Leve de toog!

'Desperado' hernomen in het Toneelhuis

Leve de toog. Leve de toog die ons allemaal in wereldverbeteraars verandert, in naïeve filosofen, in politici die de voeling met de gewone mens nog niet verloren zijn. Leve de toog waaraan er nog werkelijk wordt gepraat, gecommuniceerd, geluisterd. Leve de toog waar de wereld tot stilstand komt, waar er een geestelijke ruimte ontstaat voor analyse, waar oplossingen voor maatschappelijke problemen geboren worden. Leve de toog aan dewelke maten werkelijk elkaars maten zijn, elkaar dienend van weldoordacht advies, van ongeveinsd begrip wanneer het kan, van een schouderklopje wanneer het moet. Leve de toog waar we kunnen beweren te zijn wat we niet zijn. Ja, leve de toog van de hypocrisie.

Wie kent hem niet, die toog? Vroeg of laat zijn we er allemaal wel een keer beland, ergens op een vroeg uur, ooit op een van troost verstoken avond. Met de zure pil van vers liefdesleed onverteerd op de maag, met een onpeilbaar diep gevoel van ontgoocheling om onze miskende kwaliteiten, met een onbestemde heimwee naar een leven dat nooit het onze is geweest. Na een dergelijke avond toogbeklag is er in wezen niets veranderd, en tegelijk alles: we kunnen er weer tegenaan, ons verdriet is gehoord en begrepen. En dat is, zo af en toe, gewoon voldoende.

Kijk bijvoorbeeld naar de vier vrienden die in ‘Desperado’ - inmiddels twee jaar geleden in première gegaan bij het Toneelhuis - samen bijna anderhalf uur aan de toog plakken. Elk hebben ze hun bijzondere karakteristieken: de één uitleggerig, de ander langdradig, nog een ander zonder al te veel ruggengraat en de laatste nogal afwezig. Mannen zoals ze aan een toog zouden kunnen zitten: hun leven in scherven, terwijl ze het onder elkaar proberen te ontkennen. Ze hekelen het gebrek aan empathie, begrip en engagement, maar wanneer het erop aankomt, zijn ze even kleinmenselijk als het volk waarover ze het hebben.

Ook zij willen de details van een ander zijn seksleven in het lang en het breed uitgelegd krijgen, ook zij willen af en toe iemand op zijn bakkes slaan, ook zij worden het luisteren wel eens beu. Hun vriendschap wordt langzaam maar zeker uiteengerafeld als een schijnvertoning, en toch is dat iets dat ze zelf bij hoog en bij laag zouden ontkennen. Ze hebben immers alleen elkaar, daarbuiten wacht slechts afgrondelijke eenzaamheid. Ook dat weten ze, en vergeten ze. Gezeten aan hun toog, getroond op de door hen toegeëigende barkruk.

‘Desperado’ is een gemillimeterde tekst van Kas & de Wolf, voluit Ton Kas en Willem de Wolf. Die laatste heeft bij Compagnie De Koe inmiddels een patent op komische dialogen, waarin eenvoudige burgerlijkheid aan filosofische diepgang wordt gekoppeld. Bart Meuleman regisseerde de tekst van het duo in een kale setting. Er is de suggestie van een hobbyclub – de westernklederdracht vergroot het absurde van de ledigheid van de gesprekken alleen maar uit. Een elektrische rodeo op het achterplan van de scène maakt de patstelling waarin deze vier figuren zich bevinden overigens manifest. Zelfs dat gevaarte - dat gemaakt is om te bewegen - verroert zich niet, als stille getuige van de ettelijke tragedies die de personages zich langzaam maar zeker laten ontvallen.

De regiematige kaalheid legt alle spanning overigens bij de vier acteurs, die zich met een ongewone intensiteit op de holle woordenparade storten. Elke beweging is doordacht, het timbre van elke zin afgewogen, het ritme van de langgerekte impasse perfect afgemeten. Tom Dewispelaere, Kevin Janssens, Marc Van Eeghem en Johan Van Assche zijn kortom in erg goeden doen.

Dat het stuk niet voor iedereen werkt - ook niet voor onze recensent anderhalf jaar geleden - is onvermijdelijk: ‘Desperado’ is een opvoering met nadrukkelijke keuzes, nadrukkelijke traagheid en nadrukkelijke humor. Wie daarin kan mee glijden, krijgt echter een fantastisch stuk te zien. Mensen komen om te lachen, en de meesten doen dat ook. Maar anders dan in de gebruikelijke komedie is dit niet het soort stuk waarin er af en toe een collectief lachsalvo doorheen de zaal waait.

Quasi voortdurend is er gegrinnik te horen, gelach dat mensen krampachtig proberen te onderdrukken. Iedereen beleeft met andere woorden zijn eigen komedie. En toch is men het er naderhand grotendeels over eens: afgrondelijk grappig, pijnlijk, hypocriet. En heerlijk neergezet. Ja, leve de toog, waar achteraf over dit staaltje tooggetater kan worden nagepraat.

Copyright foto’s: Frieke Janssens

‘Desperado’ is nog tot 6 juni te zien in de Bourlaschouwburg. Daarna tot februari 2016 op tournee door Vlaanderen.