Meisjes en elektronica deel 2

Grimes en Nina Kraviz

Grimes

De queeste naar pure esthetiek

2012 moet het doorbraakjaar worden van het eclectisch vogeltje genaamd Grimes. Oftewel Claire Boucher (23) geboren in Vancouver maar niet onbelangrijk, sedert 2006 residerend in Montréal. Haar ervaring als performer zit diep geworteld in de illegale DIY loftcultuur van underground Montréal, waar Boucher één van de sleutelfiguren was in de Lab Synthèse scene, die vooral hipsteravonden organiseerde in een oude afgelegen textielfabriek. Ze ontwikkelde zich in een scene waar punk ethos en popmuziek een frontale botsing aangingen, met als resultaat een merkwaardig gevoel van samenhorigheid, religieus getint en gevoed met psychedelische vreugde.

Een opmerkelijk parcours gestoeld op een al even opmerkelijke muzikale evolutie, dat is wat Boucher de afgelopen twee jaar doormaakte. Grimes’ eerste release kwam er in 2010 met de cassette ‘Geidi Primes’. Een vrij ontoegankelijke plaat die bol staat met ideeën die helaas overkomen als een nonchalante verzameling knipsels. Maar op sommige tracks hoor je reeds waar ze naartoe wil. Opener ‘Caladan’ en ‘Grisgirs’ zijn de pareltjes avant la lettre die we in overvloed te horen krijgen op haar tweede plaat uit 2010, ‘Halfaxa’. Een van de allereerste witch-house platen, of eerder een lo-fi R&B release, aldus het avant-pop label Arbutus, maar wat wij horen is vooral een avant garde electropopplaat met weerhaakjes in bulk. Toptracks zijn er te over, maar nog steeds is dit niet meteen te meest lichtverteerbare kost. Op ‘Weregild’ neemt Boucher ons mee op een transcendente trip richting het ‘hogere goed’: spannend, zweverig en catchy tegelijk, dompelt ze ons onder in haar universum aan klanken. Zo ook op ‘Sagrad’ die nog een trapje hoger staat dan bovengenoemde, het is één van de eerste nummers waar ze haar stemaccrobatie ten volle uitbuit. Nog een topper uit deze plaat is ‘Dream Fortress’, mierenzoet bij momenten, macaber en bevreemdend aan de andere kant.

Teksten ontrafelen is iets waar we ons bij Grimes niet aan moeten wagen. Bovenal zingt ze vrij onverstaanbaar, betekenen de teksten zo goed als niks, en zijn ze ondergeschikt aan de muziek. Vandaar ook de vele ‘aaahs’, en ‘ooohs’, die een prominente rol spelen in haar oeuvre. Bovendien houdt ze er simpelweg niet van al te veel van haar privéleven tentoon te spreiden. Hoe weinig haar teksten betekenen des te meer betekent haar stem als instrument. Ze gebruikt die dan ook dankbaar als drumpatroon en synthpads.

De muziek zelf maakt ze met enkele vocale pedalen, een sampler, een een Juno G-keyboard en belangrijkst van al, het gebruiksvriendelijke GarageBand. Voor Boucher een manier om zichzelf Phil Spector te voelen op een goedkope manier. Het kleinste kind zou er haast een catchy deun kunnen uitkrijgen, maar wat Boucher er allemaal tevoorschijn mee tovert is pure esthetiek. Laat dat nu toevallig hetgene zijn waar Boucher naar opzoek is in haar leven. Dat weerspiegelt zich niet alleen in haar dromerige sound maar ook in haar voorkomen. Ze is een meid, gegeerd door Vogue, die hopelijk nog net iets vaker van ondergoed verandert dan van kapsel. Een stijlvolle jonge dame, eigenzinnig en oprecht, want niet geconstrueerd door een major als de Lana Del Reys van deze wereld.

We schrijven ondertussen 2011 en Grimes brengt een split EP uit met D’Eon. Misschien wel hét kantelpunt in haar nog jonge carrière. Een wereldsong als ‘Vanessa’ weerspiegelt het best wat we bedoelen. Glad, poppy in het kwadraat, zoet, catchy, want probeer maar eens niet mee te dansen op de prima low budget videoclip, maar vooral: gearrangeerd met de branie van een échte succesproducer. Het is de eerste maal dat ze het experimentele facet van haar vorig werk weet te combineren met pure pop esthetiek. In een interview met Pitchfork gaf ze vorig jaar aan dat haar vierde, zopas verschenen plaat, haar doorstart zou worden. Alles ervoor was meer een kwestie van ‘roeien met de middelen die we hebben’, aldus Boucher. Al klonk dat in onze oren als een serieus understatatement, en eerlijk, een lichte vrees overviel ons, wachtende op haar ‘doorbraakplaat’. Ook vertelde ze pas toen besloten te hebben haar stem het ontegensprekelijke brandpunt te maken van haar vierde plaat.

Zopas is Visions gereleased op 4AD en algemeen goedgekeurd door de vakpers. Visions verwerkt invloeden als Aphex Twin, TLC, Enya, Dungeon familly en Outkast, puttend uit genres als IDM, New Age, New Jack Swing, Glitch en Industrial. De songs lijken te stammen uit de eighties, maar dan geüpgraded door een futuristisch luik, overgoten met haar bevreemdende girly falsetto gezangen. Zelf beweert ze vooral inspiratie gehaald te hebben uit onderwerpen die haar de ene dag compleet in een wurggreep houden, en de andere dag compleet koud laten. Zoals daar zijn: Koreaanse popmuziek (K-pop), mainstream divas als Mariah Carey, pre-dadaïstische Russiche Zaum filosofie en het werk van de Russische balletdanser Rudolf Nureyev Dat alles resulteert in een hyperdigitale sound, glad en blinkend, laverend tussen extremen, bij momente brutaal, maar bovenal een staaltje pure esthetiek. Toptracks zijn de vriendelijke singles ‘Oblivion’ en ‘Genesis’, alsook het brutalere ‘Be a body’.

Vorig jaar deed ze reeds enkele voorprogramma’s voor Lykke Li, als alles meezit, zien we haar op termijn een even groot publiek verwerven als haar en pakweg Robyn. De queeste naar esthetiek lijkt voorlopig een intermediair eindpunt bereikt te hebben, de toegankelijkheidsdrempel werd drastisch naar beneden getrokken, maar inboeten aan originaliteit zit er voorlopig nog niet in. De weerhaakjes mogen dan wel verdwenen zijn, hap slik weg pop zal hetnooit worden.

 

Nina Kraviz

Veel meer dan een mooi snoetje

Een ravissante Russische die fantastische house-tunes mixt én produceert: gelukkig toeval of uitgekiende marketingtruc? Na het geblinddoekt beluisteren van Nina Kraviz’ zelf getitelde debuutalbum kunnen wij niets anders dan concluderen dat Damela Ayer niet alleen met een mooi snoetje, maar ook met bakken talent is gezegend.

Kraviz groeide op in het Siberische Irkoetsk, waar ze –na het uitpluizen van vader’s collectie jazzplaten- verliefd werd op de Chicago-house die het lokale garageradio ’s nachts door de speakers joeg. Tandartsstudies werden snel aan de kant geschoven voor een veel interessanter leven als parttime model en freelance muziekjournaliste; maar ook de drang om zélf achter de draaitafels te kruipen bleek snel te groot om te negeren. In sneltreintempo versierde ze een tweejarige residency bij de befaamde Propaganda-club in Moskou; internationale bookings volgen snel.

Als producer laat Kraviz sinds 2009 met mondjesmaat van zich horen met enkele opvallende 12-inches (‘Pain in the ass’, 'I’m week’,’Voices’, …) op labels als Underground Quality, Naïf en Rekids. De release van ‘Ghetto Kraviz’ eind vorig jaar maakte ons echter duidelijk dat 2012 het jaar van de grote doorbraak zou kunnen worden. Hoewel de monotone mantra’s in dat nummer Kraviz’ beperkingen als zangeres aantonen (de deerne weigert te oefenen om haar natuurlijke identiteit te behouden), klinkt het resultaat zó verleidelijk dat wij met veel plezier op de knieën gaan. Dat de song bij de release van het album nu ook een uitermate geile video heeft meegekregen, helpt natuurlijk ook…

Wie dansvloervullers of catchy tunes verwacht, is bij Kraviz niet aan het goede adres: de plaat is een sexy trip door Kraviz’ gevoelswereld. ‘The kind of girl that most boys would chop an arm off for’ lazen wij onlangs in dj-magazine Mixmag. Wij zijn er zeker van dat ook jij na het beluisteren van ‘Nina Kraviz’ leert leven met fantoompijn. Je overige ledematen kunnen op 31 maart terecht in de Brusselse Fuse.