Budapest Festival 2015, Concertgebouw Brugge

Hét symfonisch evenement van het seizoen

Orkesten zonder jarenlange traditie: er zijn melomanen die ze systematisch links laten liggen. Inderdaad is het van generatie op generatie doorgeven van verworven inzichten, niet zelden met de componist zelf aan de bron, een recept dat dikwijls tot succes leidt. Doch het kan ook anders. Het Budapest Festival Orchestra, dat nog geen 35 lentes heeft zien komen en zien gaan, is daar waarschijnlijk het treffendste voorbeeld van.

Stichtend lid en chefdirigent Iván Fischer heeft het Budapest Festival Orchestra in de voorbije drie decennia tot de hoogste regionen van de internationale scène gebracht. Inmiddels is het een veel gevraagd orkest met een spraakmakende discografie. Het Concertgebouw Brugge, dat de Hongaren ook in voorgaande seizoenen naar de pittoreske binnenstad haalde, programmeert in mei drie concerten met chef en orkest. De vier symfonieën van Johannes Brahms, over twee dagen gespreid, en een slotconcert gewijd aan Mendelssohn en Mozart. Welke Belgische concertzaal kan zeggen dit seizoen een symfonisch evenement van soortgelijk allooi op poten te hebben gezet?

In de periode van de concertreeks in Brugge zal Channel Classics Fischers opname met de negende symfonie van Gustav Mahler uitgeven. Reden genoeg om de formidabele cyclus van orkest en dirigent nog een keer in herinnering te brengen. Hoewel de derde, de zesde, de zevende en de achtste nog ontbreken in het rijtje, wordt nu al gewag gemaakt van een integrale zoals er maar eens in de paar jaar een verschijnt.

Aan de aandacht waarop Fischers set in de vakpers kon rekenen, ligt bovenal diens nieuwsgierigheid en eigenzinnigheid ten grondslag. Hoewel de dirigent een diep bewustzijn heeft van de traditie, vertolkt hij het repertoire vooral vanuit zijn intuïtie, die vorm heeft gekregen in omstandigheden die voor Mahler herkenbaar hadden kunnen zijn. De humor, de kamermuzikale texturen, de vormelijke exuberantie, de plotmatige dan wel meer abstracte inhoud: Fischer integreert het allemaal in opvoeringen die het gekunstelde overstijgen en precies de naturel van Mahlers schriftuur aan de oppervlakte brengen.

Verder zijn er nog constantes binnen de discografie van orkest en dirigent. Het symfonisch werk van Antonín Dvořák bijvoorbeeld, alsook dat van Ludwig van Beethoven en van Béla Bartòk. In meer recente jaren mocht Johannes Brahms overigens aan het voornoemde trio worden toegevoegd. Met een onvolprezen opname van de eerste symfonie zes jaar geleden en recent een even indrukwekkende lezing van de tweede, mag ook Brahms inmiddels een van Fischers paradepaardjes worden genoemd.

Wat de dirigent fantastisch heeft aangevoeld, is hoe de grote symfonische traditie bij Brahms wordt aangereikt met een verregaande zin voor de kleinere vorm. De componist heeft meer dan een decennium aan zijn eerste symfonie gesleuteld, terwijl hij in de tussentijd een resem prachtige kamermuziekwerken voltooide. De motivische ontwikkeling die zich doorheen Brahms symfonieën non-stop in de buik van het orkest voltrekt, is een nawee van zijn vaardigheid wanneer het om uitgepuurde bezettingen ging. De densiteit van het materiaal waarmee een uitgedund ensemble aan de slag moet, heeft met andere woorden een doorslaggevende weerslag gehad op de symfonieën.

Brahms’ persoonlijke signatuur is de intrinsieke tweeledigheid van de vier symfonieën. Enerzijds borduren die elk voor zich traditioneel voort op het grote orkestrale gebaar van Beethoven en diens voorgangers, anderzijds krijgt de symfonische vorm een inwendige stuwing mee, precies omdat de auteur weet hoe kleine cellen een betekenisvolle rol in een groter geheel kunnen opnemen. Het genie van Fischers opname van de twee eerste symfonieën, ging schuil in zijn vermogen om beide stilistische karakteristieken te respecteren en te integreren. Ja, er is verhaal, drama, emotie. En ja, er is structurele finesse, een transparante textuur en een doortastende zin voor evenwicht.

Het verhaal van Brahms’ symfonieën begint vanaf zijn prille twintiger jaren. Geweten is dat de nog onzekere en bijzonder zelfkritische componist rond die tijd zijn eerste schetsen maakte voor een symfonie, maar alles ofwel vernietigde, ofwel herwerkte. Het eerste deel van het eerste pianoconcerto zou bijvoorbeeld in oorsprong niet concertant geweest zijn, maar pas door er een pianopartij aan toe te voegen, werd Brahms er door bevredigd. In de daarop volgende jaren bleef het idee van een symfonie spoken, en het thematisch materiaal voor het eerste deel van wat later de eerste symfonie zou worden, had vermoedelijk rond 1862 al een min of meer definitieve gedaante.

Toch liet de voltooiing van de symfonie nog tot 1876 op zich wachten. Vooral de angst om zich uitdrukkelijk in dezelfde lijn van zijn voorgangers te scharen, zou Brahms lange tijd weerhouden hebben de partituur te voltooien. Toen hij toch de stap zette, deed hij het ineens publiekelijk. Het citaat uit het slotkoor van Beethovens negende, leverde Brahms’ eerste meteen de bijnaam ‘Beethovens tiende’ op. Dit zeer tegen de zin van Brahms, die prompt aan een tweede symfonie begon. Die is beduidend blijmoediger dan de eerste, en niet voor niets is haar bijnaam ‘Pastorale’ aan het overheersend rurale, rustieke karakter te wijten.

Zes jaar later volgde de derde symfonie, in zijn totaliteit gegrondvest op de drie eerste akkoorden. Het is een voortdurend fluctueren tussen majeur en mineur, een langgerekte oefening in symfonisch clair-obscur. Enkele van Brahms’ mooiste thema’s komen er in voor – alleen al het poco allegretto is een hartroerende miniatuur zoals maar weinig componisten er een geschreven hebben. De vierde, voleindigd in 1885, was tenslotte de bekroning van Brahms’ symfonische repertoire. Het werd onmiddellijk erkend als een quasi ongeëvenaard werkstuk, en is sedertdien nooit meer van het repertoire verdwenen. Dat geldt echter ook voor de overige drie symfonieën, die doorheen de 20ste eeuw steevast tot de canon bleven behoren.

Fischers chronologische integrale in Brugge wordt gespreid over twee dagen, met name donderdag 21 mei en vrijdag 22 mei. Als toegift krijgt het publiek er misschien nog enkele Hongaarse dansen bovenop. Brahms heeft er enkele zelf georkestreerd en Fischer heeft de overige in hoogsteigen persoon gearrangeerd. Ook de opname daarvan, in de jaren ’90 verschenen bij Philips, kan alleen maar warm aanbevolen worden.

De slotdag van het Budapest Festival staat niet in het teken van Brahms. Mendelssohns ‘Een midzomernachtsdroom’ is een van Fischers meest geliefkoosde werken. Ondergetekende was getuige van een concert in Berlijn anno 2013, toen Fischer met het Konzerthausorchester Berlin een sprookjesachtige, vindingrijke interpretatie van het werk ten beste gaf. Ook hier is de weelde van de orkest- en koorpartij bij Fischer in uitstekende handen. Hij legt er gretig fabelachtig drama en uitgekiende humor in, kortom het gevoelsmatige spectrum van het werk komt onder zijn baton ten volle tot zijn recht. Het Vlaams Radio Koor en enkele solisten van eigen bodem tekenen hopelijk voor een even imposante vertolking als twee jaar terug.

Van Mozart staat die avond evenzeer een feeëriek werk op het programma. Ook binnen de ouverture tot ‘Die Zauberflöte’ gaat pathos hand in hand met lichtheid en sentiment met scherts. Tenslotte sluit de Portugese Maria João Pires de rangen voor het negende pianoconcerto, beter bekend onder zijn bijnaam ‘Jeunehomme’. Hoewel Mozart pas 21 was toen hij het schreef, wordt het vandaag erkend als een van de belangrijkste van Mozarts 27 concerti, zoniet het allerbeste. Pires, die zich zowel op cd als live heeft ontpopt tot een gevierde Mozart-interprete, is met haar licht toucher, haar diepgaande voeling met het classicistisch schoonheidsideaal en haar sprankelende inventiviteit de gedroomde soliste voor dit werk.

Als er nog zekerheden bestaan in het leven, dan wel dat er nog jaren na datum over deze driedaagse zal gesproken worden. Er zijn nog tickets, dus doe uzelf een plezier en wees een van de gefortuneerden voor wie mei 2015 altijd een bijzondere plaats zal hebben in de herinnering.

Copyright foto’s: Marco Borggreve