Brief aan Compagnie Barbarie

Beste Cie Barbarie,

Wat heb ik toch al hartelijk met jullie kunnen lachen. Ik denk dan aan de “innerlijke beer” in jullie vorige – voor Circuit X geselecteerde – voorstelling ‘The End is Dear’. Of de “pauwenoogpoep” in ‘Spionkop’, jullie Hitchcock voor kinderen. En niet te vergeten: de “opblaasorka” in de absurdistische reisshow ‘Too Far East is West’. Maar ’t is niet enkel lol dat ik bij jullie mocht beleven: de gênante scènes in de kostschoolrefter uit ‘Happymess’ toonden ook een groot gevoel voor kwetsbaarheid en tragiek. Omdat jullie meesteressen zijn in timing en tempo wordt zelfs zo’n trage voorstelling iets wonderlijk. En wanneer jullie zelf niet helemaal tevreden zijn over een project, zoals bij ‘Schwab, Werner Schwab’, dan nog gaan jullie met zoveel bezieling en spanning de mist in, waardoor je als toeschouwer altijd iets bijzonders meegemaakt hebt.

Net daarom ben ik zo diep ontgoocheld door jullie nieuwe productie ‘RISK’. Van de zindering uit jullie vorige creaties, merk ik hier niets meer. Ik zie wel jullie intentie om een unheimliche sfeer te creëren, maar de stiltes en traagheid voelen zo ontzettend vrijblijvend aan. Zelfs de zoemende soundscape slaagt er voor mij niet in om spanning te creëren. Soms is less ook gewoon less. Het half dozijn figuranten op scène kan deze leegheid niet maskeren. Wanneer zich een thema als de Eerste Wereldoorlog aandient (of de bijbehorende extra subsidies van Gone West?), verwacht ik bovendien wel wat meer inhoudelijke zeggingskracht. Thomas Bellinck kaartte onlangs in ‘Memento Park’ ook de problematische herdenkingsindustrie achter WOI aan, maar deed dat tenminste met zoveel zwier dat je het negeren van de échte conflicten van vandaag graag door de vingers zag.

In vorige projecten scheerden jullie telkens rakelings onder de lat der (hoge) verwachtingen, maar steeds voelde ik dat jullie een meesterwerk in de vingers hadden. Want dat jullie acteertalent en voldoende zotte ideeën hebben, staat buiten kijf. Alleen lijkt het zo moeilijk om jullie zeven meningen, stijlen en verschillende carrières zo op elkaar af te stemmen dat de puzzelstukjes meer opleveren dan enkel geestige sketches of niet helemaal uitgewerkte aanzetten. Is ‘RISK’ een eenmalig dipje of is er meer aan de hand?

Wat was voor jullie, als redelijk zelfstandig opererend gezelschap, de meerwaarde om in de armen van Theater Antigone te vallen voor deze voorstelling? Hebben jullie niet veel meer dan een eindregisseur nood aan een procesbegeleider, iemand die jullie uitdaagt, het concept stroomlijnt en de inhoudelijke fond bewaakt – waarop jullie vervolgens kunnen freewheelen? Iemand zoals Johan Petit die aan de spelerslust van Janne Desmet een gelaagde vertelling kan toevoegen, of Ineke Nijssen die Kommilfoo begeleidt. Iemand die jullie verder kan brengen dan het huidige status quo. Want jullie zevende voorstelling ‘RISK’ voelt voor mij als een doorslagje van eerdere creaties: Ruth Beeckmans mag als oud-strijder opnieuw etaleren wat voor goede comédienne ze is, Lotte Vaes is opnieuw de pineut van dienst... Been there, seen that.

Misschien moeten er eens helemaal andere pistes bewandeld worden? Jullie veelal woordloze sketchstructuur even inruilen voor een gelaagde speeltekst? Een tv-programma maken waarin jullie de bakens van de humor verzetten? Met het oog op de nieuwe subsidieperiode is het heel belangrijk goed na te denken welke richting jullie uitwillen.

Benieuwd naar jullie reactie(s),

en benieuwd naar de grote sprong voorwaarts in jullie volgende project.