De Mount Everests van de literatuur: '(On)leesbare klassiekers'

Cutting Edge leest, wikt en weegt: 'Zwerm' van Peter Verhelst

U heeft er allicht ook enkele van in uw bibliotheek: de boeken waarvan gezegd wordt dat ze onleesbaar zijn. Te moeilijk, te dik of, godbetert, een dodelijke combinatie van beide! In een vlaag van overmoed en zinsverbijstering haalde u ze in huis, denkende dat u dat varkentje wel even zou wassen. Enkele maanden of zelfs jaren later staren ze u nog steeds grijnzend aan vanuit de kast.

Maar geen nood! Cutting Edge neemt ze voor u onder handen, die ‘moeilijke klassiekers’ of de ‘Mount Everests van de literatuur’ zoals wij ze in onze nieuwe rubriek graag noemen. Om de paar weken duiken we in onze boekenkast en halen er zo’n kanjer uit. We lezen het speciaal voor u en laten u in één vlotte beweging weten hoe onleesbaar ze wel zijn, en of het misschien toch niet de moeite is om over uw intiële vrees heen te stappen en het lezen toch maar aan te vatten.

Deze keer een Vlaams boek over het ‘Alles’. Meer nog, eentje dat exact 666 pagina’s bevat en waarvan Mötorheads ‘Ace of Spades’ de soundtrack vormt. ‘Zwerm’ van Peter verhelst, want daar gaat het hier over, is dus niet de meest voor de hand liggende literatuur. Ofte: de perfecte kandidaat voor deze rubriek.

Niet de meest hap-slik-klare brok, zo ontdekte onze man bij verschijnen: ‘Alsof dit allemaal nog niet complex genoeg is, weigert Verhelst zich door een lineaire verhaallijn te laten beperken. Hij kiest ervoor om het geheel op te bouwen rond een gigantische zwerm van fragmenten waarin hij de lotgevallen van zijn personages beschrijft, of er over een ontelbaar aantal maatschappelijke kwesties op los associeert.’ En toen moest onze man zich nog opwarmen.

Alle verwijzingen naar Paul Auster, Don Delillo of Thomas Pynchon ten spijt meldt hij ons: ‘Zo vervalt het zwartkleurige middenstuk in esoterisch gezwam en naar het einde toe vergaloppeert Verhelst zich in een onbegrijpelijke woordenbrij.’ Er wordt iets te veel leentjebuur gespeeld om origineel te zijn, zo blijkt ook nog, en daar doet Verhelst noch het boek, noch de lezer een plezier mee: ‘Toegegeven, het leest als een trein, maar wat baat het voor een roman met deze ambities, als de inhoud verloren gaat?”

Maar het is niet allemaal kommer en kwel, zo wordt nog bevestigd: ‘Toch zou het fout zijn om "Zwerm" zomaar met de grond gelijk te maken. De finale gaat dan wel de mist in, maar dat wil niet zeggen dat dit complexe boek niet aangenaam om lezen is. Verhelst spuit prikkelende ideeën alsof het een lieve lust is en weet die ook prachtig te stileren. Daarenboven wordt de lezer niet bij het handje genomen en dat is op zich al een verademing.’

Daarenboven, als u zou beslissen het toch niet te lezen, is er altijd nog dit argument om het boek alsnog uit de kast te halen en ergens duidelijk zichtbaar neer te leggen: ‘In ieder geval zal het boek op geen enkel salontafeltje misstaan. "Zwerm" wordt immers in een esthetisch hoogst verantwoorde uitgave verkocht.’