Paolo Sorrentino, ‘Jeugd’

Cineast of schrijver?

Wie herinnert zich nog de ongeveer een decennium oude rubriek die vroeger de pagina's van De Standaard sierde en luisterde naar de naam 'Het boek is beter dan de film'? Tot op vandaag is het een gemeenplaats, althans wanneer het betreffende boek aan de film vooraf gaat. Zelfs dan is het vaak kwestie van wat de lezer of kijker het eerst tot zich neemt. Zo missen de liefhebbers van een verfilming niet zelden de bondigheid in het boek. Wie eerst het boek tot zich neemt, kan de film dan weer ervaren als een aanslag op de verbeelding of op de veelkleurigheid van de roman. Wat gesneuveld is, herinneren zij die aan het boek plezier beleefd hebben, zich als onontbeerlijk. Kortom: boeken en films vergelijken is een kwestie van zorgvuldig wikken en wegen. Het betreft fundamenteel verschillende ervaringen, die gelukkig naast elkaar kunnen bestaan.

Het gebeurt eerder zelden, maar het gebeurt: een cineast die instaat voor een nieuwe creatie op het witte doek en datzelfde project eveneens als boek laat verschijnen. Precies zo geschiedde het bij ‘Youth', de jongste schepping van Paolo Sorrentino. 'Youth' is de fel geanticipeerde opvolger van het meesterlijke 'La grande bellezza', waarmee de Napolitaan een Oscar in de wacht sleepte voor beste buitenlandse film.

Thematisch situeert 'Youth' zich in soortgelijk vaarwater: alweer zit een man vast in zijn eigen verleden, wat hem belet het hier en het nu te omarmen. Wordt dat in 'La grande bellezza' getoond met een weergaloze flair die het publiek voortdurend aanmaant om het alomtegenwoordige wonder van schoonheid in al haar gedaantes onder ogen te zien, dan is 'Youth' als film duidelijk meer literair opgevat. Er zijn nog steeds magistrale beelden, maar af en toe wordt Sorrentino een pure registrator van dialogen, waarbij het visuele enkel het gesproken woord demonstreert, omdat men in de cinema nu eenmaal niet naar een zwart scherm kan zitten turen. Kortom, met de film in het achterhoofd, lijkt het boek theoretisch de ware bestemming voor wat Sorrentino heeft willen zeggen.

Dat blijkt echter een vergeefse verwachting. Het zit allemaal in de film en het boek is er een geschreven weergave van, waarbij  de auteur nooit loskomt van het feit dat zijn stiel de visuele vertelling is. Sorrentino schrijft niet als een schrijver, maar als iemand die voortdurend wil uitbeelden. De psychologie is ondergeschikt aan datgene waar er naar gekeken kan worden. In zijn huidige gedaante lijkt het dus vooral een soort scenario-als-roman, met die nuance dat enkele overbodigheden wel het boek hebben gehaald, maar gelukkig niet in de film zijn terecht gekomen. Veel zijn het er niet, maar ze genereren wel de indruk dat 'Youth' subtieler is dan 'Jeugd' en ook merkelijk poëtischer. Niet op het niveau van de hoofdpersonages, maar wel wat betreft de nevenfiguren, die in een mysterieuze vertelling als deze juist van fundamenteel belang zijn.

Behalve de soms literaire manier van filmen – nochtans weet Sorrentino in zijn andere films als geen ander beelden als autonome manier van vertellen te gebruiken – heeft 'Youth' de wat nadrukkelijke manier van acteren als probleem, naast de tweederangs soundtrack die een portret van een componist onwaardig is. Wat wel uitstekend werkt, is de representatie van het luxe kuuroord als een oase voor de doden. Iedereen zoekt er naar de jeugd, maar door de gangen waart alleen ouderdom. Zoals Sorrentino filmt – speels, tegendraads, eenvoudig en vol humor – zo ontdekt de protagonist wat jong zijn op oudere leeftijd betekent: niet vasthouden aan treurige axioma's, maar verder doen, verder gaan.

Lichtheid, zo klinkt het ergens, is onweerstaanbaar. Dat typeert Sorrentino ook als cineast: hij had een brok intelligente ernst kunnen inblikken, maar in de plaats glimlacht hij zich via een paar Hollywoodacteurs naar een groter publiek, dat door zijn positieve ingesteldheid - ook jegens de grote thematiek in het leven - ongetwijfeld zal worden opgetild.

Wie niet kijkt en enkel leest, blijft echter aan de grond. 'Jeugd' heeft te weinig autonome literaire waarde, hoewel het een feilloos geschreven werkstuk is. Alleen ontbreekt de vurige adem van iemand die schrijft om den brode. Ware literatuur behoeft de fantasie van een kunstenaar die kan zien met de ogen dicht. Sorrentino is daarentegen de meester van het met symbolen, humor en/of nuance geladen beeld. Hem zien, is veel rijker en efficiënter dan hem lezen. Gauw naar de cinema dus, nu het nog kan.