Dounia Mahammed & wpZimmer, 'Salut Copain' (2015) + 'Waterwaswasser' (2017)

Dialoog in het ongerijmde

Wellicht het meest interessante aan de opeenvolging van theaterfestivals tijdens de zomer is dat je er af en toe een evolutie in het prille oeuvre van één bepaalde maker of gezelschap kunt gadeslaan. In dit geval: de jonge Dounia Mahammed, die in 2015 ‘Salut Copain’ op de planken bracht, waarmee ze dit jaar voor Circuit X op het Theaterfestival in Brussel stond. Twee weken later staat ze met de langverwachte première van haar nieuwe stuk ‘Waterwaswasser’ op Love at First Sight, het Antwerpse festival voor jonge theatermakers.

Salut Copain: ode aan het kleine

Dounia Mahammed oogt klein, zoals ze daar achteraan de lege vloer in de Brusselse Beursschouwburg staat. De scène steekt geel af tegen het onbelichte deel van de ruimte. Dounia’s donkere, losse outfit benadrukt haar blote armen en benen. Die bewegen uiterst verlegen, terwijl het publiek de Beursschouwburg ver na aanvang blijft binnenkomen.

Mahammed stoort het niet. Integendeel, ze incorporeert het in haar spel. Schuifelend en idee voor idee ontvouwt ze stilaan een deel van haar ziel. Steeds meer associaties, met steeds meer durf. Ze wipt en intoneert, als een huismus op onbekend terrein. De vertelling is echter een grillige mozaïek met al te veel verschillende steentjes. Eentje kreeg de titelrol: 'Salut copain,' de vaste groet van een zwerver uit haar jeugd. "Zo werd de man een lijf." Met dat soort spitsvondigheden tekent ze een apart spel van woord en wederwoord uit een en dezelfde hersenpan.

Meer dan de helft van Mahammeds gedachten zijn poëtische miniatuurtjes, die in al hun eenvoud samen mogen zijn. “Niet alle gedachten zijn welopgevoed”, zegt ze zelf daarover. Ze zijn opdringerig en groeien zomaar. Dan zegt de kleine Dounia met haar dunne stem en licht Franse accent: "Dat is ongepast."

Door het dialogische karakter van de monoloog – het publiek wordt schijnbaar aangesproken – en de sobere structuur, oogt de voorstelling tegelijk ook wat jong. Ze kwam tot stand als eindwerk en dat is er nog wat aan te zien. De sporadische mondharmonica, die ze mooi hanteert, valt iets te licht: het is er zomaar en mist referenties.  

"Water zou ik willen worden", mijmert Mahammed tijdens ‘Salut Copain’. Zo legt ze ankerpunten waar je ze niet verwacht.  

Vloeipapier

Op dat elan gaat Mahammeds nieuwe voorstelling verder. Geen lege ruimte deze keer, maar toch weinig meer dan een wit vierkanten raam op een zwarte scène. En talloze sporen van dat wit rondom het vierkant. Een 10 cm hoog mengsel van maïzena met water, dat na de voorstelling vele kijklustigen trekt. De ‘copain’ in dit stuk tart de wetten van de zwaartekracht: ze loopt op het oppervlak. Tot op het laatst. Dan wordt Dounia water. Het betreft een eenvoudig chemisch proefje, dat je zeker eens wilt opzoeken.

Wie nooit eerder iets van Mahammed zag, is wellicht geïntrigeerd door de bizarre taalbrij die ze het publiek instuurt. Terecht kreeg ze vorig jaar op Theater Aan Zee de SABAM Jongtheaterschrijfprijs. Ze speelt als geen ander met de vele talen die ze machtig is en zet verbeelding en frictie in als tegenpolen. ‘Waterwaswasser’ levert ook een nieuw trucje op: het slagveld aan betekenis wanneer je letterlijk vertaalt. Het publiek smult van haar kleine commentaartjes op de tekst, op zichzelf, de betekenis. Subtekst, maar dan uitgesproken.

Helaas merk je dat zowel ‘Salut Copain’ als deze laatste wel heel erg dezelfde registers opentrekken. ‘WWW’ vertrekt dan wel vanuit andere uitgangspunten en benut een prima vormgeving; het opzet en taaleigen is toch erg gelijkaardig. Met dat verschil: ‘Salut Copain’ was fris en speels; ‘WWW’ heeft soms het weerbarstige van een druk bij elkaar gezocht gedicht.  

Toch is Waterwaswasser’ een mooie tweede: het is poëzie die traag inwerkt, hoewel je dat aanvankelijk niet beseft. Dounia Mahammed wil in betekenis verdwijnen, maar laat toch een afdruk achter. Als vloeipapier.

Copyright foto's: Dounia Mahammed en Inge Baes