Gent Jazz: de reviews (dag 1)

De liveshow geherdefinieerd

Een zonovergoten Bijlokevest was op vrijdag 29 juni het decor van wat een memorabele avond zou worden. Maar vooraleer ons volledige wereldbeeld ondersteboven gedraaid werd, waren we vooral aan het genieten van de meesterlijke cocktail van zon en muziek. De festivalzomer is er dus eindelijk. En in op Gent Jazz weten ze alvast hoe hem te openen. 

Nadat we een ronde gemaakt hadden op de prachtige, groene site in hartje Gent, mochten we met onze perfect ingeschonken Duvel nog Ghostpoet zien openen. De zanger/rapper uit Londen wist echter bitter weinig volk te bekoren. De tent was nauwelijks gevuld, de hitte nog vrij drukkend en niemand had er precies echt zin in. En met niemand bedoelen we ook echt geen levende ziel, want Ghostpoet bracht een rommelige, ongeïnteresseerde set. Eentje die rap vergeten zal worden.

Wie het publiek niet rap zal vergeten, is Baxter Dury. Gespogen en gebraakt zijn vader, Ian Dury, is de Brit een klein spektakel op het podium. Een iets opgekuistere versie van Sleafords Mods met iets meer arrangement, maar dat plat Brits werkt wonderwel. De gekke danspasjes waren zowaar een meerwaarde, al kan die gekelderde fles rode wijn Dury ook wel geholpen hebben. Alleszins lang geen slechte show.

Ietsjes door het ijs zakken in Gent: Nneka. Al kan dat ook aan ons liggen. Echt zeer reggaegetint zijn we niet en Nneka experimenteert er gretig mee. Haar stem mag dan wel zo goed zijn als haar reputatie laat uitschijnen, maar echt bij de les was de Nigeriaanse nu toch ook niet. Ook haar set klonk bij momenten rommelig en de foutjes waren zo duidelijk dat ze niet anders kon dan dit ook toegeven. De tent kon het wel smaken, maar niemand die er echt om maalde dat de drie voorprogramma's voorbij waren.

Want het was duidelijk de dag van David Byrne. Op Werchter passeert hij ook nog, maar de slimmeriken onder ons wisten voor Gent te kiezen. Waar Ghostpoet, Dury en Nneka op weinige tot matige belangstelling konden rekenen, liep het pas echt goed vol voor de zanger van Talking Heads. Het was koppen lopen.

En hoewel lovende recensies uit het buitenland ons ook al bereikten, waren we niet klaar om dìt te aanschouwen. Byrne, in een grijs pak, opende de avond zittend op een stoel op het podium met in zijn hand de replica van een brein. De klanken van 'Here' weerklonken, maar er viel geen band te bespeuren. Byrne stak van wal met zijn show, opterend om meteen te putten uit 'American Utopia', zijn nieuwe album. We waren dan ook tenslotte op zijn nieuwe tour American Utopia.

Maar meteen creeërde hij een verwachtingsvol sfeertje. De angst sloeg ons om het hart. Zou alles van een bandje komen? Is de grootmeester zijn touch kwijt? De wenkbrauwen kropen nog wat hoger naar ons voorhoofd toe eens dubbelganger van de rosse Mitchell van Modern Family ten tonele verscheen. Ook in datzelfde grijze pak. De setting werd steeds intigerender. 

Plots, als een donderslag bij heldere hemel, barstte het allemaal los. Byrne, die er in geslaagd was om een liveshow in elkaar te steken die draait als een Zwitsers horloge, werd bijgestaan op het podium door een volledig orkest. Al is fanfare een beter woord. Iedereen bespeelde een instrument of zong en een meesterlijk gechoreografeerde dansvoorstelling versterkte het optreden nog meer. De stramme heupen van Byrne incluis. Het ene moment staan we daar naar zijn solo te kijken, het andere moment huppelen er vijftien mensen blootvoets in identieke, grijze kostuums over het podium. Met in het midden de 66-jarige grijsaard.

En wat heeft die de tand des tijds goed doorstaan, zeg. Anderhalf uur was hij in de wind met zijn dansmoves en daarbovenop was hij ook nog goed bij stem. Een wereldprestatie van de zestiger zonder meer. Maar ook muzikaal was het allemaal zo verfrissend. En dat is best opvallend.

Nadat hij 'Here' liet opvolgen met 'Lazy' was het tijd voor wat Talking Heads. 'I zimbra' en 'Slippery people' deden de tent een eerste keer ontploffen. Tegen de veertig jaar oud zijn die twee dino's, maar wat klonken ze nog altijd fris, inventief en dansbaar. Het geeft ook nog maar eens aan hoe invloedrijk Byrne is als je de Vampire Weekends van vandaag bezig hoort. Alleen hebben zij niet de verbluffende show van Byrne erbij. 

In totaal passeerden nog vijf Talking Heads nummers de revue, maar 'Burning down the house' en 'Once in a lifetime' zijn de songs die nog extreem lang zullen nazinderen. Fenomenaal, we kunnen het niet genoeg zeggen. Byrne definieerde onderweg onze hele perceptie van wat een liveshow allemaal kan zijn en misschien ook wel vaker mag zijn: een totaalspektakel. Niets van stationair gedoe en herhaling, gewoon gaan. 

Het was zelfs zo goed dat we ons betrapten op het toejuichen en klappen toen Byrne ons opriep om bij de volgende verkiezingen mee te stemmen. Wist de man waarschijnlijk veel dat wij stemplicht hebben, maar het gebeurt ons toch niet vaak dat we politieke statements staan toe te juichen. Al weet je dat je het door je strot geduwt krijgt bij hem.

'American Utopia' is al een ware aanklacht tegen het huidige klimaat, iets wat ook nog in de verf werd gezet door 'Everyday is a miracle', 'Everyone is coming to my house' en 'I dance like this' in zijn set. Maar pas echt serieus werd het op het einde. Daarvoor was het allemaal 'fun and games' met gekke pasjes en jolig vertier van de bovenste plank, maar wanneer Bryne een geüpdate cover van Janelle Monae's 'Hell you Talmbout' inzet, wordt het toch even stil. De schijnbaar eindeloze opsomming van Afro-Amerikanen die omgekomen zijn bij politiegeweld werd op muziek gezet. Achteraf gezien wat luguber, maar vooral een straffe afsluiter in het moment. 

En hop, weg was hij. Geen bisronde, geen 'Psycho killer', maar niemand die er om maalde. Voor Byrne is het dagelijkse kost, maar voor ons was het 'once in a lifetime'.