Gent Jazz: de reviews (dag 7)

Hip hop, the love of my life

Aan de vooravond van de Björk werd het reguliere festival op passende wijze uitgeleide gedaan, daar in Gent. Gent Jazz had voor de laatste dag nog eens alles uit de kast gehaald en samen met All Eyes On Hip Hop een diverse en interessante affiche samengesteld. Met vooral veel oog voor vaderlands talent. 

Maar het was toch het Amerikaanse Moonchild dat de spits mocht afbijten op het hoofdpodium. Wij volgden goedkeurend uit de verte, de hitte wat ontwijkend in de schaduw. Ze deden wat ze moesten doen: de wei even opwarmen. Darrel Cole, in de Garden Stage, kreeg de tent vol. Wij pasten er niet meer bij, maar ook hier leek het missie geslaagd. 

Echt beginnen deed het blackwave. Het duo uit Atnwerpen kwam eerst wat moeizaam op gang, maar eens de liveband (met twee fijne blazers!) op dreef kwam en de heren zelf een kostuumwissel hadden doorgevoerd, was het allemaal zeer goed te pruimen. Willem Ardui en Jaywalker vullen elkaar goed aan, al is het toch vooral Jaywalker die nog beter lijkt te kunnen, terwijl Ardui de gedroomde volksmenner/zanger is. Het al talrijk opgekomen publiek smulde ervan en de beentjes gingen een eerste keer aan het dansen. Na Werchter juist ervoor uit hun hand te laten eten, deden ze net hetzelfde met Gent Jazz. Het gaat hard voor hen.

Iets minder hard ging het voor Selah Sue. De Leuvense bracht een rustige, intieme set. Zo eentje die rap de vergetelheid ingaat en waarbij alles nogal snel op elkaar begint te lijken achteraf. Het helpt natuurlijk ook niet dat haar nummers allemaal ook effectief op elkaar lijken. Op een luid applaus kon ze achteraf wel rekenen, maar het publiek bleef doorheen de set vrij apathisch en statisch, zelfs bij hits als 'Raggamuffin'. 

En ook niet geschitterd voor de eeuwigheid: The Roots. De Amerikaanse hiphopband, algemeen aanzien als een van de beste livebands ter wereld, was de hoofdact van de dag en wat keken we daar naar uit. 'How I got over', het meesterlijke album uit 2010, is een klassieker pur sang en wekelijks zitten we ons te vergapen aan de klasse van Questlove wanneer hij een drumstel aanraakt. Al is het maar bij Jimmy Fallon als een liveband. Hun stand onwaardig, maar kom. Tel daarbij nog eens de bevlogen spreker in Black Thought en de jazzy invloeden en je wist dat de Bijloke een prachtige kans bood op een geniale avond.

Maar hoewel de band meer dan degelijk speelde (de muzikanten zijn stuk voor stuk meesters), bleef de A+ rating toch uit. Het heilige vuur dat een band van gewoon goed naar uitstekend brak, was er die avond niet. Black Thought leunde iets te vaak tegen het podium aan en verdween al te vaak naar de achtergrond. Questlove, zowat de beste drummer in het genre, liet de drumsolo aan de drumcomputer. 'Sweet child of mine' van Guns and Roses haalt de set, maar 'How I got over' werd volledig geweerd. Gelukkig kregen we wel nog The Seeds 2.0 (in een geweldige versie weliswaar) en pareltjes als 'Stay Cool' en 'Act two: the love of my life'. 

Maar op hiphopdag hadden ze misschien wel eens iets meer voor dat mogen kiezen, in plaats van vooral de jazzkaart te trekken. Het swingde continu, maar echt ontploffen deed het zelden. Al moeten we toegeven dat we toch weer onze danspasjes hadden bovengehaald toen ze Curtis Mayfield zijn 'Move on up' en Kool G Rap zijn 'Men at work' over het publiek heen lieten rollen. Good, but not great.

Iets wat niet kan gezegd worden van K1D, Dvtch Norris en TheColorGrey. Alle drie deden ze goede pogingen om de Garden Stage op te blazen en K1D moet er zowat het dichts bijgekomen zijn. Zijn trapgeïnspireerde rap bracht het publiek meermaals aan het dansen en springen, wat niet vreemd is als je ziet waar hij de mosterd haalt. Future zijn 'Fuck up some comma's' kreeg een shoutout en de gekende 'Medicate' van Kendrick Lamar vond ook zijn weg. Dat hij afsloot met XXXTentacion zijn 'Look at me!', zette alleen maar de kers op een vette taart.

Dvtch Norris bleek al een iets breder scala aan te kunnen. De trap zat er nog in, maar hij kan duidelijk ook een iets poëtischere soort aan. Een volwassen set van een rapper die zichzelf en zijn niche duidelijk gevonden heeft. Maar wat vooral opviel was de honger waarmee ze alle drie op het podium stonden. Want ook TheColorGrey, met een lichte overdrijving misschien wel de Belgische Frank Ocean, kwam om te overwinnen. Bijgestaan met een volledige liveband, en op het einde door de rest van de crew, zette hij een gevarieerde, boeiende set neer. Rhymes spitten? Geen probleem. Gevoelige hooks uitspuwen? Komt voor elkaar. De tent meekrijgen? Een eitje. 

Waar The Roots de hoofdvogel had moeten afschieten, zijn de jonge wolven hongerig opgedaagd. De een zijn dood is de ander zijn brood en na Brussel lijkt ook Vlaanderen eindelijk hiphop in zijn armen gesloten te hebben. Zelfs op een icoon als Gent Jazz.