Desertfest 2017, Trix Antwerpen

Londen en Berlijn hadden er al een. Athene intussen ook en in Antwerpen is er al een paar keer een jaarlijkse hoogmis geweest van alles wat maar in de verte ruikt naar stoner, psych, rock, metal en patchoeli. Drie dagen feest. Wij konden spijtig genoeg maar de vrijdag en zaterdag meepikken. Ons verslag.

Het programma wordt breed uitgesmeerd. Het is niet enkel stoner, zoals de naam van het festival en de podia (Vulture, Desert en Canyon) zouden doen vermoeden. Zo kregen we een ferme bak donkere sludge over ons heen van Grime, die hun diepe zwarte zelf muzikaal vertaalden in slopende brokken sludge begeleid door een krijsende stem. –(16)- was nog zo een band waar je maar beter vast op de benen bij stond. Regelrechte pioniers geworteld in de hardcore, die bij hun sludge toch heel graag de voet volledig van het gaspedaal lichtten, wat hun sound niet minder zwaar maakt, integendeel. Aan overgave geen gebrek. Wel aan een betere drummer vonden wij, en ook de zang liet het soms afweten.

Een eerste hoogtepunt, en direct een ferm, kwam vrijdagavond met Steak Number Eight. Hun sludge wordt met bakken progressieve elementen geïnjecteerd dat het krabben is om de zwarte onderlaag te vinden. Maar ze is er, geloof ons gerust. Door het vele touren, zijn ze intussen een perfect geoliede machine. Heerlijke drummer, stampende en rond hossende gitarist en bassist en met Brent Vanneste een frontman die er meer dan staat en zijn zang afwisselt van clean naar het imiteren van een gekeeld hoefdier. En wat een overgave! Een van dé shows van het weekend.

Laten we Unsane ook maar hieronder scharen. Al is dit vintage noiserock met alweer wat hardcoreneigingen, maar dan van de tragere soort. We mochten deze band al een paar keer zien en wij vonden ze niet zó snijdend als vroeger (al kunnen de herinneringen hier met onze kloten rammelen). Laat ons zeggen dat het geen bulldozer was die over ons heen ging, zoals wij het ons herinneren, maar het was sowieso een goedgeplaatste neep in de ballen. En dat doet altijd een beetje pijn.

Zweven mag ook op Desertfest. Zo bracht Miami Deutsch heavy psych gedrenkt in krautrock op de Vulture Stage, zowat het meest toegankelijke en verassende podium van dit weekend. Ook White Manna stond op dat podium het beste van zijn psychedelische zelf te geven. Spacerock die knipoogt naar Hawkwind en Ozric Tentacles met enkel een beetje ideeënarmoede in hun dynamiek zodat ieder nummer wat hetzelfde leek te zijn.

Stoner kregen we vanzelfsprekend ook in al zijn gedaantes. Van Beastmaker bijvoorbeeld. Gezegend met een motherfucker van een sound, die ook dikwijls de doomhoeken opzocht. Voor ons mochten hun riffs iets langer doorgaan, maar zij schoeien hun songs blijkbaar op een behapbare leest. Lowrider zijn ook stoners, maar als clichés als wilde paarden komen aandraven, dan zijn wij al gauw verveeld. Volledig onze fout, daar niet van.

Geef ons dan maar Gozu, die alles iets meer in de olie hebben laten marineren wat hun een veel vettere, vuile sound oplevert. Met riffs die luid in uw gezicht boeren zonder pardon te zeggen. Stoner moet nu eenmaal onbeleefd zijn vinden wij. De mannen van Stoned Jesus waren heel beleefd en zichtbaar blij dat ze de grote Desert-stage mochten vullen met z’n drieën, nadat ze een paar jaar terug de Canyon-stage in lichterlaaie zetten. Oerdegelijke set en meer moet dat soms niet zijn. Stoner volgens het boekje en door de ganse zaal meer dan gesmaakt.

Doom metal, de oudere neef in de familie, zien wij ook graag komen. OOHMS mocht dat bevestigen op alweer de Vulture Stage. Diep, riffs voor zich uitjagend aan hetzelfde tempo en een bassist die zowel de toog als de grond als zijn speeltuin zag. Niet enkel showgehalte maar ook en vooral krachtige, goeie songs die sludge en doom ranzig met elkaar laten muilen. Nog zo’n topper was Black Lung. Niet enkel gezegend met een van de beste zangers die wij in die tweedaagse mochten aanschouwen, ook hun songs bulkten van kwalitatieve structuren en een epiek die volledig werkte. Die zijn klaar voor een groter podium de volgende keer.

Maar de absolute topper van vrijdag en zaterdag was voor ons zonder twijfel Windhand. Het mooiste dat een mens kan zien, is iemand die doet waarvoor hij gemaakt lijkt om te doen. Wel, Windhand is gemaakt om doom te spelen. De gitarist haalt de diepste hypnotische riffs uit zijn instrument, aan een dodelijk traag tempo dat gaandeweg iets wordt opgeschroefd door inventieve veranderingen. Als je dan nog eens een T-shirt van Dead Moon draagt, dan kan het voor ons al bijna niet meer stuk. De bassist trekt zijn bastonen omlaag en haalt het haar geen moment van voor zijn ogen weg. En een drummer met een timing waar de spoorwegen een klein fortuin voor veil hebben. Dorthia Cottrell is dan nog eens gezegend met een stem die perfect de muziek draagt. Enkel haar podiumpresence is wat ongemakkelijk. Het podium op de Desertstage leek haar te groot waardoor ze zenuwachtig aan haar shirt en broek zat te pulken. Maar goed, onze ogen waren een heel deel van hun set dicht.

Er waren ook een paar sissers op deze editie, maar wij vinden het hier de moeite niet om erover te palaveren, want Desertfest is een cool festival. Met gezellige mensen met veel haar en baard. Met een vlekkeloze organisatie (uitverkocht maar toch overal genietbaar en zichtbaar) en een heel puike affiche. Bedankt daarvoor.