Psallentes, 'Triptycha'

Oude muziek, nieuwe kanalen

Een collectief voor oude muziek dat met beide benen in de nieuwe tijd staat: dat moet wel Psallentes zijn, het koor waarvan artistiek leider Hendrik Vanden Abeele de reputatie in de voorbije jaren pijlsnel zag toenemen. De status die het ensemble vandaag geniet, heeft het aan verschillende kwaliteiten te danken. Uiteraard niet in het minst aan die van de stemmen en de samenklank, die de luisteraar zowel live als op cd in al hun puurheid treffen. De luciditeit van het vrouwenkoor, zoals het op deze opname klinkt – oorspronkelijk was Psallentes een mannenkoor, maar sinds 2007 heeft het ook een vrouwelijke tak – werd simpelweg perfect geregistreerd: storende details of een akoestische galm krijgen geen kans, en toch is de sound uitzonderlijk warm en vol. Overigens niet rond en niet te dens, kortom de afzonderlijke partijen kunnen ragfijn onderscheiden, ontleed en gevolgd worden.

Naast dat muzikale aspect zit het bij Psallentes ook op vlak van de artistieke keuzes helemaal goed. Opnames geconcentreerd rond Gregoriaanse muziek of werken van de Vlaamse polyfonisten worden al te vaak wat fantasieloos opgebouwd rond een componist of een bepaald thema. Psallentes wijkt daar niet manifest vanaf, maar denkt wel grondiger na over samenhang, en pakt dan ook uit met meer coherente projecten. Zo bijvoorbeeld ‘Triptycha’, waarop de overlevering rond Christus heel bezwerend wordt benaderd. Daarenboven profileert het koor zich ook met een rode draad binnen het artwork, dat over hun verschillende projecten heen eenheid schept. Die stripfiguurachtige atmosfeer staat haaks op het tijdloze en onaanraakbare van de muziek, een effect dat Psallentes vermoedelijk heeft nagestreefd. Toch is dit een dubieuze vormelijke keuze, want voor buitenstaanders lijkt het alsof het koor haar kunstenaarschap daarmee naar de wereld van de simpele verstrooiing degradeert.

Wie het collectief ook maar dertig seconden aan het werk hoort, begrijpt evenwel meteen dat van vrijblijvend vertier helemaal geen sprake kan zijn. Hoewel de cd ontstaan is uit een merkwaardige fantasie van Vanden Abeele, volgt het programma een uitzonderlijk intens parcours. Psallentes’ artistieke leider vroeg zich op een gegeven moment af welke muziek de engelen afgebeeld op het ‘Lam Gods’ aan het zingen zouden zijn. Daar werd onderzoek naar gedaan en wetenschappers suggereerden dat het om polyfonie zou gaan. Vanden Abeele smeedt daarom een brug van de oorspronkelijke liturgische overlevering (via het Gregoriaans) naar de meerstemmigheid die zich op het doek van de gebroeders van Eyck voltrekt. Het discours van de cd is behoorlijke heterogeen, maar blijft toch gevrijwaard van tegenstrijdigheden. Dat mag een uitzonderlijke prestatie heten, een die Psallentes met trots aan zijn snel in omvang toenemende discografie mag toevoegen.

Parallel met deze opname stak Vanden Abeele overigens een tentoonstelling in elkaar over mystieke muziek in de 15e eeuw. Daarvoor sloeg hij de handen in elkaar met instrumentenbouwer Andrzej Perz. Het duo brachten didactisch materiaal en oude instrumenten samen in de ruimtes van het Gentse Caermersklooster, waar de goddelijke muziek op de panelen van het ‘Lam Gods’ dus wordt verklankt. Engelen en instrumentalisten, Gregoriaans, polyfoon of werelds: het is duidelijk dat er een tijd op til is waarin een kruisbestuiving tussen die tot dan toe gescheiden werelden zal plaatsvinden. Over dat historische moment, waarop de wederzijdse bevruchting van het profane en het religieuze nog moeten gebeuren, gaat de expositie.

Behalve ontroering, schenkt Vanden Abeele zijn publiek dus ook inzicht. Wetende dat dit project slechts één voorbeeld is van wat de man de voorbije jaren heeft gerealiseerd voor wat oude muziek betreft, waar blijft dan de brede publieke erkenning? Zijn de organisatoren voor de volgende editie van de MIA’s al op de hoogte?