bijzonder goed af, maar daarbij is de stempel die op dit concert te plakken valt min of meer gezet. We mogen niet vergeten dat hij toch wel een viertal nummers van zichzelf bracht (waaronder '7 days' en 'Fill me in'), die mét band minimum 4* zouden halen. Het feit dat KluB C alsnog in lichterlaaie stond te sjansen, geeft deze mijnheer blijkbaar genoeg voldoening. Of hij zelfs heeft stilgestaan bij de kwaliteit en de keuze van zijn setlist? Dat vragen wij ons ook af.

Gorillaz (*****)

Zonder twijfel de klepper van dag 1. Het feit dat een headliner van ons een maximum aan punten scoort, heeft niets te maken met de vanzelfsprekendheid ervan. Dat Gorillaz uit een heel uiteenlopende groep muzikanten bestaat, dat is een feit. Dat ze muziek maken van de bovenste plank is ook een feit. Maar dat deze uiteenlopende groep talenten deze muziek live zo behoorlijk zou brengen, ja, dat bewezen ze donderdagavond ten stelligste.

Hoewel Gorillaz in feite enkel bestaat uit zanger Damon Albarn en grafisch ontwerper Jamie Hewlett, stond er gedurende deze fantastische act toch een vijftiental zielen op het podium. Een groepje van een vijftal backingvocals, een gitarist, bassist, een keyboard en een zanger, elk nummer overtrof het vorige. Wat Gorillaz afgelopen donderdag verwezenlijkte, was nog ver boven de torenhoge verwachtingen die het publiek reeds had. Damon Albarn, alsook zanger van Blur, wisselde zijn diepe, melancholische stem af met een melodica en een autotune die hier meer dan op hun plaats waren. Bij elk nummer schepte de band een volledig andere sfeer en wij beleefden het moment zodanig in het nu dat het vorige reeds lang vergeten was. Het concert (of zeggen we beter het spektakel?) van Gorillaz bestond uit een aaneenschakeling van rauwe, diepe elektropop, hiphop en soul, vermengd met een prachtige filmshow. Artiesten als De La Soul vervoegden het podium en ook Little Simz kwam voor één nummer even piepen. Ons hart sloeg zowaar een slagje over.

Hoewel Gorillaz bekend staan om hun anonimiteit (zo performen ze vaak achter een doek waardoor enkel silhouetten zichtbaar zijn) en hun hologrammen, kreeg het publiek donderdagavond een rauwe, echte, authentieke show op hun bord geschoteld. De pot schafte enkel lekkers, waarbij elk nummer nog ver boven het vorige strekte. Meesterwerk van de bovenste plank, die mannen. Als de mens dan toch afstamt van een aapsoort, dan maar beter van Gorillaz.